Over o.a. het koffertje van God
1995-07-28
Ik ga deze keer verder met iets te vertellen over de preek, die ds. A.C. Korbijn op zondag 12 februari 1995 hield in de hervormde kerkdienst van Rossum in de Bommeierwaard. Voor de ongerusten, die denken, dat ik mogelijk die zondag daar in de kerk ben geweest, vertel ik er maar bij, dat de preek is opgenomen in het boekje 'Hoog water in Rossum'.- Jaargang 39
- nummer 15
Over die koffier van God werd apart gesproken met de kinderen. Die kinderen hadden meestal hun eigen koffertje.
Wat namen ze mee en wat konden ze meenemen? Het gesprek eindigde met een gesprek over Gods 'koffer' op het moment dat de grote vloed kwam. God 'nam mee' mensen en dieren, "omdat die voor Hem het belangrijkste zijn".
En nu verder de preek, waarin het o.a. ging over de storm op het meer.
"Heer help ons, wij vergaan! Een gebed, een kreet uit de afgrond van doodsangst, help ons. Ook vorige week is dat bij menigeen uit het hart naar boven gegaan: Heer help ons. Bij degenen die de zandzakken vulden, bij degenen die de wind zagen draaien, bij degenen die hun bedrijf, hun bestaan, in gevaar zagen komen. Maar ook op andere momenten in ons leven zal dat gebed gedaan zijn en nog gedaan worden. Want als de golven over ons hoofd slaan is er maar één die ons nabij blijft, zo weten we. Dan is er maar één die werkelijk helpen kan: Onze hulp is in de Naam van de Heer .."
De storm gaat liggen. Jezus staat op. Hij blijkt de golven meester te zijn. En ze komen allemaal veilig aan land.
"Net als Noach die uit de Ark, in het hebreeuws staat er: uit zijn doodskist stapt, en opnieuw voet aan de grond krijgt, geraken ook Jezus en zijn discipelen aan land. Tweemaal klinkt hier tussen de regels door het paasverhaal: door de machten van de dood heen geholopen door de Heer krijgen mensen opnieuw vaste grond onder de voeten. Zo wordt het nog talloze malen meer verteld in de bijbel. Steeds opnieuw komt God mensen te hulp als het er om spant, als ze ten einde raad zijn..."
In de preek werd toen weer even terug gegaan naar Noach.
"Nooit meer, zegt God tegen Noach, en Hij hangt zijn boog, versierd met vrolijke kleuren, in de wolken. Het woord, dat hier voor boog gebruikt wordt heeft te maken met de pijl en boog, het wapen, niet met een poort of zo, wat ook wel eens gedacht wordt. God hangt zijn wapens, waarmee Hij zich een keer tegen de mensen gekeerd heeft, voor iedereen zichtbaar, in de wolken, zoals wij soms een geweer aan de schoorsteen kunnen hangen dat niet' meer gebruikt wordt.
De strijdbijl wordt begraven, er daagt een nieuw begin.
Nooit meer hoef je bang te zijn dat er iets over je komt waaruit geen redding meer mogelijk is. Nooit meer zal Ik tegenover de mens gaan staan en het kwaad zijn gang laten gaan. Dat beloof Ik, zo zegt God. Nooit meer zal Ik mijn geduld verliezen en de mensen en hun kwaad zo hun gang laten gaan dat ze ten onder zullen gaan in hun kwaad. Steeds opnieuw zal Ik er paal en perk aan blijven stellen. En God sluit een verbond met de mens, verbindt zich aan hem en aan zijn lot, tot redding, tot heil, en Hij geeft hem opnieuw de wereld in handen, om er wat van te maken. Dat verbond heeft God vernieuwd in zijn Zoon. Hij voer over de wateren van de dood naar het droge van een nieuwe toekomst. Dat verbond vernieuwt Hij dag aan dag met ons ..."
Hij belooft ons, dat wij "niet uit Zijn handen kunnen vallen". En telkens als we de regenboog zien, worden we er aan herinnerd.
"Niet dat er nooit meer watersnood zal zijn. Niet dat mensen niet meer zullen verdrinken. Niet dat ons niets meer overkomen zal. Maar dat God zich voorgoed aan onze kant gesteld heeft."
Nooit meer zal een vloed zoveel ruimte krijgen, dat hij de hele wereld zal kunnen bedekken.
Het slot van de preek was zó: ,,wij zijn net als Noach opnieuw thuis gekomen. Onze voeten hebben weer vertrouwde grond onder de voeten. Ook voor ons is er de gelegenheid om opnieuw te beginnen: heel concreet hier in de Bommelerwaard nadat we een week de tijd gehad hebben om ons te realiseren wat belangrijk voor ons is, wat ons leven uitmaakt. Een ervaring rijker denken we voortaan misschien anders over onze spullen, over elkaar, en denken we misschien ook anders over diegenen die veel verder van huis dan wij om onze gastvrijheid vragen. Een nieuw begin, ook vandaag, hier in deze dienst, met de vergeving en de zegen van onze Heer in onze harten, als mensen van God op weg gezet om de aarde te bewerken en te bewaren zoals God, om er iets goeds van te maken, aan dreiging en kwaad paal en perk te stellen, met Gods hulp. Amen."
Een troostrijk woord. Die troost konden we tijdens en na de evacuatie wel gebruiken. Het was niet niks. De dreiging van het water was er. En als de dijken waren doorgebroken, dan waren we nu nog niet uit de narigheid geweest. Drogen kost nu eenmaal tijd. In de dienst te Rossum werd o.a. gezongen Lied 447 : 1 en 3:
"God gaat zijn ongekende gang
vol donkre majesteit,
die in de zee zijn voetstap plant
en op de wolken rijdt.
Geliefden Gods, schept nieuwe moed,
de wolken die gij vreest.
zijn zwaar van regen, overvloed
van zegen die geneest."