Stenen

1994-01-28
  • Jaargang 38
  • nummer 2
"Ik weet het wel", zei de moeder, "het geloof is niet afhankelijk van wat wij doen. Toch ben ik zo blij met onze gemeente. Neem nu mijn kinderen.
Van jongsafaan zijn ze betrokken geweest bij allerlei aktiviteiten in de kerk. Toen ze op de basisschool zaten betrok onze dominee hen bij de kerkdiensten.
Er waren speciale kindernevendiensten, maar bij de gewone kerkdiensten kon je merken dat ze er ook bij hoorden. Als er kindernevendienst was, werden de geschiedenissen die ze leerden en de dingen die ze maakten ook weer gebruikt in onze kerkdiensten.
Ze kregen dus niet het gevoel dat ze alleen maar apart gezet werden en er eigenlijk niet bij hoorden.
En als de kinderen in de gewone kerkdienst bleven, stelde de dominee hen af en toe een vraag, of hij deelde preekvragen uit én hij kwam er ook nog op terug. Hij liet merken aan de kinderen dat ze het goed deden. We zongen af en toe een lied dat ze ook op school leerden. Alleen al daardoor hadden ze het idee dat ze mee mochten doen. Dus niet alleen op Tweede Kerstdag. Onze kerkdiensten waren duidelijk niet alleen voor de oren van de volwassenen bedoeld.

Meedoen
Toen de kinderen ouder werden kwamen de jeugdvereniging en de catechisatie.
Op de één of andere manier slaagde de kerkeraad er steeds in om de ideeën van onze jongeren zo te gebruiken dat hun gaven aktief ingezet konden worden. Soms met muziek, soms met een bepaalde aktie. Je hebt wel eens het gevoel dat jongeren een apart circuit gaan vormen. Ze hebben hun eigen plannen, maar ze mogen er nooit mee aan de slag. Sommige kerkeraden lijken heel bang te zijn om op initiatieven van jongeren in te gaan. Ik denk dat je dan op den duur als jongere maar de moed opgeeft, jouw ideeën worden toch niet gehoord. Dat was dus in onze gemeente absoluut niet het geval. Ze wenden vanzelf aan het idee dat er ook van hen iets verwacht werd. Natuurlijk hield ik wel eens mijn hart vast. En er ging ook wel eens iets behoorlijk mis. Maar dat was nooit een reden voor de kerke raad om te zeggen dat het dus maar eens afgelopen moest zijn. Onze ouderlingen slaagden er steeds in om de jonge mensen het gevoel te geven dat hun bijdrage welkom was. En de dominee leerde op catechisatie jongeren niet alleen belangrijke delen uit de Bijbel en de catechismus. Hij liet ook zien dat geloof en dagelijks leven met elkaar te maken hebben. Zo nam hij ze mee naar een christelijke instelling voor drugsverslaafden en naar een evangelisatiecampagne.
Ik zou bijna zeggen: ze konden er niet onderuit dát het geloof iets te zeggen heeft in deze wereld. Ik weet het wel: zoiets is geen garantie. Stel je voor dat het geloof van je eigen handeten afhankelijk was.
Dan hoefde je niet eens meer te bidden.
Er zijn bij ons ook jongeren die afhaken. Toch ben ik blij en dankbaar met onze gemeente. Als je jongeren het gevoel kunt geven dat ze erbij horen en mee mogen doen, geef je ze iets extra's mee. Je maakt het voor de duivel een stukje moeilijker om ze mee te krijgen.

Een huis van lego
Ik moest even denken aan een preek.
De dominee had een huis van lego gemaakt én er een aantal losse stenen naast gelegd. De kinderen mochten uitleggen wat het verschil was. Er waren heel wat verschillen. Zo konden die losse stenen zomaar wegwaaien.
Maar de stenen die vast zaten aan het huis raakte je niet gauw kwijt... Later legde de dominee het nog een keer uit voor de grote mensen. Stel je voor: je hebt een stapel losse stenen voor je huis liggen. Als je die stapel daar een tijdje laat liggen, wordt hij vanzelf kleiner. Allerlei mensen nemen een paar stenen mee, ze kunnen ook wel een steentje gebruiken. Een brutaal iemand neemt misschien zelfs in één keer de halve berg mee. Maar waarom neemt niemand de stenen uit je huis mee? Stel je voor dat er opeens een gat boven de voordeur zit. Dat gebeurt natuurlijk niet. Die stenen zitten zo vast als een huis. Gewoon, omdat ze elkaar vasthouden. Om de ene steen zitten weer andere stenen die de ene steen op zijn plaats houden.

Het cement van de gaven in de gemeente
Zo zou het dus ook moeten in de gemeente.
We houden elkaar vast. Dat kan op allerlei manieren. Door elkaar op te zoeken, door aan elkaar te denken, door voor elkaar te bidden, door met elkaar een Bijbelkring of gebedskring te bezoeken, door gebruik te maken van het cement van de gaven die God aan de gemeente gegeven heeft. Soms lijkt het erop dat jongeren vooral beperkt worden in de gemeente.
Ieder initiatief wordt met argwaan bekeken. Dat is een manier om jongeren uit te schakelen. Veel beter is het om te kijken hoe jonge leden van de gemeente op een positieve manier hun steentje bij kunnen dragen.
Dan schakel je niet uit, maar in.
Dan leer je al op jonge leeftijd om "je gaven ten nutte en ter zaligheid der andere lidmaten aan te wenden" (een oud stukje gemeenteopbouw: antwoord 55, Heidelbergse Catechismus).
De jongeren hoorden erbij, had de moeder verteld. Ze waren ingezet bij de bouw van een geestelijk huis. Ze waren levende stenen 'geworden die tegelijkertijd ook nog ingemetseld waren tussen de andere stenen van datzelfde huis. Ik denk dat die moeder gelijk heeft. Die stenen worden minder gemakkelijk zomaar meegenomen....

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief