Ze zaten achter in de kerk

2007-06-08
  • Jaargang 51
  • nummer 12
Boeiend, en confronterend: in een en hetzelfde nummer van De Reformatie (14 april) schrijft dr. E.A. de Boer een gedegen artikel over de binding aan de belijdenis (hot item tussen GKV en NGK), terwijl de emerituspredikant ds. J.T. Oldenhuis de lezer laat delen in zijn vragen bij het zien van twee pubers in de kerk waar hij preekte. Confronterend, omdat voor het besef van verreweg de meeste lezers dat laatste artikel gaat over wat werkelijk terzake doet, terwijl het eerste hooguit interessant is voor gespecialiseerde fijnproevers. Dat ligt niet aan De Boer, het is inherent aan de tijd waarin wij leven. En misschien doet het ten diepste wel recht aan de werkelijkheid. Ook ik kies in deze Persschouw voor het artikel van Oldenhuis.

Ze zaten achter in de kerk. Twee jongens. Vijftien, zestien jaar misschien. Ik had ze eerst helemaal niet in de gaten. D’r was ook niks bijzonders aan te zien. Gewoon, zoals jongens in de kerk zitten. Komt vaker voor, nietwaar?
() Ik heb niet gezien dat ze ook maar één keer luisterden. Ik heb ook geen Bijbel in hun handen gezien. En ze deden geen mond open bij het zingen.() Ze zaten er gewoon te zitten, de hele dienst uit. Ze stonden gewoon op als de gemeente ging staan. En ze gingen gewoon weer zitten als de gemeente geacht werd te gaan zitten. Ze deden niks bijzonders. Je kunt het laatste woord van het laatste zinnetje ook wel weglaten. En dan staat er precies wat er gebeurde.
Het waren best aardige gezichten, zo te zien. En niemand had last van ze. Er straalde ook geen verveling van ze af of agressie. Ze waren gewoon aanwezig en ze deden niks. () Ik heb er op de terugweg in de auto wat over zitten nadenken. En nu schrijf ik erover. Hoe zit je daar nu in de kerk als vijftien/zestienjarige? Er wordt gepreekt. Er wordt ook gezongen. ‘t Orgel speelt en ‘t volk zingt. Als je goed bent opgevoed - en dat zijn er gelukkig nog een heleboel in onze kerken - dan doe je je ogen dicht als er gebeden wordt. Dat gaat verder over je heen. Bij ‘t amen doe je dan je ogen weer open. En dan is dat onderdeel ook weer afgewerkt. Ja, d’r wordt nog wel eens wat gedaan voor de kleine kinderen in de kerk. () Maar dat zijn allemaal dingen waar je op de leeftijd van die twee figuren al minstens twee keer te oud voor bent.() Wat denk je als je zo in de kerk zit? Waar zou je het voor doen? En wat doe je ermee? () Hoe ver staat hun wereld af van wat er in de kerk gebeurt. Daar zit je allemaal in rijen, daar klinkt totaal andere muziek, daar wordt een heel andere taal gebruikt en zij zitten de zaak uit. En thuis gaat de cd op, of de tv aan, en wat je dan hoort is een andere cultuur... Wat zijn eigenlijk de stijlen en de voorkeuren die vandaag in de mode zijn? Ik weet het al lang niet meer. Ik heb me er best wel in verdiept, vroeger. En ik vond het ook bijzonder. Je proefde iets van een boodschap.
Een levensstijl. Nooit was iets neutraal. De Beatles niet en Abba niet en Bob Dylan niet. En als die twee jongens ooit nog eens dit stukje zouden lezen, lachen ze zich een kriek om de namen die ik nu heb neergeschreven.
Want de volgende golf heeft altijd de voorgaande weggespoeld. En ik heb het niet allemaal meer bijgehouden. Ben je dan misschien te oud geworden voor de preekstoel? Misschien wel. Hoe groot wordt de kloof? () Ik heb eigenlijk langzamerhand al zoveel van die figuren achter in de kerk zien zitten. Heb ik ze echt wel altijd zien zitten? Moeten we misschien toch maar van de hoge preekstoelen af? En midden onder de hoorders gaan staan. En radicaal worden in het gebruik van nieuwe vormen. Maar ik houd ook zo van mooie vormen Van hoogwaardige melodieën en verantwoorde begeleidingen. En ik ben bang voor al die drums en vooral voor de versterkers. Voor de goedkoopte van wat nieuw aangeboden wordt en de uitverkoop van wat altijd stichtend was. Voor de infantilisering en de verkleutering. En het orgel is toch nog altijd het meest geschikte instrument voor de begeleiding van de samenzang? En tegelijk ben ik bang voor de gezapigheid van de tredmolen en de sleur van de voorspelbaarheid. We hebben ons zorgen te maken over al die jongens die heel aardig zijn en gewoon maar achter in de kerk zitten en er niets mee hebben.
Er wordt gepreekt. Er wordt vergaderd en gepland. Er worden boeken geschreven. En kranten worden gevuld. Dit stukje staat er nu ook weer in. Het zoveelste stukje in een rij die niet zal eindigen. Woorden. O Geest van hierboven, leer ons geloven, pre¬ken en schrijven en bidden door uw kracht!

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK in Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief