Toenemende verjoodsing
1995-06-16
Ondanks alle sympathie, die we voor het joodse volk hebben, moeten we ons er voor wachten de bijbel uit te leggen vanuit de joodse traditie. Ik noemde reeds de naam van Dr. G.H. Cohen Stuart, die ik in 1987 in Jeruzalem ontmoette.- Jaargang 39
- nummer 12
In januari 1993 stond in 'Christenen voor Israel' een interview met hem. Er boven stond 'Dr. Cohen Stuart over de revolutie in de exegese' en daaronder stond in vette letters: 'Talmoed essentieel bij verstaan Nieuwe Testament'.
Ik neem enkele uitspraken over: "De joodse traditie heeft elementen die je helpen om het nieuwe Testament te verstaan. Ik denk dat dit onderwerp de meeste weerklank heeft. De mensen zijn hongerig om dat soort dingen te leren. Hun voorgangers weten er vaak geen lor van..."
Zo, daar kunnen de voorgangers het mee doen.
Maar wat moet ik met die opmerking, dat de talmoed (de neerslag van eeuwenlange joodse discussies over de toepassing van Gods woord in het dagelijks leven) essentieel is bij het verstaan van het Nieuwe Testament?
Ik heb in 1987 die vraag aan Cohen Stuart gesteld en daarbij gewezen op wat Paulus zegt in 2 Kor. 3:12 e.v. "Nu wij zulk een verwachting hebben, treden wij met volle vrijmoedigheid op, geheel anders dan Mozes, die een bedekking voor zijn gelaat deed, opdat de kinderen Israëls geen blik zouden slaan op het einde van hetgeen moest verdwijnen. Maar hun gedachten werden verhard. Want tot heden toe blijft dezelfde bedekking over de voorlezing van het oude verbond zonder weggenomen te worden, omdat zij slechts in Christus verdwijnt. Ja, tot heden toe ligt, telkens wanneer Mozes voorgelezen wordt, een bedekking over hun hart, maar telkens wanneer iemand zich tot de Here bekeerd heeft, wordt de bedekking weggenomen."
Opmerkelijk, dat Paulus direkt na deze woorden wijst op Gods Geest, die vrijheid brengt, en op verandering, die wij als gelovige christenen ondergaan, omdat die bedekking is weggenomen.
Het antwoord van Cohen Stuart op mijn opmerkingen was duidelijk afwijzend en hij wilde er niets van weten.
Ik kreeg de indruk, dat hij over het algemeen weinig of geen 'tegenspel' kreeg, als hij voor groepen over zijn werk in Israël sprak. Hij benadrukte nogal, dat Jezus een jood was en dat het Nieuwe Testament eigenlijk een joods boek is. Toen ik hem vroeg of we niet beter kunnen zeggen, dat het nieuwe testament een christelijk boek is, gooide hij dat ver weg.
In 'Koers' van 22 december 1994 stond een artikel over 'De wisselende visie op Israël', waarin ook Cohen Stuart aan het woord komt. Hij is duidelijk tegen evangelisatie onder joden (vroeger heette dat 'jodenzending'): "De Jood Jezus is in de loop van de eeuwen omgevormd tot een Griekse halfgod. Het is voor ons zelf al een probleem om door deze verandering een goed godsbeeld te krijgen. Als we de Joden hiermee willen opzadelen, is dat geen goede zaak. Daarbij komt dat Joden die Jezus als Messias aannemen meestal uit de eigen gemeenschap worden gestoten. Zij raken zodoende in een geweldig identiteitsconflict, en worden er vaak doodongelukkig van. Maar als je een Jood helpt terug te zetten op de weg van Mozes dan zeg ik: oké."
Dus terug onder de bedekking (2 Kor. 3)? Wat gezegd wordt over een identiteitsconflict zal voor een deel wel waar zijn. Maar waarom niet gesproken over joden, die christen werden, en vertelden, dat ze toen pas echt de psalmen konden zingen? Die zijn er ook!
Kent Cohen Stuart ze niet? Jammer!
Jezus heeft wat nieuws gebracht, iets groots toegevoegd aan het 'oude' verbond, omdat hij met het 'nieuwe' kwam.
Cohen Stuart zal het ongetwijfeld goed bedoelen, maar in zijn ijver voor een gesprek tussen christenen en jodenen dat is goed - zet hij zich teveel af tegen christenen. En natuurlijk: christenen maakten en maken fouten tegenover joden, in Israël en elders.
Maar joden maken ook fouten tegenover christenen, in Israël en elders.
Toen ik er in 1987 op wees, dat joden het kruis bij het klooster St. George tussen Jeruzalem en Jericho hadden beschoten, werden Cohen Stuart en zijn vrouw nogal boos. Jammer, want een gesprek tussen joden en christenen vraagt om eerlijkheid. En het aandeel van ons als christenen hierin zal gedragen moeten zijn door de liefde van en voor onze Heiland.
Mevrouw Cohen Stuart noemde me een antisemiet. En ze meende het.
Jammer! Geef mij dan m'n joodse vriend maar!