Kerkeraadsbeleid inzake relaties en relatievormen (6, slot)

1994-01-14
  • Jaargang 38
  • nummer 1
Besluiten we deze artikelenreeks met enkele opmerkingen betreffende de houding van de kerkeraad ten opzichte van hen die samenwonen.
Deze opmerkingen liggen helemaal in de lijn van de voorafgaande artikelen, zodat ik kan volstaan met enkele 'losse' notities.

Doel
T.a.v. samenwonen (gaat ook op voor seksualiteit voor het huwelijk) zal het uiteindelijke doel 'trouwen' moeten zijn. Indien het gesprek goed gevoerd wordt, zo is mijn ervaring, wordt dit doel ook dikwijls bereikt! Wat laat zien dat doorspreken met elkaar wel degelijk zin heeft. Er is nog hoop.

Mogelijke reakties
Van belang voor de wijze waarop we op samenwoners reageren, zijn hun motieven. Die willen nog wel eens uiteen lopen. Is sprake van een 'proefhuwelijk' (we proberen het, gaat het niet, dan gaat het niet), dan zal onze reaktie heel scherp afwijzend moeten zijn. Dit laat zich op geen enkele manier verenigen met Gods Woord! Hebben we te maken met 'kudde-geest', dan wil onderricht vaak goed doen. Is sprake van geldgebrek, dan zou de diakonie kunnen bijspringen via een renteloze lening. Tegelijk moeten we goed in de gaten houden, dat samenwonen ook verband kan houden met onvolwassenheid, het niet echt een keuze durven kunnen maken en verantwoordelijkheden dragen. Dan mogen we wijzen op de basis van het vertrouwen in de HERE, waarop het huwelijk geplaatst mag worden.

Tucht
Ook nu moeten we ons afvragen: mogen degenen die samenwonen wel deelnemen aan de avondmaalsviering?
Opnieuw moeten we hun motieven in rekenschap brengen. Ik heb nog nooit een christen-jongere horen zeggen: "We gaan het eerst proberen en als het niet lukt gaan we uit elkaar".
De meeste jongeren wonen serieus samen, met als doel te gaan trouwen.
Waarom woon je dan samen? Ach, het is wel zo makkelijk, of, er is niet genoeg geld. Soms weet men het niet eens duidelijk onder woorden te brengen.
Van hun niet-kerkelijke leeftijdsgenoten weten ze niet anders, dan dat je eerst samenwoont: trouwen op je 21ste is mesjogge, samenwonen op dezelfde leeftijd is normaal. Hoe dan ook, de stelling dat alle samenwonen niet anders is als ontucht en hoererij, gaat te ver. Men is verkeerd bezig, zondermeer, maar om te zeggen 'dat men in zonde leeft', doet in veel gevallen geen recht aan de feiten, al zijn er ook die er helemaal een rommeltje van maken. Hoewel ik het afhouden van het Heilig Avondmaal daarom niet wil uitsluiten, is toepassen van deze vorm van kerkelijke tucht in veel gevallen te zwaar.
Ook moeten we er erg voor op onze hoede zijn om jongeren te gaan afhouden 'ter wille van de rust in de gemeente'.
Zo breng je de gemeente geen biddend geduld bij in de omgang met samenwonenden. Uiteindelijk nodigt Christus, wij zijn slechts genodigd.

Op het scherp van de snede
lets anders ligt het bij het doen van belijdenis. Mocht iemand, die samenwoont of geslachtsgemeenschap heeft voor het huwelijk, belijdenis willen doen, dan mag je in het licht daarvan vragen orde op zaken te stellen in het leven. Juist i.v.m. de openbare geloofsbelijdenis, zijn dit gesprekken op het scherp van de snede. Jij wilt 'ja' zeggen tegen de HERE?Verander je levensstijl dan op dit punt. Mocht die verandering niet plaatsvinden, dan kan dat gevolgen hebben voor het afleggen van geloofsbelijdenis. Dat laatste zeg je niet bij voorbaat, maar in het alleruiterste geval, als er werkelijk geen signalen van levensvernieuwing zijn. Het kan toch ook niet zo zijn, dat iemand die o.a. belooft zich gewillig te onderwerpen aan het herderl ijk opzicht en de tucht van de kerk, bel ijdenis doet, terwijl konkreet van die gewillige onderwerping niets blijkt.
Tenslotte heb ik er moeite mee, als samenwonende jongeren binnen het gemeenteleven een leidende positie zouden bekleden, bijvoorbeeld in de jeugdvereniging. Naar mijn oprechte overtuiging moeten we als gemeente geduld hebben met degenen, die niet leven naar Gods verordeningen, maar geduld kunnen we opbrengen, omdat het geestelijk hart van de gemeente krachtig klopt. Een geestelijk sterke gemeente kan de wereldgelijkvormigheid bij jongeren hopelijk aan. Wanneer we geestelijk onvolgroeide jongeren echter leiding laten geven, dan kan het niet anders of de wereldgelijkvormigheid krijgt vaste voet in de gemeente.

Huwelijksbevestiging
Stel, een stelletje heeft samengewoond, wil gaan trouwen en verzoekt de kerke raad een trouwdienst te mogen hebben. Hoe reageer je daarop?
Zelf heb ik - na enig zoeken en in nauwe samenspraak met de kerkeraad - de volgende houding gevonden.
Om te beginnen moet gewezen worden op de vreemde kronkel, de inkonsekwentie in dit verzoek. Het stel is al enige tijd geleden een totaalrelatie aangegaan. Op dat moment werd een levensgrote stap gezet, die dan ook op dat moment, in het midden van de gemeente, voor Gods aangezicht bevestigd.
had moeten worden. Toen hoefde dat niet, en nu, nu men 'toevallig' trouwt, moet het opeens wel, dat is inkonsekwent en mosterd na de maaltijd.
Ten tweede moet gewezen worden op de houding van het stel jegens de gemeente. Toen de gemeente er bij betrokken wilde worden, werd de gemeente gepasseerd. En nu de totaal relatie reeds (lang) zijn beslag heeft gekregen kan de gemeente alsnog komen opdraven. Die houding is niet correct. Het is beneden de stand van de kerk om te leveren op bestelling, voor wijwaterkwast te spelen. Redenen voor de kerkeraad om niet aan een trouwdienst mee te werken. Wel wil ik er van harte aan meewerken, dat er tijdens de zondagse eredienst voorbede voor het huwelijk gedaan wordt.
Van die voorbede maak ik dan ook echt wat. Een hartelijk woord, een bijbeltekst, eventueel het overhandigen van de trouwbijbel, maar geen speciale trouwdienst.

Pedagogie
Deze reaktie wordt door samenwoners . wel als een soort straf ervaren. Inderdaad moeten we uitkijken die indruk te wekken. Het is geen strafmaatregel, maar een pedagogische maatregel.
Wij hebben als kerk iets te verdedigen: de publieke huwelijkssluiting, het officiële ja-woord, voorafgaande aan een totaal relatie. Door geen trouwdienst uit te roepen voor samenwoners, laten we jongeren (en ouderen) merken, dat het ons ernst is met trouwen of samenwonen.
Je overvraagt het onderscheidingsvermogen van de gemeente door het huwelijk van samenwoners te bevestigen.

Nadelen
Zonder mijn beleid in deze te willen wijzigen, ben ik de laatste tijd ook wel nadelen van deze aanpak gaan zien.
1. In die marginale rol van de kerk van Christus zit iets onverteerbaars. Het huwelijk is en blijft een instelling van de HERE, of je nu hebt samengewoond of niet. Het officiële ja-woord wordt veel te laat gegeven, maar het wordt gegeven en is in die zin niet van minder kaliber. Daar mogen we toch niet aan voorbijgaan?
2. Trouwen voor de overheid betekent dikwijls - zeker voor samenwoners - niet zo heel veel meer. De overheid werkt net zo makkelijk mee aan een huwelijk, als aan een echtscheiding, zo meent men. Dat boterbriefje stelt niets voor enz.. De kerkelijke huwelijksbevestiging wint hierdoor aan betekenis. Met je ja-woord sta je voor het aangezicht van God! Hierdoor krijgt het ja-woord een extra klem.
3. Tenslotte, juist trouwdiensten zijn vaak evangelisatiediensten. Mensen die niet (meer) naar de kerk gaan, komen onder het Woord en horen het evangelie. Het is een groot verlies, dat dit is komen te vervallen.
In dit licht - zo denk ik wel eens - is er misschien wat voor te zeggen, om te zoeken naar een vorm van kerkelijke huwelijksbevestiging voor hen die hebben samengewoond, al kan ik me daarvan eigenlijk nog geen goede voorstelling maken.

Geen alternatief
Ondanks deze nadelen, meen ik met de nodige overtuiging, dat we het verzoek van samenwonenden echt nog niet moeten inwilligen. Misschien dat ik zover zou gaan, als ik het idee krijg, dat de strijd rond samenwonen of trouwen helemaal verloren is. Dweilen met de kraan open. Dan moet je wat.
Maar nu zijn we nog volop bezig de zaak van het officiële huwelijk te verdedigen in de weg van opvoeding, catechese en gesprek. Zolang ik geloof, dat dat vruchten af kan werpen (soms zie je ze al), moet je niet overgaan tot een opzet, waarbij het grote verschil tussen trouwen en samenwonen niet of nauwelijks meer zichtbaar is. Dan is alle pedagogie weg. Verder, het bescheiden alternatief van een eenvoudige voorbede tijdens de zondagse eredienst past wel bij het zuinige begin, dat samenwoners maken

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief