Waren de joodse leiders blij met Johannes den Doper?

1994-02-11
  • Jaargang 38
  • nummer 3
"Hij - d.i. Johannes den Doper - was de brandende en schijnende lamp, en gij - dat zijn de joodse leiders - hebt u een tijdlang in zijn licht willen verheugen".
Joh. 5,35

De Synoptici contra Johannes?
Uit de synoptische evangeliën krijgen we de indruk, dat de joodse leiders niet veel van Johannes den Doper moesten hebben. Ze komen wel op zijn doop af (Mt. 3, 7), maar er staat nièt - zoals in v. 13 wél van Jezusdat ze kwamen om zich te laten dopen.
De woorden "van wien hebt u de tip gekregen de komende toorn te ontlopen?" (v. 7) zullen wel even spottend bedoeld zijn als de woorden van den blindgeborene aan het adres van de Farizeeërs in Joh. 9, 27: "Wilt u soms ook leerlingen van Hem worden?".
Johannes heeft denk ik, best doorgehad, dat ze als inquisiteurs kwamen; dat ze hem op het matje wilden roepen om zijn dopen, vgl. Joh. 1, 25. Nee, zich te laten dopen, dat hebben ze geweigerd. En dat wordt hun door Jezus zwaar aangerekend: "door zich niet door Johannes te laten dopen hebben zij het behoud dat God voor hen bedacht had, afgewezen", Luc. 7,30. Wat ze Johannes nagaven, was dan ook bepaald niet fraai: "Hij heeft een bozen geest" (v. 33).
Met dit beeld van de houding der joodse leiders tegenover Johannes den Doper in ons achterhoofd verbaast het ons bij den evangelist Johannes te lezen, dat deze leiders zich een tijdlang in het licht van den Doper hebben willen verheugen.

De lamp
Als Johannes den Doper hier door Christus 'de lamp' wordt genoemd 'die brandt en licht geeft', dan zal daarmee ongetwijfeld gedoeld worden op de boodschap die hij predikt; op het getuigenis dat hij geeft van Jezus Christus, wiens komt aanstaande is(1). Johannes den Doper was de laatste profeet uit de bedeling der wet (Mt. 11, 13; Luc. 16, 16).; van de wet die licht verspreidde over het mensenleven(2). Als 'de Elia die - naar het woord van Maleachi 4, 5 - komen zou' (Mt. 11, 15) heeft hij dan ook nog eenmaal het licht van Mozes' wet helder doen schijnen, vgl. Mal. 4, 4.

Zich vrolijk maken over...
Wat hebben de joodse leiders nu met dat licht gedaan?
Ik denk, dat wij in onze tekst het woord 'zich verheugen over' tot dusver verkeerd hebben verstaan. Woorden van deze werkwoordsstam kunnen nl. behalve een positieve soms ook een negatieve klank hebben. Enkele antieke lexicografen(3) maken ons op die betekenis attent.
Wij kunnen dat het best aanvoelen, als we uitgaan van 'zich vrolijk maken over'. Dat kan nl. ook bij ons de betekenis krijgen: 'uitlachen' of 'de spot drijven met'. Wij zouden bij wijze van voorbeeld kunnen denken aan het gebeuren, in 2 Kon. 2, 23-25 beschreven.
Gelooft u maar, dat die knapen uit Bethel 'pret' hebben gehad om dien gekken profeet. Je hoort ze in je verbeelding gieren van het lachen. Toch waren ze verre van 'blij' met Elisa!

Terechtwijzing
Ik zou dus Joh. 5, 35b aldus willen vertalen: "..., maar u verkoos(4) een tijdlang de spot te drijven met zijn licht". Zó pas krijgt dit woord in plaats van een waarderende een terechtwijzende klank. En die mochten we toch verwachten, nu Jezus deze uitspraak aldus had aangekondigd: "Ik zeg dit tot uw behoud" (v. 34). Daaruit blijkt: hun houding tot dusver heeft Hem verontrust; Hij wil dat ze zich bekeren.
Dié poging, hen alsnog te behouden, zal dan ook ten grondslag liggen aan Jezus' keuze van de woordere 'een tijdlang'.

'Herkansing'
Op alle drie plaatsen waar deze woorden verder in het NT voorkomen (2 Cor. 7, 8; Gal. 2, 5; Filem. 15) geven ze nl. aan, dat iets slechts tijdelijk zus of zo is; met de bijgedachte, dat het later anders kan worden. Heel duidelijk komt dat uit in de laatste tekst: "Want misschien is hij dáárom een tijdlang van u gescheiden geweest: dat u hem voor altijd zou terugkrijgen".
In Mt. 21, 32 spreekt Jezus met zoveel woorden over deze 'herkansing'. Helaas is ook die niet aan hen besteed geweest: "Want Johannes heeft u de weg der gerechtigheid gewezen, en toch hebt ge hem niet geloofd. De tollenaars en de hoeren echter hebben hem geloofd. Doch hoewel gij dat zaagt, hebt gij later geen berouw gekregen en ook in hem geloofd".

Noten
1 Op de bewoordingen die Johannes hier gebruikt, hoop ik in een later artikel nog apart in te gaan.
2 Zie mijn artikel 'Mozes en Jezus Christus', Opbouw, 36ste jrg., nrs. 8/9.
3 Hesychius, a 258,268, 270 Latte; Etymologicum Magnum 7, 8.
4 Het werkwoord dat ik hier door 'verkiezen' vertaal (eigenlijk 'willen') heeft op deze plaats m.i. dezelfde negatieve kleur, t.w. 'eigenzinnig ingaan tegen wat - in dit geval door Godgevraagd wordt', als in Mt. 17, 12 (vgl. Macc. 9, 13): "Maar ik zeg u: Elia is al gekomen, en ze hebben hem niet erkend, maar met hem gedaan al wat ze verkozen".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief