Zomertijd

1995-10-20
  • Jaargang 39
  • nummer 21
Niet alleen voor trouwen kun je te laat in de kerk komen, maar ook voor dopen. Trouwens, er kunnen allerlei dingen mis gaan bij een doopdienst. Het water kan te koud/te warm of afwezig zijn. In het eerste geval heeft de dominee een probleem: het onderdómpelen beperke hij dan tot een onderdruppelen. In het tweede geval heeft de koster een probleem, wij zingen inmiddels wel een lied, wat u? Hetzelfde geldt voor de dominee - ook die kan te koud/te warm of afwezig zijn. Ik stam nog uit de tijd dat je het formulier voorlas, de voorgeschreven vragen stelde, doopte - en dat was het dan.
Later begrijp je, dat het fijn is dat de jonge kinderen er met de neus bovenop staan - fijn voor de ouders, fijn voor de dominee, en misschien ook wel fijn voor de kindertjes. Zoals onze bijna driejarige zoon bij de doop van zijn zusje luidkeels uitriep: 'Nu gaat Willemijn gedoopt!' Hoewel ik ook wel eens denk: 'Eigenlijk moest ik vanmorgen de bejáárde broeders en zusters uitnodigen om hun eigen doop te leren verstaan'.
Nog later leer je, dat het goed is om af en toe iets tegen die kinderschaar te zeggen. Moet je ook weer niet altijd doen, dan ga je jezelf herhalen en de kinderen vervelen. Maar als je een leuk voorbeeld hebt of een goeie inval: dat kan geen kwaad - voor de ouders, voor de dominee, en misschien ook voor de kindertjes. Nog weer later ontdek je, dat het opbouwend kan zijn ook in de bediening van het wóórd aandacht te schenken aan de bediening van het sacramènt. De doop is immers een plaatje bij een praatje?
Maar ook de dopeling kan te koud/te warm of afwezig zijn. In geval 1 hebben de ouders, in geval 2 heeft de dominee een probleem. Vroeger hadden ouders een briefje bij zich waar de naam van het te dopen kind op stond - een nuttige maatregel, zeker als er meer kinderen achter elkaar gedoopt moeten worden. Ik leg u de volgende casus voor: u bent voorganger, u herinnert zich in de verste niet hoe het kindje heet, de ouders hebben u geen briefje-met-naam overhandigd, maar u heeft wèl gezien dat de gelukkige vader voelde of het briefje nog in zijn vestzak zat - wat doet u? Precies! - u grabbelt op uw beurt in die vestzak (per slot van rekening zijn wij broeders onder mekaar), vist daar het begeerde document uit op, en doopt het kind met naam en toenaam! Niet alleen de náám, maar ook het kind zèlf kan afwezig zijn. Dan krijgt u een geval van 'dopen met de handschoen'. Een vrijgemaakte collega wie het leest, geve er acht op! - heeft ooit een rooms-katholiek kind gedoopt! Op hetzelfde tijdstip verrichtte meneer pastoor een soortgelijke handeling met een ware-kerk kind. In het ziekenhuis waren de lieverdjes verwisseld, maar in de hemel gelukkig niet. Want - kijk er de gereformeerde handboeken maar op na! - wij erkennen de doop (1) door iemand die in zijn eigen kring ambtsdrager is, (2) in gewoon water, en (3) met de bijbelse formule.

Over kerkverband en kerkverbond gesproken! Het probleem dat ik zelf had, hing ten dele samen met het fenomeen kerkelijke gatenkaas. Ik doel op het verschijnsel, dat mensen naar B. gaan verhuizen maar in A. blijven kerken, of omgekeerd. Kortom, het woon-kerkverkeer vormt een vertragende factor, zeker als het gaat om een baby die om half tien 's morgens opgetuigd en al het schip der kerk moet binnenvaren. Maar mijn probleem hing vooral samen met het fenomeen zomertijd. We kregen er toch een uur bij? Nee, we kregen een uur minder! En dus stonden de doopouders om kwart voor tien niet voor het doopvont maar achter de stofzuiger: even de boel opruimen voordat de visite komt! En de dominee had een fulltime dooppreek voorbereid. Maar de moderne techniek staat voor niets: er zijn snelle telefoons en gierende autobanden - en zo viel de baby met zijn neusje midden in de kerkdienst!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief