Thessaloniki
1994-01-28
We begonnen drie jaar geleden onze reis door Griekenland in Thessaloniki, een plaats van ongeveer 650.000 inwoners.- Jaargang 38
- nummer 2
In het Oosten van de stad is nog een stuk oude stadsmuur en resten van de citadel. Hier vlakbij is een aan David gewijd kerkje uit de 5e eeuw.
Aan dit kerkje was tevens een klooster verbonden. Het duurde even, voordat we het gevonden hadden en toen we er waren, werden we heel vriendelijk te woord gestaan door een mevrouw, die het kerkje aan het schoonmaken was. Op een kast lagen enkele mooie ikonen. Vroeger waren er twintig kloosters in de stad. Eén is er vrij ongeschonden bewaard gebleven, vlak bij het 'Davidskerkje' . Helaas waren de deuren op slot en konden we de daar aanwezige fresco's uit de 14de eeuw niet zien.
In Thessaloniki is veel, dat aan de bloeitijd van het christendom herinnert.
Grote en kleine kerken. Soms blijkt een kerkje niet meer tezijn dan een kapel. Indrukwekkend is de Agia Sofia, een kerk, die in de achtste eeuw werd gebouwd op de plaats van een kerk uit de vierde eeuw. In 1585 werd van deze kerk een moskee gemaakt, maar sinds 1912 houden christenen er weer hun godsdienstoefeningen. In de koepel van het gebouw is een prachtig mozaïek te zien uit de 10de eeuw met een voorstelling van Jezus en Zijn apostelen.
Een andere kerk is gewijd aan Demetrius, een jongen, die tijdens keizer Galerius probeerde romeinse officieren te bekeren. Hij werd meteen doodgestoken en op die plek werd al spoedig een kerk gesticht. Ook hier zijn weer mooie fresco's te zien. Tijdens een brand in 1917 werd veel vernield, maar de restanten zijn beslist de moeite waard om te bekijken.
Als je door de straten van Thessaloniki loopt weet je, dat Paulus tijdens zijn tweede zendingsreis hier was. Vanuit Troas kwam hij in Neapolis en na zijn verblijf in Filippi kwam hij in deze plaats. In Handelingen 17 wordt kort en bondig verteld, wat er toen gebeurde.
Paulus was drie weken in de stad en was op drie sabbatdagen in de synagoge om de Schriften te verkondigen, "waarin hij uitlegde en bewees, dat de Messias moest lijden en uit de doden opstaan. Jezus, die ik u verkondig, zo zei hij, Hij is de Messias" (Willibrordus-vertaling). Een aantal toehoorders nam het evangelie aan, o.a. een zekere Jason, die kennelijk al snel een vooraanstaande plaats onder de christenen innam. De joden lieten het er niet bij zitten en met behulp van 'een paar vlegels uit het grauw' (zelfde vertaling) kwam het tot een volksoploop.
Jason werd uit zijn huis gehaald en naar de stadsregering gebracht. Hij werd pas vrijgelaten nadat er een borgtocht voor hem was betaald. De tegenstand was dus groot en Paulus en Silas vertrokken in de nacht naar Bérea.
In zijn eerste brief aan de gemeente van Thessalonica wijst Paulus er op, dat hij met kracht en vervuld van de Heilige Geest het evangelie aan de mensen heeft verkondigd, maar hij voegt er aan toe, dat zij zijn navolgers zijn geworden. Ze hebben met vreugde het woord van God aangenomen (1 : 5 e.v.). Zelfs zijn de christenen in Thessalonica tot een voorbeeld geworden voor alle gelovigen in Macadonië en Achaje (de rest van Griekenland).
Ja, "allerwegen is uw geloof in God bekend geworden, zodat wij daar niets over hoeven te zeggen" (Willibrordus-vertaling). De gelovigen hebben het enthousiasme van Paulus overgenomen, verwachten Gods Zoon uit de hemel, nl. Jezus, die ons redt van de komende toorn.
Later komt Paulus hierop nog eens terug in deze brief (2 : 13 e.v.). De gelovigen in Thessalonica hebben veel te verduren gehad van hun eigen landslieden. Graag was Paulus weer naar hen toegegaan, maar dat ging niet. Vanuit Athene zond hij echter Timotheüs (3 : 1 e.v.). Iets verder in zijn brief schrijft Paulus, dat hij van Timotheüs heeft gehoord, dat de gemeente nog steeds een goede herinnering aan hem bewaart. Paulus leeft er weer helemaal van op, als hij hoort, dat de gemeente stand houdt.
In zijn tweede brief aan de gemeente komt hij hier weer op terug (1 : 3 e.v.).
Hij prijst het standvastig geloof van de christenen in Thessalonica en schrijft, dat hij in andere gemeenten hoog opgeeft van hen. Er is veel verdrukking, de joden hebben het er niet bij laten zitten.
Er komen ook wel verkeerde gedachten in de gemeente naar voren. Paulus waarschuwt er voor. Ze moeten zich niet in de war laten brengen. In het al genoemde kerkje, dat aan David werd gewijd, zijn enkele mooie mozaïeken.
Het kerkje ligt op een heuvel en je hebt er een prachtig uitzicht over de stad. Eén van de mozaïeken laat de Here Jezus zien, Die zijn rechterarm zegenend opheft.
Een zegenende Heer. "De Heer van de vrede, Hij geve u de vrede, altijd en op allerlei wijzen. De Heer zij met u allen" (2 Thess. 3 : 16).
Vanuit Thessaloniki maakten we enkele uitstapjes, o.a. naar Filippi. Daarover gaat het de volgende keer.