God vraagt het onmogelijke

1995-10-06
  • Jaargang 39
  • nummer 20
Op zaterdag 2 september j.l. werd de jaarlijkse gebedssamenkomst van het Gereformeerd Appel gehouden. Vanuit de kring van Christelijke Gereformeerde en Gereformeerd Vrijgemaakte kerken kwam men samen in Amersfoort om te bidden voor de eenheid van Christus’ kerk. ’s Middags was er een programma voor het hele gezin, met workshops. ’s Avonds ging ik voor in gebed en gaf daar de volgende inleiding bij.

Als we willen bidden voor de eenheid, moeten we ons eerst afvragen hoe het staat met die eenheid. Hebben we te danken sinds de vorige keer, zijn er dingen gebeurd ten goede of ten kwade? Als we die vraag niet onder ogen zien, is het moeilijk om er ook reëel voor te bidden, lijkt me. Nu is het niet zo simpel om te zeggen hoe het staat met de eenheid tussen onze kerken. Je moet alle plaatselijke situaties kennen om een totaalbeeld te kunnen geven. Je zou zelfs de harten moeten doorgronden om te weten of de harten van de broeders en zusters werkelijk naar elkaar uitgaan. Toch een korte typering.
Aan de ene kant is het iets moois, dat er op steeds meer plaatsen concreet gepraat wordt over en gezocht naar contacten over en weer. Ik hoor toch steeds van nieuwe plaatsen en nieuw zicht dat we op elkaar hebben.
Het tweede wat je kunt zeggen is dat er uit de landelijke samensprekingen nog niet veel goeds tevoorschijn gekomen is. Daar hoeven we niet van te schrikken want het is nog nooit anders geweest. Maar daar wordt het natuurlijk nog niet mooi of goed van. Bij de Christelijke Gereformeerde en de Vrijgemaakte kerken staat de generale synode voor de deur, waarbij ook weer gerapporteerd wordt over die samensprekingen.
Die stukken zijn nog niet publiek, dus ik kan er niet uit citeren. Maar een nieuwe impuls voor die eenheid waar wij hier vandaag om bidden, hoeft u er niet van te verwachten. En die situatie duurt nu al jaren, en dan krijg je een negatieve druk op de plaatselijke situatie ook. Laten we het maar eerlijk zeggen. De contacten van de vrijgemaakten met de beide anderen zijn nog het meest vers. Maar al langer bestaande contacten tussen NG en CG kerken krijgen het zwaarder te verduren. Aan NG kant is dat omdat de spirit eruit raakt. De contacten zijn ooit enthousiast begonnen maar er zit geen voortgang in en dan zakt het enthousiasme weg. Aan CG kant gebeurt dit natuurlijk ook wel, maar daarnaast komt er steeds meer hinder van de meerdere vergaderingen. En, laten we opnieuw eerlijk zijn, er zijn ook echte voorstanders van samenspreking die nu kopschuw worden vanwege ontwikkelingen in de NG kerken die ze verontrustend vinden - denk aan de toelating van vrouwelijke diakenen en wat komt er allemaal nog meer? Als we het niet eerlijk noemen, weet ik niet hoe we ervoor moeten bidden.

Stop de samensprekingen
In dit klimaat verscheen onlangs een artikel van dr. Wierenga in Bij de Tijd, dat aangekondigd werd met de titel: 'Stop de samensprekingen'. Bij nadere lezing blijkt dat trouwens niet de echte titel. Die luidt 'Niet uitpraten, maar afzoenen' en dat klinkt aardiger, nietwaar? Hoewel, als ik me dit laatste concreet voorstel in de huidige samenstelling van de deputaatschappen, dan trekt dat afzoenen me ook niet meteen. Maar goed, de teneur van het artikel is deze: die theologische en kerkelijke discussies leiden toch nergens heen, je moet ermee stoppen. Het moet over een andere boeg geprobeerd worden. Ik noem dit artikel om daarmee te illustreren hoever we wel in het slop zitten met die kerkelijke eenheid. Want wat je er verder van vindt, dat stoppen met de landelijke samensprekingen zit er toch al in. En ik wil het er met u over hebben, wat we dóen met het feit dat het zo in het slop zit.

Weet u, ik begin steeds meer te denken dat het heel belangrijk is dat we ervaren hoe onmogelijk het ons is om de eenheid tussen onze kerken tot stand te brengen. Want er is iets raars in de stijl van onze God, waar ik u graag op wil wijzen. En dat is eigenlijk deze grondregel: als God iets belangrijks van ons vraagt, dan vraagt Hij het zó dat het eigenlijk onmogelijk is. Of korter nog: God vraagt bijna altijd onmogelijke dingen van ons. Volgens mij geldt dat eigenlijk al van het grote gebod: Gij zult de Here uw God liefhebben bovenal en uw naaste als uzelf. Dat is voor mij onmogelijk, maar goed, dat kan nog aan mij liggen.
Maar moet u nou eens horen wat voor vergelijkingen je in het Nieuwe Testament tegenkomt. Jezus zegt: "Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is". Dat is onmogelijk.
Goed, ik ken wel manieren om dat weg te verklaren, maar het blijft onmogelijk: volmaakt zijn gelijk uw hemelse Vader volmaakt is. En in dit opzicht is Paulus niets minder dan Jezus. Hij schrijft bijvoorbeeld: laat die gezindheid bij u zijn, die ook in Christus Jezus was, die zichzelf ontledigde tot in de dood. En in het huwelijk krijgen de mannen te horen: "Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft". Veel meer voorbeelden zouden te noemen zijn. Als Paulus ons Jezus ten voorbeeld stelt, dan wijst hij niet op Jezus' vriendelijke karakter of op zijn eerbied voor God, nee, dan wijst hij op het kruis, dat Hij zich ontledigd heeft en zich overgegeven heeft tot in de dood. En dat is onmogelijk. Er is veel aan Jezus' leven voorbeeldig. De trouw aan zijn vrienden, zijn geduld met de zwakken, de tijd die Hij vrijmaakte voor gebed. Als Paulus dàt nou als voorbeeld gekozen had ... ik zeg niet dat het me dan zou lukken, maar dan lag het toch anders. Maar Christus' offer aan het kruis - dat was uniek en niemand kan het ooit nadoen.

Je handen moeten leeg zijn
En waarom maakt Paulus zulke vergelijkingen dan toch? Waarom doet Jezus het, en Johannes, waarom vind je dat in de hele Bijbel? Ik weet maar één antwoord: dat is omdat God u er voor wil behoeden dat u het allemaal zèlf wilt doen. Je moet in je leven tegen de onmogelijkheid van Gods geboden aanlopen, voordat je kunt gaan leven uit de kracht van het evangelie. Zeg het maar zo: je handen moeten leeg zijn voordat God ze kan vullen! Welnu, ik vraag me af of we deze les langzamerhand niet ook moeten leren in onze kerkelijke contacten. Ik denk dat dit niet het moment is om te rekenen op grote successen, op de mogelijkheid om een doorbraak te forceren, of zo. Aan het begin gaf ik al aan, dat het tegendeel op veel plaatsen het geval is. Het gevoel heerst: we krijgen het niet voor elkaar, en als we er niet verder mee komen, moeten we er dan wel mee verder gaan? En juist in deze situatie wil ik u eraan herinneren op welke toonhoogte de bijbel over de eenheid van Christus' gemeente spreekt. Ik bedoel dat voor deze eenheid zulke hoog gegrepen beelden worden gebruikt. Door alle argumenten voor onze gescheidenheid heen klinkt dat woord van Paulus: 'Is Christus gedeeld?'. En Jezus bad in zijn hogepriesterlijk gebed zelfs, dat zij allen één zouden zijn, gelijk de Vader en de Zoon zijn. "Gelijk Gij, Vader in Mij en Ik in U, dat ook zij in ons zijn". Dat is schokkend. Kerkelijke eenheid vergeleken met de eenheid van God. Om van te schrikken. Op dat punt was ik wèl verbaasd over het artikel van dr. Wierenga. Die haalt deze woorden aan zonder een zweem van schroom en wijst er dan op dat dit een mooi voorbeeld is voor kerkelijke samenwerking. Dat de Vader en de Zoon samenwerken zonder samen te smelten en dat wij naar analogie daarvan ook een vorm van samenwerking zonder fusie kunnen nastreven. Echt, ik wil dat artikel niet afbranden. Maar dit...! Doe uw schoenen van uw voeten, want deze plaats is heilig - zo zou ik daarbij willen zeggen.
Het is niet maakbaar. Het ligt niet in onze handen. En toch: zonder grote woorden kan het niet. Dus kan Christus het alleen, dus kan de Heilige Geest het alleen. Ik wil dan ook een appel op u doen om te erkennen dat z6 de werkelijkheid is. "Here, wij maken geen eenheid, maar we belijden dat u de eenheid van al uw kinderen gemaakt hebt, toen Christus stierf aan het kruis om allen samen bij U te brengen."
Paulus beschrijft in zijn brief aan de Efeziërs hoe God uiteindelijk alles in de hemel en op de aarde wil verenigen onder één Hoofd, Christus. Hij ziet de gemeente daarbij als een demonstratie aan de machten in de lucht om te laten zien wat er nu al terechtkomt van die eenheid. Als Gods veelkleurige wijsheid uitkomt in de eenheid van een veelkleurige gemeente. De demonen sidderen als er eenheid in de gemeente is. Denk daar maar eens aan, hoevaak ze vanwege ons juist kunnen lachen!
En als we daaraan denken en z6 bidden in het besef dat we zelf niet verder komen, dan moesten we het daar misschien eens bij laten. Veel van de dingen die we eraan hebben willen doen, zijn geen succes gebleken.

Het is vast en zeker
We horen vaak de vraag: het Gereformeerd Appel belegt jaarlijks een gebeds-dag. Maar wat gebeurt er nou tussen die dagen, door het jaar heen? Misschien moeten we terug naar het eenvoudige geloofs-antwoord op die vraag. Zodat we zeggen: tussendoor? Tussen die gebedsdagen door verh66rt God die gebeden! Ja, zo is het toch? Als u 'Amen' zegt, dan belijdt u toch: het is vast en zeker? Het is veel zekerder dat God mijn gebed verhoort dan dat ik in mijn hart gevoel dat ik dit van Hem begeer. Ik weet best, dat die verhoring soms moeilijk te zien is. Maar wees nu eerlijk, dat is toch met wel meer gebeden zo? Ik geloof niet meer zo in officiële samensprekingen. Maar ik geloof vurig en vast, dat we als kinderen van God bij elkaar horen, dat de kerkelijke grenzen er nu nog wel zijn, maar dat ze niet bestaan, dat ze geen realiteit zijn - omdat Christus niet gedeeld is.
En daarom mogen we geloven dat er iets gebeurt op ons gebed, namelijk dat God onze gebeden verhoort. Hoe, dat weet ik niet precies. Soms denk ik het te zien, als ik door de kerkelijke grenzen heen een toewending tot God bespeur en een verdieping van het vertrouwen op Christus. Soms denk ik het niet te zien, maar zult u er wel in blijven geloven, en er wel om blijven bidden? En geve God dan dat onze ogen geopend zijn voor de verhoring. Want soms ligt het daar aan. Soms komt de verhoring van een heel andere kant dan we gedacht hadden.
Misschien wordt het geen fusie en geen federatie en geen generale of landelijke synode, maar een heel andere eenheid. God weet het. Hij geve ons er oog voor.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief