Kind op Maandag op de basisschool

1995-10-20
  • Jaargang 39
  • nummer 21
Het is prettig een goed rooster en een duidelijke handleiding te hebben bij het vertellen van Bijbelverhalen op de zondagschool, kindernevendiensten of voor de klas. De verteller weet wat er aan de beurt is en de voorbereiding vraagt minder tijd. De Nederlandse Zondagschool Vereniging (NZV) speelt al tientallen jaren in op deze behoefte met de uitgave van de methodes Kind op Zondag voor de zondagschool en kindernevendienst en Kind op Maandag voor de godsdienstles op de basisschool. De vraag is echter of het goede methodes zijn.

Waarom vertellen we bijbelverhalen?
Op de vraag waarom we kinderen over Gods daden en wonderen vertellen, geeft Psalm 78 als antwoord: "opdat die (de kinderen) hun vertrouwen op God zouden stellen". Daarmee is kort het doel van de bijbelse vertelling genoemd, namelijk het kind brengen tot geloven. De Heilige Geest gebruikt daarvoor het vertellen van verhalen, want het geloof is uit het gehoor (Rom.
10:17). Ook voor kinderen geldt: "Hoe zouden zij geloven in Hem, van wien zij niet gehoord hebben?". Gods opdracht is onze kinderen van Hem te vertellen, opdat zij in Hem gaan geloven.
Het heil van het kind is afhankelijk van het vertellen uit de Bijbel. De NZV noemt echter als doel van de vertelling van het bijbelverhaal het bevorderen van het mens-worden. Om goed mens te worden moet het kind de ware betekenis van de dingen leren kennen. Door het luisteren naar de verhalen leert het onderscheid te maken tussen belangrijk en onbelangrijk, waarheid en leugen, recht en onrecht. Met deze kennis van de diepere betekenis van allerlei zaken kan het kind zich bevrijden van autoritaire banden en zo echt mens-worden en zich wijden aan medemenselijkheid. Deze doelstelling van de NZV gaat uit van de goede mens, die uit zichzelf in staat is het goede te kiezen en goed te leven. Uit de Bijbel weten we echter, dat wij en onze kinderen uit onszelf dat niet kunnen.
Pas nadat wij verlost zijn door Jezus Christus en wedergeboren door Zijn Geest, kunnen we weten wat zinvol, recht en waar is. Daarom moet de bekering en verlossing van het kind de eerste en belangrijkste doelstelling van het vertellen uit Gods Woord zijn. Daama kan als vrucht van de Geest het juiste inzicht in allerlei zaken groeien in het leven van het kind.

Wat is het doel van de geloofsopvoeding?
Volgens de NZV is het hoofddoel van de geloofsopvoeding het kind kritisch te leren nadenken. Het kind moet op de hoogte gesteld worden van de achtergrond, de bedoeling en de echte betekenis van elk begrip, zodat het zich een mening daarover kan vormen. Daarom worden in Kind op Zondag en Kind op Maandag veel kritische vragen gesteld, waarover het kind moet nadenken en waarop het zelf een antwoord moet vinden.
Hoewel het een goed streven is het kind kritisch te leren nadenken, laat de NZV daarbij het belangrijkste na en dat is het kind het fundament te leren van waaruit het kritisch kan nadenken. Het hoofddoel van de geloofsopvoeding zal moeten zijn het kind de vreze des Heren te leren kennen als het begin van alle wijsheid. Deze wijsheid is te vinden in Gods Woord. Vanuit dat Woord zal het kritisch in de wereld kunnen staan en de dingen beproeven of ze uit God zijn of niet.

Is dit al belangrijk voor het basisschoolkind?
Nu kan men denken, dat dit alles in de praktijk van het basisonderwijs wel mee zal vallen. De kinderen krijgen toch gewoon de bijbelverhalen te horen? Maar de grote vraag is wel welke verhalen in de vertelschetsen aan de orde komen en hoe deze verteld worden. In de doelstellingen van Kind op Maandag staat, dat kinderen van de onderbouw een eerste kennismaking met de hoofdpersonen uit de Bijbel moeten krijgen. Daarbij is het opvallend, dat de naam van de HERE, de grote Hoofdpersoon in de Bijbel, niet genoemd wordt. Terwijl het juist zo belangrijk is, dat jongere kinderen allereerst God leren kennen in Zijn liefde, vergevingsgezindheid, trouw, goedheid en almacht. Uit het onderzoek, dat dr. Juch in 1990 hield onder kinderen van groep 7 van christelijke basisscholen, kwam als resultaat naar voren dat een groot percentage van de kinderen geen idee heeft wie en hoe God is. Dat is niet zo verwonderlijk als men bedenkt,dat op verreweg de meeste christelijke scholen Kind op maandag als methode voor de bijbelles wordt gebrikt. Want hoe kunnen kinderen Hem leren kennen als in de vertellingen uit de Bijbel Zijn Naam nauwelijks voorkomt, als de wonderen niet als Zijn grote daden vermeid worden en er alleen verteld wordt over personen uit de Bijbel? In de middenbouw moet volgens de NZV de kennismaking met de hoofdpersonen uit de Bijbel meer uitgebreid worden. Ook hier dus alleen aandacht voor mensen en niet voor God en Zijn werk. Terwijl juist kinderen vam 6-9 jaar in hun ontwikkeling zover zijn, dat zij begrip krijgen van wetten en regels en daarom toe zijn aan de grondbegrippen van de Bijbel als zonde, schuld, vergeving en bekering. In de bovenbouw moeten de kinderen, volgens de schrijvers van de methode meer de uitdagende kant van de verhalen te zien krijgen en worden er vragen opgeroepen om de kinderen aan het denken te zetten. Kinderen van deze leeftijd zijn echter nog niet toe aan zelfstandig kritisch nadenken en vragen stellen. Zij zitten midden in de realiteitsperiode en zijn toe aan veel feiten, aan oorzaak en gevolg en verbanden. Zij kunnen de heilshistorische lijn door de Bijbel begrijpen en met hun goed ontwikkelde geheugen veel leren over Gods werk in de loop van de geschiedenis ter voorbereiding van de komst van Zijn Zoon ter verlossing van de mensen. Op scholen, die Kind op Maandag gebruiken, horen zij daar echter niets van. Concluderend kan gezegd worden dat het hart van het Evangelie aan de kinderen niet wordt doorgegeven.

De Bijbel Gods Woord
De opstellers van de methodes kind op Zondag en Kind op Maandag gaan uit van de historisch-kritische schriftbeschouwing, waarin de historische juistheid van de oudtestamentische gebeurtenissen betwijfeld wordt. Ze voelen zich bovendien thuis bij de bevrijdingstheologie, waarin de bevrijding van onderdrukking en uitbuiting in het hier en nu centraal staat, terwijl de bevrijding van zonde en dood door het offer van Jezus Christus ontkend of genegeerd wordt. De Bijbel wordt niet gezien als Gods Woord, maar als een boek met verhalen van mensen over hun subjectieve ervaringen met God. De feitelijke gebeurtenissen uit de Bijbel worden in veel gevallen voorgesteld als historisch niet echt gebeurd. Daarnaast is ook de invloed van de Amsterdamse school duidelijk te herkennen in de veelal symbolische uitleg van veel woorden, begrippen en verhalen.
De bijbelse gebeurtenissen worden daarmee verklaard tot 'niet gebeurd, maar wel waar'. Tegen deze manier van denken over feiten, waaronder ook de heilsfeiten vallen, schrijft Paulus in 1 Cor. 15:14, 17 en 19: "Indien Christus niet is opgewekt, ... dan is uw geloof zonder inhoud, ... dan zijt gij nog in de zonden, ... dan zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen."

Wat is er tegen?
1. De eigenlijke doelstelling van het christelijk onderwijs om kinderen God te leren kennen als de almachtige Schepper en eeuwige Koning van hemel en aarde wordt niet genoemd.
Ook horen ze niet, dat Hij de trouwe Verbondsgod is en een Vader van allen, die Jezus Christus hebben aangenomen.
De NZV laat God in haar methodes zien als een God die erbij is en met de mensen meelijdt.
2. Jezus wordt niet voorgesteld als de Zoon van God, die door Zijn lijden en sterven allen die in Hem geloven, redt van zonde en schuld. Hij wordt in deze methodes getekend als het grote voorbeeld, dat de kinderen moeten navolgen.
3. Gods heilsplan en de betekenis van zonde, schuldbelijdenis, verzoening en vergeving worden niet uitgelegd aan de kinderen. Deze kernbegrippen hebben in Kind op Maandag geen plaats.
4. De oproep tot het kind om zijn vertrouwen op God te stellen komt niet in de vertelschetsen voor. Bekering en wedergeboorte, van oudsher sleutelbegrippen in het christelijk onderwijs, zijn verdwenen uit de bijbelvertellingen van deze methode.
5. De Heilige Geest en Zijn werk hebben geen wezenlijke plaats in de zienswijze van de NZV. Hij wordt voor de kinderen niet getekend als Gods Geest, die ook hen tot geloof en bekering wil leiden en wil vernieuwen.
6. De kinderen wordt niet geleerd de HERE lief te hebben en hun naaste als zichzelf.

Conclusie
Naast verschillende andere bezwaren, die op pedagogisch en didactisch terrein liggen is het grootste bezwaar tegen Kind op Maandag en Kind op Zondag, dat het hart uit het Evangelie gehaald is en dat dit bijbelonderwijs zich beperkt tot opvoeding in christelijke deugden. Daarmee zijn we weer in de situatie beland, waarin onze voorouders zich bevonden toen zij voor eigen kosten 'Scholen met de Bijbel' oprichtten, omdat op de openbare scholen het godsdienstonderwijs zich beperkte tot de wettelijk verplichte opvoeding in christelijke deugden. Onze voorouders wensten scholen, die hun kinderen in de eerste plaats leerden hun redding en hulp bij de HERE te zoeken. Zij hadden daar veel moeite en grote financiële offers voor over. En de verworvenheden, die zij daarmee hebben verkregen, laten wij ons weer ontnemen door de methode Kind op Maandag te blijven accepteren op de christelijke scholen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief