Lofprijzing
1995-08-11
Geloofd zij de Here, de God van Israël. Dat zijn de eerste woorden van Zacharias, die een einde maken aan zijn periode van zwijgen. Het allereerste wat hij zegt is: een lofprijzing. Er is bij hem geen spoor van wrok of verwijt jegens de Here, omdat hij zolang niet heeft kunnen praten. Zulke mensen zijn er ook, nietwaar? Wanneer er minder aangename dingen gebeuren in hun leven, nemen ze de Here kwalijk en blijven ze er maar over doorzeuren, ook nog als het al achter de rug is. Bij Zacharias is daar geen sprake van. Daar kunnen wij nog wat van leren.- Jaargang 39
- nummer 16
Zacharias geeft ook aan waarom hij de Here looft: want hij heeft omgezien naar zijn volk en heeft het verlossing gebracht en heeft ons een hoorn des heils opgericht in het huis van David, zijn knecht.
Ik denk dat de mensen die naar Zacharias stonden te luisteren, er geen touw aan vast konden knopen. De Here heeft zijn volk verlossing gebracht? Nou, nou, zullen ze gedacht hebben, dat is ook zwaar overtrokken. Natuurlijk is de geboorte van Johannes een wonder. Natuurlijk mogen Zacharias en Elisabeth daar Gods hand in zien. Maar om nu te zeggend dat de Here verlossing heeft gebracht voor zijn volk, dat gaat toch echt te ver. En dat de Here een hoorn des heils heeft opgericht in het huis van David, slaat helemaal nergens op. Want dat kind, Johannes, behoort helemaal niet tot het huis van David. Zacharias behoort tot de stam van Levi. Hij kan dan nu wel weer praten, maar het heeft er alles van weg dat hij wartaal uitslaat.
Maar wat zij niet wisten, wist Zacharias wel. Maria was bij hem en Elisabeth op bezoek geweest. Ze wisten dat God inmiddels de grote Zoon van David verwekt had, de hoorn des heils, de Messias.