De zegen - een vrome wens?

1994-02-11
  • Jaargang 38
  • nummer 3
Onlangs vroeg iemand mij na afloop van de dienst, waarom de zogenoemde priesterlijke zegen wordt uitgesproken in de wens-vorm: "De HERE zegene u en behoede u..." Hij vroeg zich af of dat niet te zwak is: alsof het slechts om een vrome wens gaat. Zou het niet beter zijn; wanneer gezegd werd: "De HERE zàl u zegenen..."?
Nu is het niet zo eenvoudig om de hebreeuwse werkwoordsvorm, die hier gebruikt wordt, zó weer te geven, dat aan alle nuances recht wordt gedaan en er geen misverstanden mogelijk zijn. Alle vertalingen, die ik er op na las, geven weer met de aanvoegende wijs - waarvan Kramers' woordenboek zegt: "wensende wijs, onzekerheidswijs" - of met de wens vorm: "Moge de HERE...". Dat kan zeker als te zwak en onzeker worden uitgelegd, alsof het nog maar de vraag is of het gebeurt. Het zou een misverstand zijn om deze zegenspreuk op te vatten als enkel 'een vrome wens', waarvan je maar moet afwachten of het ook werkelijkheid wordt. Aan de andere kant kan een vertaling met "De HERE zal u zegenen..." of "Hij zegent u..." óók worden misverstaan: alsof het iets is dat automatisch bewaarheid wordt.
Maar de zegen van God is geen automatisme of iets dat magische werking heeft. Wanneer we deze woorden op bijbelse wijze willen uitleggen, kunnen we beter spreken van een belofte, die namens God wordt uitgesproken. Een belofte is indie zin zeker, dat God het voor 100% meent en dóet zoals Hij heeft tóegezegd. Aan Hem zal het niet liggen. Maar die belofte wordt vervuld wanneer zij, die haar ontvangen, dat ook echt in gelóóf doen. Dat houdt niet alleen in, dat zij geloven dat God zal doen wat Hij (toe)zegt, maar ook, dat zij gáán in de weg die Hij hun wijst.
Gods belofte wordt in de weg van gehoorzaamheid aan Zijn woorden vervuld.
Daarom lezen we zo dikwijls de Torah, dat de Israëlieten voor de keuze worden gesteld: àf de zegen, die ze zullen ervaren wanneer ze de HEER vrezen, Zijn wegen bewandelen en Zijn geboden bewaren, àf de vloek, wanneer ze niet naar Hem luisteren en Zijn inzettingen verwaarlozen.
Daarom was het in Israël ook de gewoonte om de priesterlijke zegen te beantwoorden met 'Amen' om zo te kennen te geven de zegen in geloof zich te willen 'toeëigenen'. En die beaming is gelukkig de laatste tijd weer in veel kerken gewoonte geworden: soms door een gesproken of gezongen 'Amen', vaak door een 'amenlied' (zoals het bekende Gez. 456:3). In Numeri 6, waar de opdracht aan Aäron en zijn zonen om het volk met deze zegen te zegenen vermeld staat, lezen we tenslotte: "Zo zullen zij Mijn Naam op de Israëlieten leggen, en Ik zal hen zegenen". In die Naam komt de levende God Zelf mee. Daarin is Hij aanwezig. Daarmee schenkt Hij Zich aan de zijnen. Die Naam is een garantie, een teken van volstrekte betrouwbaarheid.
Daarom hecht ik er persoonlijk aan om het uitspreken van de priesterlijke zegen in te leiden met woorden als: "De Here God wil Zijn Naam op u leggen en u daarmee Zijn zegen toezeggen; aanvaardt en beaamt die in geloof en gaat dan heen in vrede en vreugde".
Hopelijk geven die woorden voldoende duidelijk aan waar het bij deze zegenspreuk om gaat: geen 'vrome wens', ook geen 'magische formule', maar een van Gods kant wèlgemeende, betrouwbare belofte, die Hij zeker in ons leven zal verwerkelijken wanneer we in geloof willen leven en zó voor Hem openstaan dat Hij Zijn woorden aan ons kan waarmaken en Zijn werk in en voor ons kan doen. En dan houd ik het toch maar op die aanvoegende wijs: "Hij zegene u...". die in de Christelijke Kerk nu eenmaal allerwegen gebruikt wordt, in de hoop dat de hoorders er geen onzekerheid in horen, maar wèl de oproep tot geloof.
Ongeveer hetzelfde 'probleem' met vertalen doet zich overigens voor bij die ándere zegenformule, die in de Kerk gebruikt wordt: "De genade van onze Heer Jezus Christus en de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen" (2 Kor. 13:13). In de griekse grondtekst staat géén werkwoord in deze zin. Ook hier wordt bijna altijd vertaald met het invoegen van een werkwoordsvorm in de aanvoegende wijs. maar er zijn ook voorgangers die zeggen: "...is met u allen". Anderen laten het werkwoord eenvoudig weg. Het kan allemaal en niets is ideaal. Laten we er maar geen ècht probleem van maken, maar goede verstaanders zijn van het Woord van de Heer!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief