Lofoffers

1995-08-25
  • Jaargang 39
  • nummer 17
"Laten wij dan door Hem Gode voortdurend een lofoffer brengen, namelijk de vrucht onzer lippen die zijn naam belijden."(Hebreeën 13:15)

Als de adem in en uit,
dag aan dag, van het begin
tot het einde van de dagen
God lofoffers op te dragen.

In de kringloop van de tijd,
na de winter en het snoeien
blaadjes krijgen, openbloeien,
vruchten dragen, die gaan groeien.

Heer, te vaak nog val ik stil.
De dagen worden zwart en kil,
uren vol verspeelde kansen.
Leer mij naar uw fluit te dansen.

Leer mij weer uw lof te zingen
dat ik U noem bij alle dingen,
U verkondig bij de kassa,
zegen strooiend in de massa.

Het de treinen na te juichen,
totdat alle mensen buigen
voor uw liefelijk gezicht
en, door U weer opgericht,
mee gaan zingen, levenslang,
wiegen bij de engelenzang.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief