Ouders en kinderen(1)

1994-02-11
  • Jaargang 38
  • nummer 3
De generatie-kloof en het generatiekonflikt, en de profetische belofte dat die kloof overbrugd en dat konflikt bijgelegd zal worden. De harten van de vaders tot de kinderen gekeerd en de harten van de kinderen tot de vaders.
(En de moeders, vullen we natuurlijk aan.) Als dat eens kon! Wij wanhopen daar wel eens aan. Omdat we weten hoe diep die kloof is en hoe hoog dat konflikt kan oplopen. Denk maar aan de felheid waarmee op de straat 'de gevestigde macht en de jeugd op elkaar kunnen botsen.

Zouden wij iets kunnen doen om dat profetische perspektief dichter bij z'n vervulling te brengen? De Schrift zegt dat daarvoor iemand als Elia nodig is.
Elia of Johannes de Doper. Dat zijn figuren geweest die iets onverschrokkens in hun optreden hadden. Het waren geen zachte heelmeesters die stinkende wonden maakten. Inderdaad zal er moed voor nodig zijn de vinger bij de zere wondenplek te leggen. De moed van de profeet die zich alleen in Gods hoede veilig weet. We zullen in de bres moeten durven springen, tussen de beide partijen in.

Neutraal naar beide kanten toe? Is dat wat bedoeld wordt? We weten dat het kenmerkend voor de bijbel is dat hij opkomt voor de zwakken. Wie zijn hier de zwakken? De kinderen, niet de vaders, denk ik. Wat ik ons als ouderen zou willen voorhouden is dat we op moeten houden teveel van de komende generatie te verwachten. Ons verwachtingspatroon moet omlaag.
Zelf zijn wij opgegroeid in een hardere tijd dan nu. Wij ouderen zijn oorlogskinderen.
Dat maakte ons gehard.
Weinig aandacht schonken we aan onszelf, des te meer aan de wereld buiten ons. Sterk hield ons de vraag bezig: Wanneer zal de oorlog afgelopen zijn? En dan: Hoera! De oorlog is afgelopen. Ongedachte kansen komen vrij, opgespaarde energieën komen los. Dat heeft tot in de zestiger jaren toe het algemene beeld bepaald. Aanpakken!
Er is ontzettend veel werk verzet.

Dan verslapt langzaam de uitdaging.
Kinderen worden geboren in een gespreid bedje. Er komt tijd vrij om zich met zichzelf bezig te houden. De psyche van de mens wordt ontdekt. Het vermogen ontstaat zich van zichzelf te onderscheiden. De zelfbespiegeling doet haar intrede. Dat leidt tot innerlijke verzwakking. Mensen worden zichzelf tot probleem. Daar zitten we nu nog middenin.

En waar wringt nu de schoen? Het zit 'm denk ik hierin dat de ouderen de jongeren benaderen met de maatstaven die eerder aan henzelf werden aangelegd. Ze denken dat de jongeren evenveel kunnen en dus ook moeten bereiken als zij zelf. Daarmee overvragen zij de jeugd. Die voelt aan dat ze aan de gestelde verwachtingen niet kan voldoen, althans niet voldoet, en voelt zich vervolgens afgewezen, niet aanvaard. Ze zegt dat niet, ze voelt het. Wij ouderen staan zonder dat we het door hebben te eisend in plaats van gevend tegenover de jongeren.
We stellen hen moeilijk op hun gemak en staan te weinig gereed met het prijzende, aanmoedigende woord. In plaats van het vriendelijk oog ontmoeten ze bij ons vaker de keurende blik.
Dat geeft aan jongelui het gevoel het bij ons niet te halen.

Dat wordt nog versterkt door de opkomst van het geslaagde type, het no-nonsense-produkt, de harde jongens en meiden die het wèl halen (en meer dan dat!) en die daarom ten voorbeeld worden gesteld. Wat nog weer aan de ontmoediging toevoegt.
Veel jongelui voelen zich in onze samenleving onveilig. En de ouderen die hun bescherming zouden moeten bieden stoten hen af en terug, het leven in dat nu weer op een andere manier hard geworden is. Een genèratie dreigt zo te verkommeren en groeit op in wrok en frustratie. Die ook weer geuit worden in bijv. ongeregeld straatgedrag waar tegen opgetreden moet worden. En zo ontstaat de keten, de spiraal van aktie en reaktie, de vicieuze cirkel. Wie helpt ons eruit?

Ik weet niet waar de profeet aan dacht bij het generatie-konflikt van zijn dagen, maar zo ongeveer ervaren wij het vandaag. Het valt op dat Maleachi het herstel bij de ouderen ziet beginnen.
Zij zijn het die als eersten de harten toekeren naar de kinderen. Daarop volgen dan die kinderen in zo'n zelfde toekerende beweging. Waaruit moet die toenadering bestaan? Het gaat er denk ik om dat we het vertrouwen van de jongelui terugwinnen dat we zonder erg en zonder boos opzet verloren hebben. Inzicht in de veranderde omstandigheden kan ons helpen. De zachte omstandigheden van de welvaartsstaat hebben de jongeren weker gemaakt. Daar zullen we vanuit moeten gaan. Wij zullen voorzichtiger moeten worden met het keurende oog en royaler met de vriendelijke blik.

In het Nieuwe Testament wordt de tekst van Maleachi nog een keer aangehaald.
In verband met het optreden van Johannes de Doper. Hij zal - als eertijds Elia - de harten der vaderen keren tot de kinderen. "En", zo staat er dan bij, "de ongehoorzamen tot de gezindheid der rechtvaardigen" (Lukas 1:17). Het wordt hier wel zeer duidelijk aan welke kant de bijbel gaat staan in dat generatiekonflikt. De kinderen blijken hier immers tegenover de ongehoorzame ouders de rechtvaardigen te zijn, degenen die het gelijk aan hun kant hebben. 'Ongehoorzame ouderen', het is een woordverbinding waaraan we niet gewend zijn. 'Ongehoorzame kinderen', dat klinkt vertrouwder. Ongehoorzame ouderen? Toch heeft de bijbel het daarover. Maar die weet dan ook van een God die even hoog boven ouderen als jongeren staat. En die God kiest partij voor de jongeren. Nee, niet voor die jongeren die het toch wel maken en de ouderen zelfs nog overtroeven en voorbijstreven. Maar voor de jongeren inzoverre zij de zwakkeren zijn en op onze steun en bescherming aangewezen.

Zij hebben recht op ons. Zij hebben er recht op dat wij tegenover hen meer een gevende dan een eisende houding aannemen. En als ik zeg: gevend, dan bedoel ik bepaald niet dat we ze vol moeten stoppen met allerlei goeds en moois. Dat we het bedje voor hen nog meer moeten spreiden. Nee, geven, daarmee bedoel ik: Liefde geven, waardering en vertrouwen. Zodat ze zelfvertrouwen krijgen. Vergeet niet: Veel jongeren kijken tegen de ouderen aan en op als tegen een onhaalbare hoogte. Dat frustreert ze. Ze gaan uit afgunst en jaloersheid kapot maken wat de ouderen hebben opgebouwd.
En daar worden de ouderen weer woedend om. Nog eens: Die spiraal, die vicieuze cirkel. Wie doorbreekt die?
Het zal vooral van de ouderen uit moeten gaan. Wij zullen van onze trappetjes af moeten komen. Om meer naast dan boven de jongeren te gaan staan.
En in te zien dat niet elke generatie even sterk is. Want, hoe gek het ook klinkt, niet de vrouw maar de jeugd is vandaag het zwakkere geslacht, het brozere vaatwerk waar de apostel het over heeft. Vanwege de omstandigheden die zo anders zijn dan in de tijd dat we zelf opgroeiden. - Natuurlijk valt er over de verhouding tussen ouderen en jongeren nog veel meer en deels ook wel andere dingen te zeggen.
Maar dit waarmee ik nu kom is er ook een aspekt van.
Moge de Here God onze pogingen om vrede tussen de generaties te stichten, zegenen. Want Hij wil dat ouderen en jongeren het goed met elkaar zullen hebben. Dat maken we uit de woorden van de profeet duidelijk op.

Noot:
1 Tekst van de toespraak tijdens de middagpauzedienst van de St. Alle-dag-kerk te Amsterdam van 8 sept. 1993

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief