Jezus en Natanaël
1994-01-28
Filippus vond Natanaël. Daar eindigden we de vorige keer. Hij heeft hem gezocht om hem te laten delen in de vreugde van de vinder: Wij hebben Hem gevonden, van wie Mozes in de wet geschreven heeft en de profeten,Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.- Jaargang 38
- nummer 2
De enthousiaste aankondiging brengt haar eigen vraag mee. Zoon van Jozef?
Uit Nazaret? Waar heeft Mozes over Nazaret geschreven? Waar en hoe hebben de profeten over Nazaret geschreven? Komt uit dat galilese dorp het goede van God? Heeft Filippus daar dan helemaal niet bij nagedacht, dat hij dat zo maar kan poneren?
Uit Galilea komt nooit veel goeds.
In de tijd van Jezus' geboorte, de tijd van de volkstelling, was er een opstandeling verschenen in Galilea, een zekere Judas, die net als zijn voorganger Teudas messiaanse pretenties had. Hij had alleen maar ellende over zichzelf en zijn aanhang gebracht. We horen dat in Hand. 5 uit de mond van Gamaliël. Galilea - dat was het land van de zeloten. Een volk dat in duisternis wandelt. Kan daarvan werkelijk iets goeds komen? lets dat het geloven waard is? lets dat meer is dan een onbekookte vrijheidsdrang - maar echt iets, ja zelfs: iemand, over wie Mozes en de profeten geschreven hebben?
Breekt nu de nieuwe tijd aan? Natanaël heeft er zijn twijfels over.
Misschien denkt u nu: Maar Matt. 2:23 dan? Daar staat toch, dat Jozef zich in Nazaret vestigde, opdat in vervulling zou gaan hetgeen door de profeten gesproken is, dat Hij Nazoreeër zou heten? Maar in die tekst is geen sprake van een letterlijke aanhaling.
Mogelijk hebben we daar te maken met een klank-associatie tussen de aanduiding Nazarener en het hebreeuwse woord 'neser', d.i. spruit (Jes. 11:1, Zach. 3:8, 6:12). Dat is de mening van prof. Grosheide in zijn commentaar. Prof. Van Bruggen denkt meeraan een inhoudelijk citaat. Het gaat niet om een plaatsnaam, maar om het verachtelijke karakter van de aanduiding 'nazarener': misschien iets als wat wij aanduiden met: 'uit de klei getrokken'. "Het was nodig dat de Knecht van de HEREzou opschieten als een wortel uit dorre aarde en geen indruk zou maken op de mensen in het land. Men zou Hem geen betere benaming waardig keuren dan 'Jezus, de Nazoreeër'" (Van Bruggen, commentaar Matteüs, p. 59). Met deze uitleg van de tekst uit Matteüs 2 is de reactie van Natanaël geh.eel in overeenstemming.
Filippus heeft maar één weerwoord: kom en zie! Hij gaat niet in discussie, maar neemt zijn vriend mee naar de Here Jezus. Hij doet het met bijna dezelfde woorden als die, waarmee de Here Jezus Andreas en Johannes riep: komt en gij zult het zien. In die woorden zit iets als: je kunt over het evangelie niet afstandelijk praten - geloven moet je gewoon doen. Je gewonnen geven aan het goede nieuws. Je vragen niet als een dam opwerpen tussen de Here Jezus en jezelf, maar ze bij Hem brengen. En zo gaat Natanaël met Filippus mee. Kom en zie. En hij komt.
Natanaël komt en Jezus ziet. Hij ziet Natanaël, met zijn vragen, als een Israëliet in wie geen bedrog is. Hoe vaak is de Here Jezus niet uitgedaagd antwoord te geven op strikvragen, vragen waar bedrog in school? Zo is het bij Natanaël niet. In hem is geen bedrog.
In die aanduiding zit een zinspeling op een profetenwoord. De profeet Zefanja heeft een belofte van heil mogen uitspreken: Het overblijfsel van Israël zal geen onrecht doen noch leugen spreken, en in hun mond zal j;leen bedrieglijke tong gevonden worden, want zij zullen weiden en nederliggen, zonder dat iemand hen verschrikt (3:13). Bij de laatste woorden valt mogelijk ook al te denken aan de vijgeboom. Want als Zacharia het komende heil tekent, zegt hij dat de Israëlieten elkaar zullen nodigen onder de wijnstok en onder de vijgeboom (3:10); en de profeet Micha tekent het komende vrederijk met de woorden: Ze zullen zitten, ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgeboom, zonder dat iemand hen opschrikt (4:4).
In Natänaël komt de Here Jezus het werk van Zijn Vader tegen! Natanaël draagt de kenmerken. van de toekomst bij zich. Hij is een kind van die toekomst, zonder dat hij het zelf weet. Dat bedoelt de Here Jezus als Hij Natanaël noemt: een Israëliet in wie geen bedrog is; en als Hij zegt: eer Filippus u riep, zag Ik u onder de vijgeboom. Zo heeft Jezus Natanaël gezien als een geschenk van Zijn Vader. Hij kan met recht pretenderen het beloofde heil te brengen. In Natanaël is het al aanwezig.
Natanaël moet er wel iets van begrepen hebben. Anders had hij niet het antwoord kunnen geven dat hij geeft: Rabbi, Gij zijt de Zoon van God, de Koning Israëls. Dat is nogal wat! We kunnen denken aan de vredekoning van Psalm 72, die heil brengt. En aan de koning van Psalm 2, de Zoon, die de macht van de heidenen zal breken en heel de aarde als Zijn erfdeel zal bezitten. Welzalig allen die bij Hem schuilen!
Het zal voor Natanaël en de andere discipelen moeilijk genoeg worden, dit geloof vast te houden. Maar Jezus
mag hem beloven:U gelooft nu om wat Ik u gezegd heb. Maar er komt nog veel meer. En dat meerdere leidt Jezus 'Amen, amen': voorwaar, voorwaar. En dan herinnert Hij aan de droom van Jakob in Bethel: de engelen die opstegen en neerdaalden. Zo stond Jakobs leven in relatie met God.
Zo zal Jezus leven in een rechtstreekse gemeenschap met Zijn Vader.
Hij, de Zoon des mensen. Als de Here Jezus zichzelf met deze naam noemt, duidt Hij vaak op Zijn lijden en sterven. Maar ook heel vaak op Zijn komst op de wolken om te oordelen.
In heel Zijn weg is Hij de mensenzoon.
In heel Zijn weg staat Hij in verbinding met de open hemel - en als het zover komt, dat de hemel voor Hem gesloten wordt (de duistere uren op Golgotha), houdt Hijzelf de weg open, door uit die duisternis tot God te roepen. Hij legt zich daar niet bij neer. Hij vecht zich er door. Zo maakte Hij zowel voor zichzelf als voor ons, de hemel open.
Jakobs droom is werkelijkheid in.Hem.
Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven: Hij leeft onder een open hemel.
Hij is, net als Natanaël, een kind van de toekomst - op weg naar die toekomst begeleid door engelen Gods, naar Psalm 91.