Neapolis en Filippi

1994-02-11
  • Jaargang 38
  • nummer 3
Vanuit Thessaloniki maakten we een tocht naar het Oosten om Filippi te bezoeken. Paulus liep hier in omgekeerde richting. Vanuit Troas ging hij, na eerst nog het eiland Samothracië bezocht te hebben, aan land in Neapolis (Hand. 16:11). Deze plaats heet tegenwoordig Kavala en wij logeerden er in een hotel aan de haven. Die haven lag vroeger waarschijnlijk op dezelfde plaats. Veel mogelijkheden voor een haven zijn er in dit gebied niet, want de kust is nogal rotsachtiq. Op het plein bij de haven staat het nu vol met auto's en in de haven liggen de vissersbootjes. De boten hebben namen.
Verschillende heiligen zijn vernoemd, ook de onder ons bekende Nicolaas van Myra. Maar de naam Paulus vind je er niet terug. Wel is er in Kavala nog een Paulusstraat en zijn er restanten van een Pauluskerk.
Paulus is vanuit Neapolis meteen doorgereisd naar Filippi, dat toen een belangrijke plaats was. Dat is geen gemakkelijke tocht geweest. Hij moest over een hoge berg heen en heeft vanuit de hoogte Filippi zien liggen. In Hand. 16 lezen we, dat Paulus enkele dagen in de stad bleef en op de sabbat door de poort naar buiten de stad ging.
Hij veronderstelde, dat aan de rivier ergens een bedehuis was. Daar waren een aantal vrouwen, o.a. Lydia uit Tyatira (Azië). Op de plek, waarvan men denkt, dat deze ontmoeting heeft plaatsgevonden, staat nu een hotel, dat de naam Hotel Lydia heeft. Zulke veronderstellingen zijn altijd twijfelachtig, maar zeker is, dat Paulus aan de rivier met een aantal vrouwen gesproken heeft.
C. van der Waal wijst er in zijn boek 'Gij kustlanden' op, dat op de betreffende plaats aan de rivier waarschijnlijk een synagoge was. Paulus is op aandringen van Lydia waarschijnlijk tijdelijk in haar huis gaan wonen en vandaar ging hij regelmatig naar de gebedsplaats. Zo ontmoette hij een meisje, een slavin, die een waarzeggende geest had. Dit meisje liep dagelijks achter Paulus aan en riep 'Deze mensen zijn dienstknechten van de allerhoogste God...' Het is beslist niet zeker, dat met de allerhoogste God onze God is bedoeld. De Grieken hadden veel goden en ook hoge en nog hogere goden. En dus waren de woorden van het meisje beslist geen evangeliewoorden.
Paulus besluit de geest uit te drijven en dat gebeurt dan ook.
Deze gebeurtenis roept weerstanden op. De eigenaars van het meisje zien, dat ze aan hun slavin nu niets meer verdienen kunnen en sleuren Paulus en Silas naar de markt, de agora, en de beide mannen worden gegeseld en in de gevangenis gegooid.
Deze geschiedenis wordt uitvoerig verteld in Handelingen 16:19 e.v. Het verloop is wel bekend. Paulus en Silas worden in de gevangenis stevig vastgemaakt.
Midden in de nacht beginnen ze te zingen en de andere gevangenen horen het. Er komt een aardbeving en als gevolg hiervan raken alle gevangenen los. De bewaarder denkt, dat ze allemaal zullen ontsnappen en wil zelfmoord plegen, maar Paulus houdt hem op tijd tegen. De gevangenbewaarder spreekt met Paulus en hij gelooft. Met zijn gezin wordt hij gedoopt.
Van het oude Filippi is heel wat bewaard gebleven, o.a. de agora, die ongeveer 150jaar voor Christus is aangelegd. Hier is Paulus met Silas dus naar toe gesleurd. Hier heeft men hem geslagen en hier ergens in de buurt was de gevangenis, waar hij werd opgesloten. Hier hebben de mensen over de aardbeving gesproken, op de markt immers werd het laatste nieuws doorgegeven.
Langs de oude agora staat nog een aantal zuilen en daar omheen zijn nog muurtjes van huizen en winkels. In de 6de eeuw werd hier ook een grote basiliek gebouwd. Restanten laten kruisen zien. Hier kwamen de christenen in Filippi samen. Hier hebben ze gesproken over de brief, die Paulus en Timotheüs hen schreven. Hier hebben ze die prachtige verzen uit Filippenzen 2 elkaar voorgelezen en voorgehouden: 'Hij (Jezus) heeft zichzelf;ontledigd door een dienstknecht te worden en aan de mensen gelijk te worden'.
Hier hebben de Filippenzen wellicht moeite gehad met de woorden van Paulus, dat ons vaderland niet hier is, op aarde, maar in de hemel, vanwaar we de Heiland verwachten (Fil. 3:20).
Op die markt hebben Euodia en Syntyche gelopen, die kennelijk nogal eens ruzie maakten en die door Paulus tot eensgezindheid worden vermaand (Fil. 4:2).
We lazen in Filippi de brief van Paulus aan die oude gemeente van bijna 2000 jaar geleden...

Terug via Amfipolis en Appollonia
We reden terug naar Thessaloniki langs ongeveer dezelfde weg, die Paulus gegaan moet zijn. In Handelingen 16 wordt over de hierboven genoemde plaatsen gesproken. Veel is van deze plaatsen niet meer over. Op de plek van het oude Amfipolis lagen een heleboel stukken steen en gedeelten van zuilen. Het is blijkbaar de bedoeling dat allemaal wat netjes op te bergen, want er was een begin van een opslagplaats. De omgeving is er prachtig. In de diepte stroomt een riviertje en door de regelmatige regenval is het een vruchtbaar gebied.
Voldaan kwamen we terug in Thessaloniki.
We bleven er nog een aantal dagen en begonnen toen aan onze tocht naar het Zuiden van Griekenland.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief