Macht en dienst

1995-08-11
  • Jaargang 39
  • nummer 16
Wij leven in een tijd van grote veranderingen op religieus gebied. De secularisatie trekt diepe sporen door de kerken en door de levens van veel leden van die kerken. Dat te constateren is niet echt origineel: we zijn er immers langzamerhand allemaal wel van doordrongen geraakt. Iets anders is het om, komend vanuit het verleden, leven in het heden, lijnen uit te zetten naar de toekomst.

Naar mijn indruk zijn wij over het algemeen meer bedreven in het vanuit het verleden kritiseren van het heden (wat terdege nodig is!), dan in het uitzetten van een pad naar de toekomst toe (wat evenzeer nodig is). Wij lopen het risiko z6zeer gefixeerd te zijn op wat we zijn kwijtgeraakt, dat we aan datgene wat we wél hebben nauwelijks nog aandacht schenken; met als gevolg dat we ons meer en meer gaan terugtrekken in ons eigen veilige kerkkringetje, waardoor tenslotte de rijkdom die we - in Christus! - hebben, verschraalt tot dood kapitaal.

Macht
Eén van de gevolgen van de secularisatie is in elk geval dat wij als kerk(en) de macht kwijt zijn. Er is een tijd geweest waarin de kerk een machtsfactor van betekenis was in de samenleving, die ook dikwijls in staat was haar mening dwingend op te leggen aan die samenleving. De kerk deed ergens een uitspraak over, en die werd door de samenleving overgenomen; werd vaak ook overgenomen door de wetgever; heel wat wetten hebben hun formulering gekregen mede door toedoen van de kerk. Dat is nu afgelopen. Als kerk hebben wij die macht niet meer. Die zijn we kwijt; en die zijn we ook voorgoed kwijt.

Ons bezit?
Ik zou willen overwegen of wij vandaag wellicht onze winst kunnen doen met het woord uit Hebreeën 10 dat u hierboven ziet staan. In dit vers wordt gerefereerd aan een voorschrift dat bekend is uit het Romeinse recht: bij zware vergrijpen kon als begeleidende straf de verbeurdverklaring van het bezit van de veroordeelde worden opgelegd. Blijkbaar is die bepaling al op een vroeg moment in de geschiedenis van de kerk ook op Christenen toegepast. En zo is deze mensen hun bezit ontnomen; ja, het is ze ontroofd, dat wil zeggen: er was totaal geen reden voor deze zware maatregel. Zij hadden immers geen enkele wandaad begaan; hun enige misdrijf bestond hierin dat ze Christen waren. En de straf daarvoor: verlies van hun bezit.
En nu het wonderlijke: dit absoluut ongemotiveerde optreden van de overheid hebben deze mensen blijmoedig aanvaard. Ze hebben niet moord en brand geschreeuwd, ze zijn niet naar de rechtbank gerend om een proces aan te spannen, ze hebben geen protestdemonstratie georganiseerd tegen dit schreeuwend onrecht - niets van dat al: zij hebben de roof van hun bezit blijmoedig aanvaard. Ja, blijmoedig! Dat is dus ook nog weer heel wat anders dan dat je je handenwringend zit te verbijten vanwege je eigen machteloosheid, maar waar je je dan tenslotte maar bij neerlegt omdat je er toch niks aan kunt doen. Nee, blijmoedig! Wat er ook gebeurde, de vreugde in de Here, de blijdschap om de verlossing door Christus, voerde onstuitbaar de boventoon in hun leven. Dat was werkelijk door niks en niemand kapot te krijgen!

Vandaag
Nee, ons materiële bezit loopt vandaag geen gevaar; dat zal ons niet afgepakt worden (dat zou, tussen haakjes, ook wel heel dom zijn van de duivel; wie haalt nou één van z'n wapens uit de strijd?!). Maar wij raken wel iets anders kwijt: de macht. Terwijl we als kerk in ons Christelijke deel van de wereld eeuwenlang dachten dat de macht ons bezit was, dat we die vast in handen hadden, maken wij het mee dat 'ons bezit' ons meer en meer wordt afgenomen.
De Hebreeën hebben het blijmoedig aanvaard. Dat is vandaag de dag niet onze sterkste kant. Wij zijn meer geneigd te treuren over de slechte tijd waarin we leven, waarin alles achteruit gaat, dan dat we diezelfde blijmoedigheid ten toon spreiden die blijkbaar zo kenmerkend was voor de Hebreeën - althans: die dat in een bepaalde periode was geweest: "Herinnert u de dagen van weleer", zegt de schrijver, terugblikkend op een periode in het verleden (vers 32); en dan ook de oproep voor het heden: "Geeft dan uw vrijmoedigheid niet prijs" (vers 35); want "gij hebt volharding nodig"! (vers 36). Dat wil zeggen: vroeger was er die blijmoedigheid; laat die er nou ook vandaag zijn. Daar moesten dus ook die Hebreeën zich wel degelijk voor inzetten.
't Is niet zo dat het er voor hen volautomatisch was, terwijl het voor ons een heel moeilijke klus is, nee, wij worden allen telkens weer opgeroepen om onze kracht te zoeken in de Here, en dan van daaruit blijmoedig te leven.

Nieuwe inhoud
Maar hoe geef je dat nou handen en voeten? Nu, daar is natuurlijk niet één antwoord op, dat het juiste zou zijn, met uitsluiting van alle andere. Maar ik wil toch wel iets noemen wat naar mijn idee belangrijk is. Ik denk aan Schriftwoorden die zich juist in onze tijd aanbieden om opnieuw met inhoud gevuld te worden. Of liever: woorden die in onze tijd de gelegenheid krijgen om weer open te gaan met heel de rijkdom van hun oorspronkelijke betekenis. Ik wil twee van die woorden noemen niet omdat er geen andere zouden zijn, maar wel om aan de hand van die twee iets van het spoor aan te geven waarin ik zou willen denken.
Het eerste is Filippenzen 4:5a: "Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend"; en het tweede Romeinen 12:21 b: "Overwin het kwade door het goede". Natuurlijk: dat zijn woorden die door alle eeuwen heentin de bijbel hebben gestaan, maar waarvan de werkelijke betekenis toch haast niet tot in alle diepte kon doordringen in een tijd waarin de kerk ook nog zoveel andere ijzers in het vuur had. Als je immers de macht tot je beschikking hebt, als je in de gelegenheid bent om met kracht en met geweld het kwade te lijf te gaan, dan hoeft het niemand te verbazen wanneer men in zo'n tijd - volkomen te goeder trouw! - naar machtsmiddelen greep om de strijd te voeren waarvan men in alle eerlijkheid overtuigd was dat die van Godswege gevoerd moest worden.Gevolg was wel dat vriendelijkheid eeuwenlang zeker niet de meest in het oog springende karaktertrek was van de kerk. Vriendelijkheid en macht laten zich nu eenmaal niet zo goed tot een harmonische eenheid verbinden.

Dienst
Nu wij de macht kwijt zijn, komt er weer ruimte vrij om terug te gaan naar de oorspronkelijke roeping van de kerk: te gaan in het spoor van Hem die niet gekomen is om gediend te worden, maar om zelf te dienen. Machtsmiddelen passen niet bij de kerk - hebben nooit bij de kerk gepast, maar passen er zeker vandaag niet bij. Het werkt ook niet. Misschien is er een tijd geweest waarin het wél werkte, maar vandaag is dat voorgoed voorbij. Een kerk die met machtsmiddelen haar doel wil bereiken, zal het uiteindelijk altijd verliezen. Daarom: zet er als kerk in deze tijd alles op om niet de macht, maar de dienst in het middelpunt te zetten; niet de macht, maar de genade. Daar moeten we 't van hebben: van het met hart en ziel leven vanuit die genade. En daar zullen we dan ook steeds meer op worden teruggeworpen. Maar daarin ligt dan ook een grote belofte.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief