Wat heeft Jeruzalem met Babylon te maken?
2007-06-08
Enige tijd geleden heeft dr. A.P. van Langevelde in Opbouw (jrg. 51, nr. 8) een stimulerende bespreking gegeven van het nieuwe boekje van prof. D. Holwerda, Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen. Ik wil hier graag nog op doorgaan door enkele voorbeelden te geven van voorstellen die prof. Holwerda doet ter verklaring van gedeelten uit het bijbelboek Openbaring, die mij buitengewoon waardevol lijken en die een sterk argument ten gunste van zijn invalshoek zijn.- Jaargang 51
- nummer 12
Deskundig gemeentelid
Er wordt vaak gepreekt over het bijbelboek Openbaring. Ik heb herhaaldelijk waarschuwingen gehoord dat het een moeilijk boek is en dat de gemeente zich inspanning moet getroosten om de bedoeling van de schrijver te vatten.
Meestal heeft de predikant dan voor één bepaalde uitleg gekozen en maakt hij zich niet meer druk over details uit het boek die daar onmogelijk mee te rijmen zijn. Het mooie van het boek van prof. Holwerda is dat hij het heeft geschreven als meelevend gemeentelid, daarbij gebruikmakend van zijn grote deskundigheid als classicus op het vlak van het lezen en uitleggen van Griekse teksten. En dat hij begonnen is met het aanwijzen van problemen in de uitleggingen die hij zoal onder ogen gekregen heeft.
Auteur en datering
Geen enkele schrijver over Openbaring ontkomt eraan te spreken over de auteur, de datum of de periode van schrijven en de bedoeling van het boek.
Wat de auteur betreft, ligt een identificatie met de schrijver van het Evangelie van Johannes voor de hand; maar heel wat uitleggers ontkennen dat en stellen als schrijver een ander voor, die eventueel ook Johannes geheten zou kunnen hebben. Maar de datering, dat is andere koek. Vrijwel iedereen denkt aan de tijd van keizer Domitianus (96 na Christus). Alleen prof. G.H. van Kooten heeft recent de aandacht getrokken met een datering in het jaar 67 na Christus (waarvoor ook prof. Holwerda kiest, maar om geheel andere redenen).
Bedoeling
En dan de bedoeling: wat wil dit bijbelboek? Wel, aan het slot staat het neerdalen van het nieuwe Jeruzalem centraal.
Waar is dat voor? Het moet wel de vervanging zijn van de grote stad waarvan de verwoesting in de vorige hoofdstukken uitvoerig beschreven is. Welke stad is dat? Die stad heet ‘Babylon’. Maar, zegt iedereen, daar wordt natuurlijk Rome mee bedoeld! En dan nog iets ruimer, alle anti-christelijke machten in de geschiedenis. Dan gaat het boek Openbaring zomaar ineens over het ‘voortwentelen der eeuwen’ in de loop van de wereldgeschiedenis. 1) En in die lijn kwam K.H. Kroon er toe Openbaring te beschrijven als een soort ondergrondse verzetsliteratuur (gedeeltelijk in code) van christenen die in groot gevaar voor hun leven verkeerden vanwege hun verzet tegen de Romeinse bezetters. 2) En ziet W.J. Ouweneel in de zeven brieven aan de gemeente van Azië een aanduiding van zeven opeenvolgende tijdperken in de wereldgeschiedenis. 3) Maar ieder gemeentelid dat een beetje bladert in het boek Openbaring, voelt op z’n klompen aan dat er dan wel enkele problemen rijzen. Als het boek in 96 na Christus geschreven is, en het eindigt met een visioen van een nieuw Jeruzalem, is het wel merkwaardig dat op geen enkele manier verwezen wordt naar het gruwelijk lot dat het aardse Jeruzalem heeft ondergaan in de jaren 66-70 na Christus, dat uitliep op zijn totale verwoesting.
Geen uitstel
Als het gaat over het voortwentelen van nu al zo veel eeuwen, is het een tikje opvallend dat in 10:6 een engel zweert bij God die leeft in alle eeuwigheden: ‘Er zal geen uitstel meer zijn’. Ik zelf kan nooit vatten, hoe enige voorganger het kan bestaan om die tekst rustig om zeep te helpen met de dooddoener: ‘duizend jaar is bij de HERE als één dag’. (Waarmee ik niet wil zeggen dat de apostel Petrus het in zijn tweede brief (3:8) als dooddoener gebruikt heeft!). En het wil er bij mij niet in wat W.J. Ouweneel schrijft: ‘Doet het uitstel van de wederkomst werkelijk geestelijk iets af aan het drievoudige ‘Zie, Ik kom spoedig’ in het boek?’ 4)
Vervolging?
En die mensen die zo goed weten dat het boek Openbaring gericht is op de christenvervolging door de Romeinen, verzuimen aan te geven, waaruit die vervolging nu blijkt. Zelfs het feit dat Johannes op Patmos verkeerde ‘om het woord van God en het getuigenis van Jezus’ (1:9), zegt op geen enkele manier dat zijn verblijf daar het gevolg is van ‘verdrukking’, laat staan dat de Romeinen daarvan de oorzaak waren.
Hij spreekt wel over ‘verdrukking’, maar de enige figuren die echt als kwaadaardig worden genoemd en die aanstichters van ‘verdrukking’ lijken te zijn, zijn mensen ‘die zeggen dat ze Joden zijn, doch het niet zijn, maar een synagoge des Satans’. Die zijn er blijkbaar de oorzaak van dat sommigen van Johannes’ broeders in de gevangenis gegooid worden (2:8 en 3:9)! En een ander die met name genoemd wordt, ‘de vrouw Izebel’ (2:20) kan ook onmogelijk iets met de Romeinen te maken hebben.
In de lijn van het NT
Maar wat veel erger is, is dat het boek Openbaring in veel van de traditionele benaderingen leidt tot conclusies die duidelijk in conflict komen met de doorgaande lijn van de prediking van het Nieuwe Testament. Dr. C. van der Waal heeft duidelijk laten zien dat als de Romeinse overheid hier als antichristelijke macht voorgesteld zou worden, dat een evident conflict oplevert met Paulus’ visie op de overheid in Romeinen 13 en met zijn oproep om voor overheden te bidden, maar ook met Jezus’ vermaning om ‘de keizer te geven wat van de keizer is’. 5) En het gedeelte in Openbaring 14:4 over ‘allen die zich niet met vrouwen hebben bevlekt, want zij zijn maagdelijk’, lijkt geen enkele ruimte te laten voor een christelijke visie op een rein en heilig huwelijksleven (terwijl nota bene het boek Openbaring hoog opgeeft van de bruiloft van het Lam – 19:6-10!). En de tekst over ‘de zielen onder het altaar’ (6:9) lijkt een scheiding tussen lichaam en ziel te hanteren die nergens elders in de bijbel voorkomt.
...en van het OT
Voor die levensgrote problemen reikt Holwerda zulke verrassende oplossingen aan, dat het verboden zou moeten worden om over het laatste bijbelboek te preken zonder serieus studie gemaakt te hebben van Holwerda’s boekje (en van zijn eerdere boek De Schrift opent een vergezicht). 6) Holwerda stelt voor om het spreken over ‘degenen die zich niet bevlekt hebben met vrouwen’ te zien als een verwijzing naar de gebeurtenissen in Baäl-Peor, die in Numeri 25 worden beschreven. Daar werden de Israëlieten, na de mislukking van Bileams optreden als ‘vervloeker’ van Israël, door de Moabieten op slinkse manier verleid om mee te doen met heidense feestelijkheden ter ere van de vruchtbaarheidsgod Baäl. Voor de tekst over ‘de zielen onder het altaar’ legt Holwerda een verbinding met Matteüs 23:35, waar de Here Jezus de joodse leiders in scherpe bewoordingen voorzegt, hoe zij door hun vervolging van Jezus en zijn volgelingen de maat van de zonden van hun vaderen zullen vol maken. Dan zal over hen komen ‘al het rechtvaardig bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van Zacharias, de zoon van Berekja, die gij vermoord hebt tussen het tempelhuis en het altaar. Voorwaar, Ik zeg u: Al deze dingen zullen komen over dit geslacht’. Deze ernstige voorzeggingen uit de evangeliën hebben volgens Holwerda de stof geleverd voor de visioenen van Johannes op Patmos. En het is grote winst dat daardoor de verbindende lijn tussen Jezus’ woorden tijdens zijn aardse optreden en zijn openbaring aan Johannesheel sterk zichtbaar wordt.
Jeruzalem
Over Holwerda’s voorstel om ‘Babylon’ in het boek Openbaring te duiden als geestelijke aanduiding voor Jeruzalem, net zoals diezelfde stad in 11:8 ‘Sodom en Egypte’ genoemd is, heeft Van Langevelde al geschreven. Het is wel buitengewoon kortzichtig van E.J. Hempenius in het Nederlands Dagblad (29 december 2006) dat hij, als Johannes Babylon beschrijft als de grote hoer die ‘aan talrijke waterstromen zit’ (17:1) dan bezwaar meent te moeten maken, omdat Jeruzalem ‘niet aan waterstromen lag’ terwijl Rome ‘haar macht had opgebouwd rond het Middellandse Zeegebied’!
Noten
1) J.H. Bavinck, En voort wentelen de eeuwen. Wageningen, 1952
2) K.H. Kroon Openbaring, hfdst. 1-11. Verklaring van een bijbelgedeelte, Kampen, z. j.
3) W.J. Ouweneel, De openbaring van Jezus Christus. 2 delen, Vaassen, 1988
4) W.J. Ouweneel, a.w., deel , p. 48
5) C. van der Waal, Openbaring van Jezus Christus, 2 delen, Groningen, 1971
6) Kampen, 1998.
N.a.v. D. Holwerda, Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen. De kern van de ‘Openbaring aan Johannes’; Uitg. Kok, Kampen; € 12,50.
Dr. A.P. Bos is classicus en lid van de NGK te Haarlem.