Kerken in het Europa van de toekomst

1995-07-28
  • Jaargang 39
  • nummer 15
Kerken leven niet op een eiland. Ze staan midden in de maatschappij. Ze worden in hun activiteiten ook door tal van factoren en ontwikkelingen beïnvloed. Begin dit jaar verscheen er in Duitsland een rapport over de positie van de kerken daar in het licht van de Europese eenwording1.. Een ontwikkeling, die ook onze kerken niet voorbijgaat.

De gegevens van onze doopleden
Plaatselijke kerken staan niet op zichzelf.
Ze hebben, hoe verschillend ook, een band waarin ze samen hun verantwoordelijkheid proberen waar te maken. Ook in de zorg voor hun leden bij verhuizing. Vertrekken belijdende leden naar een andere gemeente, dan geven we ze gewoonlijk een attestatie mee. Bij doopleden ligt dat anders.
Het bewijs dat iemand dooplid was, wordt veelal niet meegegeven maar opgezonden. Naar de kerkeraad van de gemeente in de plaats waar ze gaan wonen. Maar niet alleen de maatschappij verandert.
Iets, dat vroeger vanzelfsprekend was, is dat nu soms niet meer. Dat kan zijn, doordat we tegen bepaalde zaken toch wat anders zijn gaan aankijken dan vroeger het geval was. Soms ook doordat allerlei voorschriften veranderd zijn of wellicht veranderd moeten worden. Of door een combinatie van beiden. Zo krijgen de rechten van het individu en van de bescherming van onze privacy de laatste jaren een veel sterker accent dan voorheen. Soms terecht. In andere gevallen kun je bij een dergelijke ontwikkeling ook kritische vragen stellen. Zo werd er in januari j.1. in de Tweede Kamer n.a.v. een ontwerp van een Europese richtlijn over de privacybescherming de vraag opgeworpen of het straks nog mogelijk is gegevens van doopleden door te geven aan plaatselijke kerken zonder toestemming van dat dooplid zelf. Een vraag waarop de minister niet een in alle opzichten duidelijk antwoord kon geven. De 'kerntaken' van de kerken zouden, zo luidde haar antwoord, wel worden gerespecteerd. De vraag is alleen wat daar nog wel en wat daar niet meer onder valt.

In ruimer verband
Die Europese eenwording is natuurlijk niet alleen van betekenis voor de Nederlandse kerken. Die heeft ook gevolgen voor de kerken in andere Europese landen. Gevolgen, die je vaak niet gemakkelijk kunt overzien.
Zeker niet als het buitenlandse kerken betreft, omdat je dan nog met extracomplicaties te maken kunt krijgen. In Duitsland bij voorbeeld omdat die kerken daar in verschillende 'Länder' leven. Länder, die vaak nog groter zijn dan Nederland en ook weer hun eigen regels en gewoonten hebben. Zoals reeds vermeld is er in januari j.1. in Duitsland een rapport verschenen over de positie van de kerken daar in het licht van de Europese eenwording. Een uitgave van de Duitse Evangelische kerken én van de Duitse Roomskatholieke kerk gezamenlijk.

Een gemeenschappelijke standpuntbepaling
Deze kerken komen in dat rapport tot een gemeenschappelijke standpuntbepaling over een aantal vragen waarvoor de kerken in het kader van die Europese eenwording gesteld (zullen) worden. In het rapport wordt geschreven over een aantal aspecten, voor de vrijheid van deze kerken van groot belang, die in het kader van die voortgaande eenwording in de knel kunnen komen. Over zaken als theologische faculteiten, over de zondagsrust, over de betekenis van het overheidsrecht voor het kerkrecht, over kerkelijke belastingen etc...

Een keuze
1. Een voordeel van een rapport als dit is dat het zo uitdrukkelijk de aandacht vraagt voor ontwikkelingen waar ook wij mee te maken kunnen krijgen. Ook als kerken. Ten dele is dat al het geval. Bijvoorbeeld bij de registratie van kerkleden en bij de kerkelijke legitimatieplicht. Wie niet van veranderingen houdt, zal daar zeker niet zo gelukkig mee zijn.
Maar je houdt dergelijke ontwikkelingen niet tegen door je ogen er voor te sluiten. Het is ook goed om je ogen wijd open te houden. En op tijd, omdat je dan soms nog wat kunt bijsturen.

2. Een rapport als dit laat ook zien, dat grote kerken zich soms bezighouden met zaken, waar je als kleine(re) kerken meestal niet zo direct aan zou denken. Onze eigen interesse zal niet zo direct uitgaan naar zaken als 'Denkmalschutz', monumentenzorg, ook al is het niet onmogelijk dat enkele van onze kerken daarmee te maken hebben.

3. Dat we hier met heel grote kerken te maken hebben, die als 'organisatie' een eigen leven zijn gaan leiden, blijkt ook uit de in het rapport gedane suggestie m.b.t. het 'Verdrag van Maastricht'. Onze Landelijke Vergadering zal, dunkt me, niet zo spoedig met een pleidooi komen om in dat verdrag een artikel op te nemen, waarin de plaats en de ruimte van de kerken duidelijk verankerd wordt. Niet dat dat onbelangrijk is maar dat zullen wij toch wel aan andere instanties overlaten. En zoiets niet zo gauw als een van de 'kerkelijke zaken' uit art. 32 van ons AKS. aanmerken.

4. Het rapport laat ook zien, dat er in het buitenland soms heel andere dingen spelen dan bij ons. Niet alleen m.b.t. de positie van hen die op de een of andere wijze bij de kerken of bij kerkelijke instellingen in dienst zijn.
Ook door voorschriften over (kerkelijke) stichtingen en verenigingen. Daarmee is overigens nog niet gezegd, dat een en ander voor ons geen consequenties zou kunnen hebben. Misschien is er ook wel enige reden om ons eens te bezinnen over de vraag, waarom een predikant in een kerkelijke gemeente geen arbeidsovereenkomst heeft en een pastoraal medewerker weer wel. Die predikant zal immers, als hij in dienst is van een ziekenhuis, vermoedelijk weer wel een arbeidsovereenkomst zal hebben.

5. Een andere illustratie van het feit, dat de zaken in het buitenland soms heel anders geregeld kunnen zijn, vindt u in de paragraaf over het 'Kirchensteuerrecht', het kerkelijk belastingrecht. Toen in het verleden ook in Duitsland diverse kerkelijke eigendommen werden onteigend leidde dat tot een heel andere oplossing dan waarvoor we in Nederland (uiteindelijk een afkoopregeling) kozen. Volgens het Duitse recht betaal je als kerklid een 'kerkbelasting' , die dan gekoppeld is aan de inkomens- en loonbelasting. Vandaar dat je in een Duitse kerk niet zo gauw met een collecte voor de kerk zult worden geconfronteerd. Niet dat men zich, blijkens het rapport, op dit gebied direct zorgen maakt. De bevoegdheden liggen vooralsnog wel duidelijk. Maar het wordt genoemd omdat op dat punt in het kader van de privacybescherming toch problemen zouden kunnen ontstaan.

Twee kanttekeningen
Wanneer je het geheel overziet zijn er eigenlijk twee indrukken, die je bij blijven. De eerste is dat er op Europees niveau soms vrij ongemerkt beslissingen worden genomen, die ook voor de kerken van direct belang kunnen zijn. Het is goed dat niet te negeren en niet te onderschatten. Het tweede is dat je als kerken in een rapport als dit gauw de schijn op je laadt, dat je (alleen maar) een soort 'belangenorganisatie' bent. Met het gevolg, dat de veel belangrijkere boodschap, die je als kerk van Jezus Christus mag doorgeven daarin weinig uit de verf komt. Vrijheid van godsdienst en respect voor kerkelijke activiteiten zijn van groot belang. We mogen en moeten daar ook om vragen. Maar dan toch vooral in het belang van een goede verkondiging van het evangelie en om ruimte voor een leven voor het aangezicht van onze God.

1 Zum Verhältnis van Staat und Kirche im Bliek auf die Europäische Union. Gemeinsame Stellung -nahme zu Fragen des europäischen Einigungsprozesses.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief