Verwetenschappelijking van het geloof?

1995-06-16
  • Jaargang 39
  • nummer 12
Op zich waardeer ik het, dat br. J.C. Plooy op mijn laatste artikel over de omgang met veranderingen in de samenleving gereageerd heeft. De zaak is er belangrijk genoeg voor! Mijn artikel was ook niet anders dan een aanzet tot bezinning en dankzij de reaktie van br. Plooy kan die bezinning een vervolg krijgen. Voordat ik echter op zijn bezwaren inga, moet ik beginnen met een behoorlijke bijstelling van de uitleg die hij van mijn zienswijze geeft.

Een fundamenteel misverstand Br. Plooy leidt zijn bezwaren tegen mijn artikel als volgt in: Er is in de hedendaagse theologie een sterke tendens, de moeilijkheid van het begrijpen van Gods Woord zozeer te benadrukken, dat zij tot een fundamenteel probleem wordt. Men spreekt dan van het 'hermeneutische probleem'.
Met deze zinnen plaatst br. Plooy mijn artikel binnen een context, waarin het zich niet bevindt. Ik beweer niet - zoals br. Plooy meent - 'dat onze tijd en cultuur zozeer verschillend zijn van die waarin de Bijbel is ontstaan, dat het op zijn minst twijfelachtig is of wij überhaupt nog in staat zijn, de Bijbel te begrijpen'. Stel dat ik dit zou beweren, hoe zou ik dan ooit 'dienaar van het Woord' kunnen zijn!?
Ook de artikelenreeks zelf weerspreekt deze uitleg. De grondgedachte daarvan is immers, dat in de Bijbel 'de mens' wordt aangesproken, de mens van alle plaatsen en alle eeuwen. Dit impliceert dat de Bijbel ook voor ons verstaanbaar is, ondanks de grote afstand die er in veel opzichten tussen ons en de Bijbel bestaat. Tenslotte staat de door br. Plooy gegeven interpretatie haaks op het door hem bestreden artikel zelf. Daarin staat t.a.v. de verhouding tussen man en vrouw nergens, dat wij niet kunnen begrijpen wat bedoeld wordt. M.i. kunnen wij de betekenis van de vermaning 'Vrouwen, weest uw man onderdanig' wèl op het spoor komen. Alleen constateerde ik, dat veel Ned. Gereformeerden deze vermaning heel moeilijk kunnen inpassen in hun beleving van de man-vrouw verhouding.
Ook andere orthodoxe christenen worden ondanks hun grote eerbied en liefde voor de Heilige Schrift door vermaningen als deze in verlegenheid gebracht. Zoekend naar de oorzaak hiervan wees ik op de ingrijpende verandering, de Copernicaanse wending, die zich deze eeuw voltrokken heeft in de verhouding tussen man en vrouw.

Br. Plooy plaatst mij dus in een hoek waarin ik meen niet te zitten. Het kan niet anders, of deze misvatting werkt door in zijn kritiek. Wanneer br. Plooy bijv. schrijft: "Het is namelijk helemaal niet waar dat wij niet meer kunnen begrijpen waar de Bijbel het over heeft", vecht hij tegen een front waar ik me niet bevind. Idem wanneer hij schrijft: "Wij mogen er daarbij zeker van zijn, dat wij kunnen begrijpen wat wij lezen. Natuurlijk moeten wij daar dan wel enige moeite voor doen".
Hoewel ik deze formulering met het oog op vele bijzondere gevallen rijkelijk optimistisch vind, ben ik het er in zijn algemeenheid wel mee eens.

Diskussie moeilijk, maar mogelijk
Toch is de kritiek van br. Plooy niet zo eenzijdig op dit misverstand gebaseerd dat een verder gesprek in dit stadium zinloos is. Als ik me niet vergis zijn er een tweetal bezwaren, die beide teruggaan op het feit, dat ik van Copernicaanse wendingen, m.n. van een Copernicaanse wending in de verhouding tussen man en vrouw, spreek.
Br. Plooy acht dit een onjuist toepassen van ontwikkelingen in de natuurwetenschap op het lezen van de Bijbel.
Ten eerste, omdat Copernicaanse wendingen in de natuurwetenschap zich opdringen, terwijl het anders lezen van de Bijbel z.i. een bewuste keuze is. Een hermeneutisch vraagstuk dringt zich niet op, het wordt kunstmatig door de wetenschap in het leven geroepen. Het tweede bezwaar van br. Plooy sluit hierbij aan. Aan mijn artikel ziet hij een verwetenschappelijking van het geloof ten grondslag liggen. Ik zou een theoretisch probleem opdringen aan de gelovige. De gelovige lezer van de Bijbel heeft geen probleem, omdat hij heel goed met tegenstrijdigheden en spanningen in de Bijbel leven kan. Toegespitst op de verhouding tussen man en vrouw: er zijn ook nu nog genoeg christenen, die in staat zijn de essentie van de bijbelse richtlijnen te begrijpen en te beleven.

Nu valt het me niet mee om op deze kritiek in te gaan. Ten eerste, omdat hetgeen br. Plooy ter sprake brengt moeilijke materie is, voor mij althans.
De kritiek beweegt zich op het vlak van de voorvragen: de verhouding tussen geloof en wetenschap, kerk en school (zou Noordmans zeggen). Ten tweede heeft het bovengenoemde misverstand me voorzichtig gemaakt.
Daaruit blijkt hoe moeilijk het is je gedachten zo klaar en helder onder woorden te brengen, dat datgene wat je zeggen wilt, zuiver en zonder storingen overkomt. En het laat ook zien hoe moeilijk het is om andermans woorden zo te beluisteren, dat zijn bedoelingen niet bedolven worden onder de associaties, die zich gedurende je leven in jouw hoofd gevormd hebben. Wat verstaat br. Plooy precies onder 'geloof' en 'wetenschap'?
Als hij schrijft, dat we in de gelovige omgang met Gods Woord best kunnen leven met tegenstrijdigheden en spanningen, beaam ik dat heel hartelijk.
Maar juist degenen die het hardst strijden tegen 'de verwetenschappelijking van de theologie' behoren tot de christenen die het minst met tegenstrijdigheden in de Bijbel kunnen leven! Wat is binnen deze context gelovig lezen en wetenschappelijk lezen? Sowieso heb ik moeite met de wijze waarop br. Plooy het gelovig lezen van de Schrift uitspeelt tegen het wetenschappelijk lezen ervan. Afhankelijk van de invulling die gelovig en wetenschappelijk lezen krijgen, hoeft hier geen tegenstelling te liggen.
Mijn indruk is dus, dat br. Plooy met een begrippenapparaat werkt, dat het mijne niet is, zonder dat ik precies weet wat het zijne inhoudt. Dit bemoeilijkt een zinvol gesprek. Vandaar dat ik me in mijn reaktie beperk tot datgene wat ik met enige zekerheid uit de kritiek van br. Plooy kan opmaken.

Geen Gestaltswitch
Eerst maar het gebruik van de uitdrukking 'Copernicaanse wending'. Br. Plooy maakt daaruit op, dat ik een 'Gestaltswitch', een radikale omwenteling in het lezen van de Bijbel, voorsta.
Dat is geenszins het geval. Als er al sprake is van een 'Gestaltswitch', dan die welke door het gelovig lezen van de Bijbel in ons leven veroorzaakt wordt!! Nee, het is allemaal veel concreter en practischer. Het heeft te maken met de kennisbagage waarmee je als mens(heid) de Bijbel leest.
Die kennis is - net als alle andere kennis - een veranderlijke grootheid.
Zo kan de betekenis van een hebreeuws woord bijgesteld moeten worden ten gevolge van de vermeerderde kennis van de semitische talen.
En die bijstelling kan consequenties hebben voor de uitleg van één of meerdere bijbelteksten. Kennis is een veranderlijke grootheid en kennisvermeerdering kan leiden tot herlezing van de Bijbel en soms tot de herziening van een bepaalde uitleg.
De consequenties van onze kennisvermeerdering zijn meestal klein.
Indien op een bepaald punt de kennisvermeerdering echter groot is en ingrijpend, zo groot, dat je kunt spreken van een 'Copernicaanse wending', dan kunnen de consequenties voor het lezen van de Schrift ook groot zijn.
Als bijv. komt vast te staan, dat de aarde rond is, om haar as draait, zich in een baan om de zon beweegt, mogelijk al heel oud is enz., dan zijn ook deze gegevens van invloed op je lezen van de Bijbel, net zoals de betekenisverandering van een hebreeuws woord van invloed is op de manier waarop je de Bijbel leest.
Eén ding verandert echter niet: de Bijbel is en blijft het Woord van God! Nu, ook de manier waarop wij tegenwoordig de verhouding tussen man en vrouw zien en beleven is een stukje kennis. Een stukje kennis dat bij de uitleg van de Bijbel net zo min verzwegen kan worden, als de kennis omtrent de hebreeuwse taal en de kennis van het heelal. En de vraag die ik in mijn artikel gesteld heb luidde: Welke gevolgen mag dit stukje kennisvermeerdering voor de manier waarop we het onderricht in de Schrift betreffende de verhouding tussen man en vrouw verstaan?

Een theoretisch probleem?
Dan verwijt br. Plooy mij, dat ik een theoretisch probleem opwerp, ja, aan de gelovige opdring. Dit ontken ik.
Geregeld maak ik het volgende mee.
Een gelovige jongen en meisje komen bij me om zich voor te bereiden op hun huwelijk. Ik verzoek hen samen het huwelijksformulier te lezen, zodat we dat de volgende keer kunnen doorspreken.
Vraag ik die keer wat zij van het formulier vonden, dan is de kans heel groot, dat zij beginnen enig protest aan te tekenen tegen het onderdanig moeten zijn van de vrouw. Dat kan niet in de eigen beleving van de relatie worden ingepast. Hun ouders kunnen dat overigens ook niet meer.
En eerlijk gezegd geldt dit ook voor mijzelf. Onze onderlinge omgang wordt niet meer bepaald door de rangorde en gezagsverhouding die doorklinken in de woorden hoofd en onderdanigheid.
Man en vrouw trekken in hun huwelijk als gelijkwaardige partners op, met elkaar en soms - zeker in mijn geval is dat wel eens hard nodig - tegenover elkaar. We zijn dankbaar voor de harmonie die we hierin gevonden hebben.
Maar, werpt br. Plooy tegen, er zijn ook nu genoeg christenen die deze bijbelse vermaning wel in praktijk brengen. Dat heb ik ook niet ontkend.
Het is wel de vraag hoe je dit moet taxeren. Ik schreef: ... hoe meer een kerkverband is opgenomen in de samenleving, hoe eerder dit (het verschil tussen het bijbelse voorschrift en de eigen beleving) gevoeld wordt ... Wat andere christenen - nog! - in praktijk kunnen brengen, is het overgrote deel van de Ned. Gereformeerden onmogelijk geworden. En dan nog, tot in de tse eeuw waren, sterker, tot op de dag van vandaag zijn er christenen, die er van overtuigd zijn dat de zon om de aarde draait. Maar zij zijn toch geen norm voor degenen die de indruk hebben dat het omgekeerde het geval is?
M.i. ben ik dus geen theoreticus die een elite-probleem aan de orde stelt.
De praktijk laat zien, dat er voor vele gelovige christenen wel degelijk een hermeneutisch probleem bestaat, ook al zullen ze het nooit zo noemen.

Ongehoorzaamheid of dankbaarheid?
Maar, hoe ga je met dit probleem om?
Br. Plooy schrijft: Het niet kunnen begrijpen en beleven van Gods normen houdt mijns inziens meer verband met de wereldse neiging om zich af te sluiten voor alles wat niet met het verstand wordt doorzien, dan met een fundamenteel 'hermeneutisch probleem'.
Hij trekt de veranderde beleving dus in de sfeer van de ongehoorzaamheid.
Op het eerste gezicht heeft hij gelijk. In de kerk van Christus mag de beleving van de gelovige niet tot norm worden verheven. Maar dan vraag ik me af: Hoe komt het dan, dat veel christenen de gelijkwaardige omgang tussen man en vrouw in dankbaarheid beleven, met een volstrekt rein geweten en als een gave van God? Hoe komt het dat er bij hen geen alarmbelletjes overgaan, als zij uit het hoofd zijn van de man niet meer die consequenties trekken, die in het N.T. getrokken worden? Er staat toch in de Schrift: "Het is duidelijk, wat de werken van het vlees zijn" (Gal. 5:19)! Duidelijk ligt het hier blijkbaar niet. Het is dit opzienbarende gegeven, dat mij de vrijmoedigheid geeft de vraagstelling te verbreden tot: Welke ruimte mag er in Christus zijn voor de man-vrouw verhouding, zoals wij die beleven, ondanks de vermaningen in de Schrift? Deze vrijmoedigheid is overigens mede in de hand gewerkt door de lezing van het boek van iemand, die niemand van ons zal verdenken van 'verwetenschappelijking van het geloof', t.w. A. Janse uit Biggekerke.

Eva'sDochteren
A. Janse heeft zich in Eva's Dochteren, oud-testamentische opvattingen over de plaats van de vrouw in de wereldgeschiedenis, Kampen 1923, intensief bezig gehouden met de verhouding tussen man en vrouw in de Schrift en in het heden. Van belang lijkt me het moment waarop Janse zijn opvattingen heeft gepubliceerd. Het is in 1923, slechts één jaar nadat het algemeen vrouwenkiesrecht in de Grondwet werd vastgelegd. Hoewel Janse daaraan niet refereert, lijkt het me niet uitgesloten, dat het één met het ander te maken heeft. Mij trof in dit boek de positieve waardering van de vrouwenemancipatie als vrucht van het christelijk geloof. Enerzijds moet Janse niets hebben van het ongeestelijk en ongelovig in de weg van revolutie bevechten van gelijke rechten. Het is een anti-revolutionair geschrift van het zuiverste water! Geen revolutie, maar evolutie. Voortdurend onderstreept hij dat de weg van het dulden en lijden, uiteindelijk zegenrijker is dan de weg van de furie en de strijd.
Anderzijds waardeert hij de gelijkberechtiging van man en vrouw zondermeer positief. Hij meent, dat de HEERE in de loop van de eeuwen middels de weg van de evolutie de vrouw een aan de man gelijkwaardiger positie heeft gegeven.
Heel opmerkelijk is, dat Janse zelfs de machtsgelijkheid van man en vrouw als een vrucht van dat proces ziet!
Ergens schrijft hij: Niemand die de zaken nuchter beziet, kan ontkennen, dat dit mondig worden (van de vrouw, JMM) een vooruitgang, een in zeker opzicht gelukkiger-worden, betekent voor de betrokken partijen (pg. 33).
M.n. deze zin wil ik in dit verband naar voren brengen. Janse schrijft: Niemand die de zaken nuchter beziet kan ontkennen etc .. Waarop grondt hij hier zijn positieve waardering van het mondig worden van de vrouw? Niet op de Schrift, maar op een nuchter bezien van de feiten, op common sense, op wat wij zouden noemen 'ervaring'. En wat Janse in zijn boek doet, is deze nuchtere vaststelling 'in Christus' te integreren in een Schriftuurlijke visie op de geschiedenis.
Nu is A. Janse niet canoniek. Maar dat uitgerekend zo'n ootmoedig hoorder naar de Schrift de veranderde verhouding tussen man en vrouw zo positief waardeert en probeert deze te integreren in een Schriftuurlijke visie op de tijd, mag de vrijmoedigheid geven in die richting verder te zoeken. Met 'verwetenschappelijking van het geloof' heeft dit niets te maken. Het is vooral een zaak van biddend kloppen op de Schrift, midden in het leven zoekend naar datgene wat de Geest ook nu nog tot de gemeente te zeggen heeft.
Hoewel ik niet op alle opmerkingen van br. Plooy kon ingaan, hoop ik toch, dat ik door deze reaktie zijn ernstige bezwaren enigszins weggenomen heb. Mocht dit niet het geval zijn, dan wacht ik zijn mogelijk nieuwe reaktie af.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief