Honderdjarig jubileum van evangelische kerken van West-Afrika

1994-01-28
  • Jaargang 38
  • nummer 2
In het kader van een onderzoek ben ik onlangs in Nigeria geweest en heb nader kennis gemaakt met de Evangelical Churches of West-Africa, hierna te noemen ECWA. Van deze boeiende ervaring wil ik graag wat laten horen. Nigeria is het volkrijkste land van Afrika, gelegen aan de westkust. Nigeria heeft ongeveer 90 miljoen inwoners. Overigens heb ik recent ook het cijfer 110 miljoen gelezen,dus het zal er wel ergens tusseninliggen.
Op de kaart gezien ligt het bijna in het midden van Afrika, niet zo ver van de Centraal Afrikaanse Republiek, waarover in dit blad regelmatig berichten worden gedaan in verband met gastdocenten die worden uitgestuurd naar de Theologische Faculteit te Bangui in de C.A.R.


In het noorden van Nigeria wonen veel moslims. In het zuiden veel christenen.
Tussen de noorderlingen en zuiderlingen van het land bestaan niet alleen religieuze verschillen. Het noorden is meer feodaal, terwijl het christelijke zuiden meer ondernemingsgezind is. Patrick Johnstone's recente editie van Operation World zegt dat het land ongeveer 40% moslims kent, die echter 60% opeisen. In werkelijkheid is het bijna andersom. Nigeria kent 50% christenen. Er zijn ruim twee keer zoveel protestanten dan rooms katholieken. Voor wat betreft het aantal leden is de Anglicaanse kerk is het grootst aan protestantse zijde, maar ECWA heeft meer dan het dubbele aantal plaatselijke gemeenten. Dat zijn er ongeveer 3000. Ongeveer 10% van de Nigerianen hangt de Afrikaanse traditionele religie aan. Religieloos, zoals in het westen, is men niet. Nigeria is sinds 1960 onafhankelijk van Engeland, en bestaat uit een federatie van dertig staten. Politiek is het onrustig.
Toen ik er was vond er een onbloedige staatsgreep plaats.

Geschiedenis
ECWA is ontstaan uit zendingswerk van Sudan Interior Mission, nu SIM International geheten. Twee jonge Canadezen van Engelse afkomst en een Amerikaan kwamen op 4 december 1893 in Nigeria aan met de bedoeling door te dringen tot het hart van Afrika om het evangelie te brengen. Ze heetten Gowans, Kent en Bingham en waren respectievelijk 25, 23 en bijna 21 jaar! Deze datum wordt als begin van de kerkstichting van ECWA gezien.
Daarom vierde deze evangelische kerk op 4 december 1993 haar honderd jarig jubileum. Met de Sudan werd in het.verleden het hele gebied van Afrika aangeduid onder de Sahara, zeg maar het bovenste middenstuk.
Dat liep dus van de westkust tot naar het oosten, waar het huidige land Sudan is gevestigd, dat een grens heeft aan de Rode Zee. In het begin ging het helemaal niet naar wens. De beide oudste mannen stierven na respectievelijk elf en twaalf maanden aan malaria, en Bingham keerde terug naar Canada. Hij kon aan niemand rapporteren, want hij was niet door een kerk uitgezonden. Bingham besloot toen een interkerkelijk zendingsgenootschap op te richten. Enkele jaren later werd opnieuw een pioniersteam uitgezonden. Ook dat leek te mislukken. West-Afrika was honderd jaar geleden een schrik aanjagend gebied. Handelaars noemden het "het eigen land van de duivel" en "white rnan's grave". Pas een derde poging in 1901 slaagde en in wat nu Kwara staat heet, werd een zendingspost opgericht. Zo is het zendingswerk geleidelijk gegroeid. Omstreeks de overgang naar politieke zelfstandigheid (1960) had Sudan lnterior Mission alleen al in Nigeria omstreeks 600 missionaries, zendingsdingswerkers in het veld. Voor de goede orde: onder missionaries worden alle uitgezondenen verstaan - dus niet alleen predikanten met een missionaire opdracht -, die wij zendingswerkers zouden noemen. Het zijn dus mensen met bekwaamheden op verschillend terrein zoals verpleegkundigen, artsen,
onderwijzers en evangelisten.

Politiek
ECWA-christenen houden zich verre van politiek. Die wordt gezien als 'dirty', smerig. Daarmee moet een christen zich niet bemoeien. Stemmen worden gekocht. Politiek wordt als iets corrupts gezien. Het lijkt wat op de houding van gereformeerde christenen uit de vorige eeuw. Abraham Kuyper was over de "gebrekkige bereidheid in eigen kring om de antirevolutionaire overtuiging doeltreffend uit te dragen in de Nederlandse samenleving"(1) ook niet erg te spreken. Het verschil met Nigeria is dat die gereformeerde christenenen niet warm te porren waren voor christelijke, antirevolutionaire politiek, maar dat de Nigeriaanse evangelische christenen überhaupt niet aan politiek willen doen. Zo geef je het kamp zo maar aan de vijand, want de moslims zijn tuk op regeermacht. In dat opzicht is een verandering van denken bij deze evangelische christenen wel nodig. Ze gaan van een dualistisch denken uit, hen bijgebracht door de evangelische zendingswerkers uit Amerika. Er wordt een onbedoeld een scheiding aangebracht tussen religieuze/kerkelijke waarheden en het leven van alle dag, de hedendaagse realiteit. Zo sprak de leider van het Department for Christian Education van ECWA over 'secular teaching', terwijl hij zijn eigen kerkelijke scholen voor basis- en secondair onderwijs bedoelde. Een merkwaardig spraakgebruik voor gereformeerde oren. Onder 'werelds' wordt alles verstaan wat niet christelijk is. Het eigen (kerkelijke) reguliere onderwijs wordt dus niet als christelijk gezien. Daar schijnt God niet in voor te komen, althans zo begreep ik het. Zo wordt ook politiek als 'werelds' gezien, maar je je als christen maar liever niet moet mee bemoeien. Dat is voor een gereformeerd christen toch een vreemde gedachte. Daarin is toch meer eenheid van denken te zien. Gelukkig werken in Nigeria ook zendelingen als Dr. John H. Boer, een predikant van de Christian Reformed Church. Hij werkt op het terrein van kerk en maatschappij, en probeert de Nigerianen te doordringen van de eenheid van geloof in de dingen van elke dag, zoals politiek.

Zelfstandigwording ECWA
De kerk werd door het zendingsgenootschap zelfstandig verklaard in 1954. Ervaringen in China - China lnland Mission - en in Ethiopië hadden de SIM geleerd niet langer te wachten met zelfstanding making van de ontstane kerk. Eerst wilde de kerk niet aan de naam ECWA, maar wilde SIMkerk heetten. De Sudan lnterior Mission maakte duidelijk dat een zelfstandige kerk beter niet naar een zendingsgenootschap kon worden genoemd, en de Nigerianen lieten zich overtuigen. Het sprak hen aan, dat ook in andere landen van West-Afrika kerken met dezelfde naam zouden zijn.
Althans in die landen waar de SIM werkte. De realiteit gebiedt te zeggen, dat thans alleen de evangelische kerken in Nigeria 'Evangelische Kerken van West-Afrika' heetten. De evangelische kerken in de omliggende landen hebben deze naam niet overgenomen, en dat tot spijt van de dominees in Nigeria.
In 1956 erkende de regering ECWA als een zelfstandige nationale kerk met alle rechten vandien. De toenmalige eerste minister - een moslim - verzekerde de kerk haar religieuze vrijheid.
Het zendingsgenootschap droeg al haar eigendommen over aan de kerk.
En dat waren er nogal wat. Zo kwam de kerk in het bezit van een drukpers.

Eigendommen kerk
Op die drukpers werd African Challenge gedrukt, nu Today's Challenge geheten, in die tijd een twee wekelijks christel ijk tijdschrift voor heel West-Afrika, met een oplage van meer dan 150.000 exemplaren. Het verscheen behalve in het Engels ook in het Yoriba, een van de voornaamste talen van Nigeria, in een oplage van 50.000.
Toentertijd was het eenvan de weinige (christelijke) tijdschriften, een populair blad, zeg maar de vroegere Spiegel. Maar het werd wel op de markt en op straat verkocht. Nu is de oplage beduidend minder, en de oplage maximaal zes keer per jaar.
Een reden daarvoor is dat er meer (christelijke) tijdschriften zijn ontstaan.
Een ander belangrijk middel om het christelijk getuigenis gestalte te geven is radio ELWA. Tot voor kort verzorgde die uitzendingen in geheel West-Afrika. Helaas heeft de oorlog in Liberia daaraan een einde gemaakt. De studio werd geruïneerd. De zender stond namelijk in dat land. Nu zendt ELWA alleen maar uit in Nigeria voor ongeveer één uur per dag.
Het is in vergelijking met Nederland opvallend dat een kerk dergelijke eigendommen bezit. Dat heeft mede te maken met de structuur van Afrika. De Westerse partners of donoren (vaak niet-gouvernementele organisaties) werken graag via bestaande instanties.
De kerk wordt als een betrouwbaar instituut gezien.
De kerk heeft niet alleen drukpersen en een radio-station als eigendom. Ze heeft overal in het land boekwinkels en reading-units (leesplekken voor bijbelstudie). maar ze heeft ook een veeartsenij geneeskundige dienst. De boeren en mensen, die dieren houden, gaan bij voorkeur naar zo'n dienst. Die is betrouwbaarder dan regeringsinstantie op dat gebied. Natuurlijk heeft de kerk een hele medische tak. Daaronder vallen ziekenhuizen, ook specialistische als een oogziekenhuis en een lepra ziekenhuis, maar ook een apotheek, en de 'community health' afdeling, die de klinieken in de verschillende delen van het land onder haar hoede heeft. De kerk heeft ook een tak die zich richt op ontwikkeling van landelijke gebieden, zowel wat de scholing van de mensen betreft als wat bosbouw- en agrarisch werk betreft.

Theologisch onderwijs en zendelingen
De kerk heeft meer dan 3 miljoen leden en kerkgangers. Niet elke kerkganger is lid. Het aantal kerkgangers overtreft het aantal leden. Volgens Patrick Johnstone zijn er namelijk 700.000 leden en 2.5 miljoen kerkgangers of geaffilieerden. Zoals gezegd zijn er omstreeks 3000 plaatselijk kerken en ongeveer 2500 dominees.
ECWA beschikt voor de opleiding van haar predikanten over de volgende onderwijsinstituten: twee seminaries op universitair niveau in Igbaja en Jos.
Ik heb gedurende 'chapel' (dagelijkse godsdienstoefening) gesproken tot vierhonderd studenten en docenten in Jos. Ik koos als onderwerp wat hen boeide: de levensgeschiedenis van drie van hun kerkelijke leiders. Dit seminarie bestaat vanaf 1980. De theologische school in Igbaja is in 1941 opgericht. Behalve deze twee theologische scholen op universitair niveau heeft de kerk drie Bible Colleges, zeg maar H.B.O. Verder heeft ze twaalf scholen waarin in een inheemse taal wordt les gegeven. Dat zijn vaak leerlingen met alleen basis onderwijs als achtergrond. Voorts een hogere inheemse bijbelschool. Daarnaast heeft ze nog een 'weduwenschool'. Arme weduwvrouwen kunnen hier diverse kundigheden leren om zo in haar onderhoud te voorzien.
ECWA heeft bijna 1000 zendelingen.
Velen ervan zijn universitair opgeleid.
De meesten werken als evangelist in eigen land, maar er zijn er ook in genabuurde landen en zelfs in Brazilië heeft deze Nigeriaanse kerk een zendeling.
ECWA heeft als erfenis van SIM ontvangen haar nadruk op evangelisatie.
Vaak gaat dat ten koste aan onderricht, maar ECWA heeft een heel goede 'Christian Education' afdeling, zeg maar een afdeling voor catechetisch onderwijs en bijbelstudie. De kerk kent mannen- en vrouwenverenigingen, jongens- en meisjesverenigingen.
Net als hier doen de vrouwenverenigingen het stukken beter dan de mannenverenigingen, maar van de leiding hebben de vrouwen nog niet de beschikking gekregen over hun eigen bijeengebrachte gelden. Dat loopt nog steeds via de mannen. Dat steekt en de vrouwen proberen daar wat aan te veranderen.

Kerkleiders
In evangelische kring spreekt men graag over kerkleiders, terwijl wij liever het woord 'dienaar van het goddelijke Woord' gebruiken. Daaraan zie je het verschil met de gereformeerde traditie. In evangelische kring is het ambt veel minder ontwikkeld. De 'pastor' is de man, over ouderlingen en diakenen hoor je niet veel. Ze zijn er wel, maar ze zijn meer bestuursmatig bezig. Soms heb je alleen 'deacons', die wij eerder ouderlingen dan diakenen zouden noemen. Een van de ambten ontbreekt dan. Hoe dat in ECWA is, weet ik niet precies. De kerk maakte op mij een indruk van evangelisch in de zin van zo iemand als Billy Graham is. In Jos maakte ik een heel aardige dienst mee, waarin (koor)zang, prediking en gebed (door anderen dan de voorganger) een belangrijke rol speelden.
Zo sprak een van de vier aanwezige blanken het lange gebed uit.
Waarschijnlijk was het een zendingswerker.
De middagdienst bestond uit het evangeliseren op straat na een korte instructie.
ECWA heeft een aantal kerkleiders voortgebracht. Deze hebben tot ontstaan en groei van de Afrikaanse Evangelische Alliantie (AEA) - een continentale evangelische organisatie van nationale evangelische alliantiesgeleid.
Dat zijn dr. David I. Olatayo (in het begin van de Afrikaanse Evangelische Alliantie president van deze organisatie.
We spreken dan in het midden van de jaren zestig), dr. Byang Kato en dr. Tokunboh Adeyemo. Ze hebben gemeenschappelijk dat ze alle drie in Igbaja zijn opgeleid. Kato en Adeyemo hebben beiden de functie van secretaris-generaal van de Alliantie vervuld.
Kato is nauwelijks twee en een half jaar in functie geweest. Hij is op 39 jarige leeftijd op mysterieuze wijze in de Indische Oceaan verdronken, een weduwe met drie kinderen achterlatend.
Het was een geweldige schok voor de hele continentale en internationale evangelische wereld de dood van hun geliefde en gerespecteerde Kato te vernemen. Een man waarvan men grote verwachtingen had. Hij heeft de begonnen taak niet kunnen voltooien. God riep hem tot zich. Er valt een artikel apart over Kato te schrijven. Hij werd tot juju priester gewijd, toen hij tien jaar was. Dat priesterschap wordt in het Afrikaanse traditionele geloof door de geslachten geërfd. Je bent van een juju-geslacht of niet. Juju is elk voorwerp dat geacht wordt je leven te beschermen. Maar juju vraagt bloedige offers, vaak menselijke offers. Juju priesters beweren dat zij de macht hebben van leven en dood. Juju kan dus gebruikt worden om mensen te treffen. Kato ging was naar school - een zendingsschooltoen hij twaalf jaar was. Toen hij achttien was kwam hij van de lagere school, maar hij was wel de eerste evangelisch theoloog met een doctoraat, dat hij behaald had aan Dallas Theological Seminary in de Verenigde Staten, een school met een hoog academisch niveau. Hij was in feite de allereerste in de verre omgeving van zijn woonplaats Kwoi in Kaduna Staat met zo'n universitaire graad. Ik heb samen met de weduwe van Kato de plaats Kwoi kunnen bezoeken en heb zijn graf naast de kerk gezien, een van de vier naamloze graven daar. Wat mij vooral trof was de tweede ECWA kerk in Kwoi. Dat was een werkelijk mooie frisse kerk. Predikant van die kerk was ds. Adamu Kato, de halfbroer van Kato. Het opvallendste aan die kerk waren de twaalf deuren aan weerszijden, een duidelijke verwijzing naar de twaalf apostelen.
Adeyemo komt uit een Nigeriaans vorstengeslacht. Toen hij begin twintig was, is hij van moslim christen geworden.
Hij had de drieënige God als Vader leren kennen. Hij wist zich Gods kind en voelde zich niet langer als een 'slaaf', zoals hij in de Islam religie geleerd had. Door de Heilige Geest kon hij bidden tot God. Dat was hem onbekend. Het is deze Adeyemo, die ook in Dallas heeft gestudeerd, en een charismatisch begaafde leider is, die de Afrikaanse Evangelische Alliantie tot bloei heeft gebracht.

Een Nigeriaans artsenechtpaar
Ik heb het voorrecht gehad kennis te maken met een Nigeriaans artsenechtpaar van 33 (man) en 29 (vrouw) jaar oud. Dat was op het conferentiecentrum van de SIM in Miango. En daar was ik als gast op een bezinningsweekend van alle zendelingen van de Christian Reformed Church in Nigeria.
Ze waren pas getrouwd en hadden dan ook dezelfde fraaie knalgele kleding.
In Nigeria draagt een pas gehuwd paar gedurende twee weken dezelfde kleding. Ik raakte met hen in gesprek en kwam onder de indruk door hun zeer sterke verlangen om in hun buurland Niger als zendingsartsen te mogen werken. Niger is een vrijwel volledig moslim land. Ze hebben zich bij de zendingsafdeling van ECWA aangemeld voor uitzending naar dat land. Voor ECWA een aparte gebeurtenis, want hun zendelingen zijn met name dominees en evangelisten, niet zozeer artsen. Maar Joshua en Johanna Bogunjoko laten zich niet ontmoedigen.
Ze vertrouwen erop dat ze hun support bijeen kunnen brengen (de zendelingen moeten daar vaak zelf voor zorgen). Het is best moeilijk, want hun support moet vijf keer zo hoog zijn als in Nigeria nodig is, vanwege een hogere levensstandaard. Zoiets is aan eenvoudige kerkleden vaak moeilijk uit te leggen. Jos ligt in Plateau Staat in Noord-Nigeria. Joshua werkt in het Evangel Hospital van ECWA en Johanna is net afgestudeerd en moet eerst een jaar bijna gratis voor de regering werken in een ziekenhuis als 'nationale dienst'. Het was leuk om bij de Bogunjoko's thuis in Jos uitgenodigd te worden. Toen we samen de warme maaltijd zouden gebruiken glipte een van de twee schalen uit de, handen van de gastvrouw. Alle rijst op de grond en de schaal aan scherven.
Johanna voelde zich natuurlijk ellendig, maar ik troostte haar met ons spreekwoord 'Scherven brengen geluk'.
Gelukkig was er nog veel meer rijst in de keuken - Afrikanen doen alles overvloedig - dus we hebben smakelijk van de maaltijd gegeten. Wij bidden dit echtpaar Gods zegen toe!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief