Kinderen tijdens de kerkdienst
1994-01-14
In zijn boek 'Predik het woord' doet ds. C. Veenhof uitgebreid verslag van een studie die hij maakte naar de visie op de prediking van zijn leermeester Prof. Dr. A. Kuyper. De latere hoogleraar Veenhof volgde daarbij o.a. 25 jaargangen van het tijdschrift 'De Heraut'.- Jaargang 38
- nummer 1
Onderscheidenlijk prediken
Aan het slot van 'Predik het Woord' boek komt o.a. de 'onderscheidenlijke prediking' naar voren. Een citaat: "Zijn uw predikatieën van dien aard dat ge ze zonder het minste bezwaar overal kunt houden, nu.en over tien jaar, dan blijkt hieruit, dat ze nog te generaal zijn aangelegd, te weinig toepasselijk zijn gemaakt op de patiënten, als wier geestelijke medicijnmeester ge moet optreden" (blz. 295). Wanneer we het voor ons idee misschien wat gezwollen taalgebruik even buiten beschouwing laten, wordt hier toch in één zin iets gezegd dat ook een hedendaagse predikant of ouderling zich ter harte mag nemen. Preken en huisbezoeken moeten mede geënt zijn op de situatie in de gemeente en van het gemeentelid.
Kinderen in de gemeente
Kinderen horen ook bij de gemeente, ze moeten ook door de prediking worden aangesprokèn. Daarom volgt in dit hoofdstuk van het boek ook een gedeelte over de plaats van de kinderen in de gemeente. Dr. A. Kuyper schreef bijna 100 jaar geleden over dit onderwerp (De Heraut, 24 mei 1896). Toch is het thema nog steeds aktueel; in veel kerken en plaatselijke gemeenten wordt regelmatig geschreven of gesproken over de plaats van de kinderen in de eredienst. De tijden zijn veranderd, maar we kijken toch even (zonder kommentaar) terug op wat Kuyper bijna 100 jaar geleden schreef.
Kinderenhoren er ook bij
"Kinderen zijn, evenals de volwassenen, in de gemeente Gods begrepen, en behoren evenzo goed als de volwassenen, in de vergadering der gelovigen samen te komen. Maar als dit zo is, moet ook met hen in de prediking terdege gerekend worden.
Men wil dat in de vergadering der gelovigen de kinderen zullen opgaan.
Maar spreekt nu het onderscheid tussen een kind van ongeveer 10 jaar en een geestelijk rijpe grijsaard niet te sterk om het uit het oog te verliezen?
En is het dan goed, om op de manier der discipelen, toen Jezus ze bestraffen moest, die kinderen als in een hoek te duwen, alsof zij er slechts hadden bij te zitten, en de zake Gods alleen met ouderen af te doen? We weten zeer wel, dat we hiermede een uiterst moeilijk punt aanraken."
Er valt niets te beleven
Wat is dat moeilijke punt voor Kuyper?
Hij schrijft dat het - zodra de prediking iets dieper gaat - onmogelijk is om zó te spreken dat kinderen van 10 jaar het volgen kunnen. Dus komt de kerkdienst er op neer dat kinderen alleen maar stil kunnen zitten. Een rustig kind houdt dat misschien nog net vol, maar voor een levenslustig kind is dat wel een bijzonder zware taak. Kuyper stelt daarbij de vraag hoeveel moeite het zelfs volwassenen niet moet kosten om 2 uur lang stil te zitten, terwijl er niets is dat je aandacht af kan leiden.
In de Gereformeerde kerken is dat immers zo. De Roomse kerk en de Anglicaanse kerk zijn veel rijker in de eredienst; deze kerken boeien door een zeker vertoon, door koorgezang en door een zeer korte predikatie, van niet meer dan 20 minuten. En ook in Duitsland zijn de diensten niet zo lang.
"Maar in de Hollandse gereformeerde kerk, waarin niets, volstrekt niets te zien is, waar het orgel alleen hulpdienst mag bewijzen, waar het solo- of koorzang is uitgesloten, en waar de preek soms zó wordt gerekt, dat de dienst over de twee uren loopt, zijn letterlijk alle gegevens gecombineerd, om te maken dat een kind van 12 jaar er niets aan heeft".
En toch....
Moet je dan maar de kinderen thuis houden? Nee, dat zou strijdig zijn met de Gereformeerde beginselen. "Hoe vreemd het ook schijnt, het resultaat is boven verwachting geweest." Wel vindt Kuyper het een bijzonder slechte ontwikkeling dat kinderen (door ruimtegebrek en 'plaatsverhuring') soms niet meer naast hun ouders in de bank kunnen zitten. Zolang echter de kinderen bij hun ouders kunnen zitten, blijkt zelfs 2 uur in de kerk zitten niet ongunstig op de godsdienstige gesteldheid van het kind gewerkt te hebben. Je kunt zelfs zeggen dat in heel wat gezinnen kinderen blij mee gingen naar de kerk en ook blij weer thuis kwamen.
Zondagsschool en kinderkerk
Hoe staat het met de zondagsschool en de kinderkerk? Kuyper is geen voorstander van vervanging van de 'gewone' kerkdienst door de zondagsschool of door - zoals wij tegenwoordig zouden zeggen - de kindernevendienst.
De zondagsschool is op het aanleren gericht en op individuele bemoeiïng.
Opvallend is dat Kuyper de passiviteit van de kerkganger tijdens de kerkdienst positief waardeert. "Onder die passieve stemming van het hart kunnen snaren in ons gaan trillen, die anders geen gehoor vinden". Wat de kinderkerk betreft hanteert Kuyper een principiëel argument: je moet de kerk niet opsplitsen in een kerk voor zwarten, een kerk voor blanken, een kerk voor ouderen en een kerk voor jongen van dagen.
Kinderen zijn geen vulsel
De kinderen horen er dus bij, volgens Kuyper. Maar dat betekent niet dat de voorganger hen dus maar als vulsel moet zien. Hij trekt een lijn naar de prediking van de Here Jezus. Zijn preken gingen diep, ze leden niet aan oppervlakkigheid, ze waren heel geestel ijk. En toch: wie durft er te beweren dat de kinderen er niets aan konden hebben? "Stemt ge niet toe, dat de kinderen destijds in de regel meer van de prediking van Jezus meenamen, dan onze kinderen van onze Gereformeerde predikatie? Reeds hierin ligt dus de vingerwijzing, dat de bediening des Woords, ook met het oog op de kinderen der gemeente, niet een uitsluitend redeneren van het verstand, maar ook voorstelling aan de verbeelding moet zijn, en rechtstreeks in moet gaan op hart en consciëntie."
De consequentie van een goed-Gereformeerde doopbediening
Als iemand dan toch nog vindt dat de kerkdienst in de eerste plaats voor de volwassenen is bedoeld, zodat een predikant tijdens de dienst geen aandacht behoeft te besteden. aan zijn jeugdige gehoor? Kuyper is scherp in zijn veroordeling van dat standpunt; het past namelijk niet in de Gereformeerde traditie. Wanneer je van mening bent dat de kinderen er nog niet echt bij horen ben je bezig vanuit Methodistisch standpunt. Het moment van de bekering is er nog niet en zolang het kind niet bekeerd is, is het slechts een jeugdige bijwoner. "Maar.... onder Gereformeerden gaat dat toch niet!
Voor hen zijn ze de leden der gemeente, en als leden der gemeente zijn ze gedoopt. En zo merkt ge wel, hoe een goed-Gereformeerde doopsbediening u een prikkel te meer moet zijn, om ook onder de predikatie deze kleine leden der gemeente niet te vergeten".
N.a.v.: Ds. C. Veenhof, 'Predik het Woord', gedachten en beschouwingen van Dr. A. Kuyper over de prediking, destijds uitgegeven bij Oosterbaan & le Cointre, Goes (zonder jaartal). De hier beschreven visie van Dr. A. Kuyper over de plaats van het kind tijdens de kerkdienst is beschreven op blz. 300 - 304.