Bladerend in de eerste jaargang (1)
2007-06-08
Bladeren in de eerste jaargang van Opbouw is een boeiende bezigheid. Een aantal bijdragen lees je met bewondering, een enkele met vertedering, vele met verbazing. Sommige artikelen zijn vreselijk achterhaald, andere nog hoogst actueel; om heel wat visies van toen kun je anno 2007 alleen nog maar (glim)lachen. Tot je je realiseert dat dit wel je eigen wereld, je eigen denken van toen is. Een mooi moment om te leren relativeren. Hoe zullen lezers over 50 jaar naar Opbouw van 2007 kijken? Maar leuk om te lezen. In de komende nummers willen we er iets van doorgeven.- Jaargang 51
- nummer 12
Maar vooraf wil ik graag iets vertellen over de aanleiding tot het ontstaan van Opbouw, want die is minder vriendelijk dan het bestuur aangaf in het nummer van 16 maart. Opbouw is uit nood geboren.
Zo omstreeks 1950 begonnen zich in de vrijgemaakte kerken twee richtingen af te tekenen. Grof voorgesteld: de - verreweg grootste - groep die de kerk als de ene ware kerk zag, en zich vanuit die visie sterk maakte voor de daarbij behorende zuil.
Je moest ijveren voor wat de doorgaande reformatie genoemd werd. In de praktijk betekende dat het stichten van eigen scholen, een eigen politieke partij (het GPV), een eigen vakbond. Later ook een vrijgemaakte reisvereniging, een dito omroep, enzovoort. Allemaal gesloten vrijgemaakte organisaties, want met leden van niet-ware kerken was samenwerking niet mogelijk. ‘Met synodalen kon je niet samen bidden’. De andere richting bestond uit vrijgemaakten die een wat ruimere kerkopvatting hadden. Zij vonden dat je wel met gelovigen uit andere kerken kon samenwerken in algemeen christelijke organisaties. Het lijken nu misschien twee verschillende opvattingen, maar het werd op het scherp van de snede uitgevochten en
resulteerde uiteindelijk in het ontstaan van de NGK.
Ontslag
Hèt vrijgemaakte weekblad was in die jaren De Reformatie, waarin voor beide opvattingen ruimte was. Die ruimte was de uitgever van het blad, in de persoon van de heer K.C. van Spronsen, een doorn in het oog.
Volgens hem hoorde het blad leiding te geven in één richting en wel die van de GKV als enige ware kerk met alle consequenties van dien. Hij plaatste met dat doel artikelen die de redactie niet eens gezien had en schrapte een door de redacteuren aangeleverde bijdrage. Het gevolg was een conflict dat escaleerde en dat de uitgever krachtdadig beëindigde door de redactie in zijn geheel te ontslaan en zelf een nieuwe samen te stellen. Dat gebeurde in maart 1956.
Monddood
Ik herinner me nog goed de verontwaardiging bij velen - ook bij mij zelf - over de gang van zaken bij De Reformatie. En de boosheid omdat broeders met wie je je verbonden voelde monddood gemaakt waren. En daarna de blijdschap toen de ideeën voor een ander blad vorm gingen krijgen.
De spanning: zou er voor het blad genoeg belangstelling zijn?
De redactie werd gevormd door de ontslagen Reformatieredacteuren, de hoogleraren Jager en Veenhof samen met ondernemer Groen. Eén ding stond voor de stichters van het nieuwe blad vast: het mocht niet uitgeleverd worden aan de willekeur van een uitgever, maar moest uitgaan van een vereniging, waarvan de leden het beslissingsrecht hebben. Vandaar dat u voorop Opbouw elke keer kunt lezen dat het blad een uitgave is van de NG Persvereniging Opbouw.
Vrouwen
Mijn ruimte is vol. De rest houdt U te goed. Nog één dingetje. Naar vrouwelijke auteurs zoek je in die eerste jaargangen tevergeefs. Aan de mogelijkheid wordt kennelijk niet eens gedacht: in de inleiding zegt de redactie op zoek te zijn naar broeders die schrijven kunnen. Voor vrouwelijke lezers is er overigens wel een eigen rubriek: ‘Elke wijze vrouw bouwt haar huis [Spr. 14:1]’ Uiteraard niet door een vrouw geschreven, maar door ene Huismans.
Jan Lakerveld is neerlandicus en lid van de NGK te Emmeloord.