Kuria

1995-11-03
  • Jaargang 39
  • nummer 22
In een aantal landen zijn protestantse kerken buitengewoon actief in de hulpverlening aan sociaal zwakkeren en zieken in de samenleving. Bekend zijn o.a.: projecten in de verpauperde wijken van Amerikaanse steden. Maar ook in Nederland kennen we dergelijke projecten. Een voorbeeld is het werk van de Stichting Kuria in Amsterdam.

Bij het werk van Kuria is een aantal Amsterdamse kerken nauw betrokken. Het zijn de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt), de Nederlands Gereformeerde kerken, de Christelijke Gereformeerde kerken, de Gereformeerde Gemeenten (in Nederland en Noord-Amerika) en twee Nederlands Hervormde wijkgemeenten (de Noorderkerk en de Jeruzalemkerk). Daamaast krijgt men steun vanuit de landelijke kerkverbanden. Op een warme zomeravond had ik een gesprek met de directeur van Kuria, mevrouw C. van Tol-Verhagen en met de penningmeester van de stichting, drs. J.M. Mudde. Nadat mevrouw Mudde voor koffie en koek had gezorgd konden pen en papier ter hand worden genomen (van Pieter van Kampen hoor ik regelmatig over problemen met cassetterecorders, ik hou me dus maar bij pen en papier).
Tijd voor de eerste vraag.

Eerst een duik in de geschiedenis. Hoe is Kuria ontstaan?
Mevrouw Van Tol vertelt dat een evangelisatiecontact dat de vroegere predikant ds. E.A. de Boer eigenlijk aan de basis lag van het werk van Kuria. Ds. De Boer had in de jaren 'SO contact gelegd met een AIDS-patiënt. Deze man was erg eenzaam, hij had eigenlijk geen sociale omgeving. Er is toen een groepje gevormd dat met hem in contact bleef. Uit deze ontmoetingen kwam ook naar voren dat er dringend behoefte is aan opvang voor mensen die emstig ziek zijn en niet thuis of in hun eigen omgeving kunnen sterven. In die tijd kwam er een verpleeghuis leeg in Amsterdam-Zuid. Er werd contact gelegd met (o.a.) predikanten van een aantal reformatorische kerken in Amsterdam, er ontstond een werkgroep met een vertegenwoordiging uit deze kerken. Eigenlijk is het allemaal best snel gegaan. Om de plannen uit te kunnen voeren was er natuurlijk ook wel een bestuur nodig dat van wanten wist. Gelukkig bleken de bestuursleden te weten hoe ze de zaken snel aan moesten pakken.

Je kunt plannen maken, maar om zo'n voorziening te beginnen heb je toch ook een fors bedrag nodig om te kunnen starten?
De heer Mudde: "We hadden een klein startkapitaal, eigenlijk veel te klein voor zo'n groot project. Daamaast hadden we het vertrouwen, het gelóóf dat we dit mochten doen. Dat geloof is aan alle kanten bevestigd. Alles was op tijd klaar. In september 1992 kon het eerste personeel worden aangenomen, half oktober kwam de eerste bewoner."

Was het moeilijk om personeel te krijgen voor 'Kuria'?
Mevrouw Van Tol: "Het was geen probleem om mensen te krijgen. We konden een aantal verpleegkundigen in huis halen met ervaring, ze waren afkomstig uit de verschillende kerken die ons steunen. We zijn gestart met 5 full-time krachten, inmiddels werken we met 6 mensen die voor SO% werken. Full-time is eigenlijk te zwaar voor dit werk."

Zijn er (naast de verpleegkundigen) ook andere medewerkers aan Kuria verbonden?
Mevrouw Van Tol: "De bewoners mogen hun eigen huisarts 'meenemen'. Voor mensen die dat niet willen heeft Kuria contacten met een huisarts in de buurt. Daamaast worden we gecoached door het pijnteam van de Vrije Universiteit. Voor o.a. extra zorg en bijzondere contacten met familie en met overheidsinstanties hebben we part-time een maatschappelijk werker in dienst."

Ik heb begrepen dat de kracht van 'Kuria' schuilt in het feit dat er zoveel vrijwilligers ingezet worden. Op zich is dat natuurlijk al een wonder: want overal in Nederland hoor je over tekorten aan vrijwilligers. Kunt u iets over het werk van die vrijwilligers vertellen?
"Er is altijd een verpleegkundige aanwezig. 's Nachts heeft deze verpleegkundige slaapdienst. Hij of zij kan gewekt worden als er iets aan de hand is. Daamaast zijn er dag-en-nacht één of twee vrijwilligers in Kuria aan het werk. Ze zijn niet altijd bij de zorg voor de bewoners betrokken; ze koken, doen de administratie of geven voorlichting.
Voordat ze aan de slag gaan, krijgen ze allemaal een basis-cursus, of je nu in de boekhouding gaat werken of dat je je rechtstreeks wilt richten tot de bewoners. In die cursus leren de vrijwilligers een aantal praktische handelingen, zoals het (ziekenhuis)bed opmaken, iemand vertillen. Ook horen ze over de hygiënische maatregelen die ze in acht moeten nemen. Natuurlijk krijgen ze ook informatie over ziektebeelden, vooral over AIDS. De vrijwilligers komen uit heel Nederland. Er is bijvoorbeeld een man die ieder jaar met kerst uit Zeeuws Vlaanderen komt. In totaal zijn er 90 vrijwilligers, waarvan 60 uit Amsterdam. De vaste kem bestaat uit 30 mensen. Eigenlijk draait Kuria voor een groot deel op al deze vrijwilligers, zonder hen zouden we dit werk niet op deze manier kunnen doen."

Waar komt het idee achter Kuria vandaan?
"In Engeland heb je de Hospice-huizen. De visie van Kuria lijkt op dat van de engelse voorzieningen voor mensen die aan het eind van hun leven zijn gekomen ('terminale patiënten'). Voor Kuria geldt daamaast dat we gedreven worden door de opdracht om christelijke barmhartigheid te tonen."

Wat betekent het dat christenen uit verschillende reformatorische kerken in Kuria zo nauw met elkaar samenwerken?
Mevrouw Van Tol en de heer Mudde vullen elkaar aan. "In het werk in Kuria merk je hoe dicht christenen naast elkaar kunnen staan. Natuurlijk, er zijn verschillende kerken, maar hier merk je ook wat je deelt met elkaar. Je bent samen met christelijke barmhartigheid bezig. Je kunt met elkaar praten, je bidt met elkaar, je leest met elkaar uit de Bijbel. Samen leg je moeilijke situaties aan de Here voor. Op dat moment vallen de grenzen tussen de kerken echt weg. Dat is óók de kracht van Kuria!"

De medewerkers en vrijwilligers van Kuria hebben regelmatig te maken met mensen die gaan sterven. Worden ze daar op voorbereid?
Mevrouw Van Tol: "Stervensbegeleiding is geen 'vak'. Natuurlijk moet je wel weten wat je op een bepaald moment moet doen. Maar het gaat vooral om je houding: er zijn voor mensen die zich eenzaam voelen. Het laatste stuk van hun leven is voor hen, maar jij mag met ze mee. Dat is vaak heel aangrijpend. Je moet wel bedenken dat er gemiddeld eens in de 14 dagen iemand overlijdt op Kuria. De vrijwilligers krijgen dan ook zoveel mogelijk opvang, ze moeten de gelegenheid hebben om de emoties uit te praten."

Een wat té voor de hand liggende vraag misschien, maar ik stel hem toch maar: hoe denkt men in Kuria over euthanasie?
"Daar zijn we heel helder in: we doen daar niet aan mee. Bij een intakegesprek voor een opname brengen we dat ook heel nadrukkelijk naar voren. Zo'n 30 tot 40% van de patiënten heeft een euthanasieverklaring bij zich.
Anderzijds: in het ziekenhuis wordt bij ernstig zieke patiënten wel over de mogelijkheid van euthanasie gesproken.
Voor de patiënten geldt: als ze zich niet kunnen vinden in onze visie op euthanasie, kunnen wij hen wel opnemen, maar we zullen niet aan hun verzoek kunnen voldoen. Je zult bij het opnamegesprek dus wel helder moeten zijn in je stellingname."

Kuria is dus in alle omstandigheden voor het rekken van leven?
"Nee, zo moet je het niet zien. Er bestaan veel misverstanden over, alsof wij dan maar vinden dat je eindeloos door moet behandelen. Er komt een moment waarop de behandelaar terug moet treden, maar de zorg en de pijnbestrijding komen dan voorop te staan. Onze ervaring is dat de vraag naar euthanasie nogal eens voortkomt uit een gevoel van eenzaamheid. Wanneer we kijken naar de ziekenhuizen zie je dat de medische zorg in Nederland erg geprofessionaliseerd is. Wij zijn ook professioneel, maar er komt iets bij: de sfeer van het huis."

U gaat er dus vanuit dat een warme, betrokken sfeer de vraag naar euthanasie vermindert?
Ja, dat is inderdaad het geval. Wanneer je die eenzaamheid weet te doorbreken ontstaat er een gevoel van samen-zijn. Continue en troostvolle nabijheid is de eerste en de laatste pijnstiller. Dan is er ook minder vraag naar levensbeëindiging. We hebben bijvoorbeeld iemand in huis gehad die thuis heel agressief was; na de opname in Kuria veranderde hij enorm, dankzij de sfeer en de acceptatie.

Hoe moet ik me die sfeer voorstellen?
Wanneer je Kuria vergelijkt met een ziekenhuis komt het verschil alleen al tot uiting in het feit dat we geen uniformen dragen. We spreken ook niet van patiënten, maar van bewoners. Iedereen heeft een eigen kamer. De familie mag blijven slapen; er zijn twee gastenkamers. Bewoners mogen hun eigen spullen van huis meenemen en ze mogen zelfs hun huisdier meenemen. Dat kun je je in een ziekenhuis toch niet voorstellen. We proberen de thuissituatie zo dicht mogelijk te benaderen en zullen, hoe vreemd het ook klinkt, de verjaardaq van een bewoner ook vieren.

Een aantal predikanten is nauw betrokken bij het werk van Kuria. Kunt u iets vertellen over hun werk?
Ja, een aantal predikanten uit de kerken die betrokken zijn bij het werk van Kuria vormt samen het pastorale team.
Nu zijn er 6 predikanten. Ze hebben om de 6 weken dienst. Ze zijn dan ook betrokken bij een eventuele opname.
Wie in die week wordt opgenomen 'hoort' ook bij die predikant, hij wordt als het ware de wijkpredikant. De predikanten verzorgen twee keer per week een Schriftoverdenkingen en houden een dienst op zondag (op de overige dagen verzorgen de verpleegkundigen de Schriftoverdenking). De predikanten verzorgen daarnaast pastorale avonden voor vrijwilligers en ze zijn ook bij _, de begeleiding van vrijwilligers en van defam!!!.: betrokken. De predikanten hebben zelf ook een training gevolgd voor dit werk.

Maar de meeste mensen die in Kuria worden opgenomen zijn toch niet kerkelijk. Is het niet wat vreemd om dan opeens een dominee naast je bed te hebben?
Vijf van de zes mensen zijn wel in aanraking geweest met het Evangelie, alleen hebben ze vaak afgehaakt. Ze hebben bijvoorbeeld op een christelijke school gezeten. Sommigen kennen de christelijke boodschap ook uit een later moment van hun leven: van het drugspastoraat of van het Leger des Heils. Soms werkt deze ontmoeting drempelverlagend in de richting van Kuria. Slechts een enkele keer wijst men opname in Kuria nadrukkelijk af omdat het een christelijk huis is.

In Kuria worden de bewoners dus geconfronteerd met het Evangelie. Betekent dat ook dat sommigen aan het eind van hun leven nog tot geloof komen?
Het is geen uitzondering dat mensen hier veranderen. De gesprekken, de openheid, de sfeer maken mensen ontvankelijk; daar hoef je helemaal geen evangelisatiecampagne voor op te zetten. Ze vragen zelfs aan vrijwilligers om met hen te bidden, ze vragen om uit de Bijbel te lezen, ze komen uit zichzelf naar de overdenking toe, ze stellen vragen.
De heer Mudde: "Ik moet vaak denken aan de moordenaar naast Jezus aan het kruis. Je ziet echt dat mensen op het laatste moment, vlak voor ze gaan sterven, tot geloof komen. Je mag dan ook geloven dat zo iemand echt bij Jezus mag komen. Als je zoiets ziet, dan put je daar onnoemelijk veel kracht uit voor je werk in Kuria, maar ook voor je hele persoonlijke geloofsleven."

En hoe reageert de familie op de christelijke identiteit van Kuria?
Je kunt zeggen dat de werkwijze van Kuria de familie het geloof bewust onder ogen brengt. Soms zijn ze heel verbaasd, want ze dachten altijd dat christenen geen hulp willen geven aan AIDS-patiënten. Hier ervaren ze dat we de zonde wel afwijzen, maar de zondaar niet: hij wordt volledig geaccepteerd.

Ik begrijp dat er regelmatig mensen met AIDS worden opgenomen. Kunt u nog iets vertellen over de bewoners van Kuria: waar komen ze vandaan, hebben ze AIDS of soms ook andere ziekten?
Er is inderdaad een grote groep AIDS-patiënten. Mevrouw Van Tol: "Dat brengt me op een vraag. Er is een grote vraag naar christen-buddies. Dat zijn mensen die een AIDS-patiënt kunnen begeleiden. Iedere bewoner krijgt twee buddies toegewezen. Het is werk dat je uiteraard niet moet onderschatten; je bindt je aan zo iemand. Er zijn een aantal buddies uit de kerken, maar het aantal is niet voldoende." Uiteraard worden op Kuria ook andere mensen opgenomen. De mensen kunnen allerlei ziekten hebben. Uiteraard zijn het vaak mensen met kanker die aan het einde van hun leven zijn gekomen en niet verder meer worden behandeld. De meeste bewoners komen uit Amsterdam. Heel vaak zijn het ook mensen die al jarenlang geen werk meer hadden en van een uitkering moesten leven.

Ik denk dat er behoefte is aan veel meer bedden in de regio Amsterdam. Zijn daar plannen voor?
Mevrouw Van Tol: "Ja, we zouden wel graag uitbreiden, bijvoorbeeld tot 10 bedden, want de nood is erg hoog. Ook zou er ruimte moeten komen voor kortdurende opnames ter verlichting van de thuissituatie. Toch moeten we ook weer niet nog groter worden, want dan ga je voorbij aan de kleinschalige sfeer die nu zo kenmerkend is voor Kuria."

Hoe wordt het werk van Kuria financieel draaiende gehouden?
Hier komt de penningmeester 'op de proppen'. De heer Mudde constateert het zo op het oog nuchter, maar wie beseft hoe het werkelijk zit met de kosten merkt dat het financiële plaatje van Kuria allesbehalve vanzelfsprekend is.
De zorg die door Kuria wordt geleverd wordt namelijk niet vergoed door het ziekenfonds of door de AWBZ De heer Mudde: "Slechts 10% wordt betaald door de patiënten, 90% van onze inkomsten is afkomstig uit giften.
Het gaat om een bedrag van zo'n 600.000 gulden per jaar. Die giften komen uit het hele land, van kerken, van particulieren, van stichtingen."

Is dat niet wat vreemd: het ziekenfonds betaalt niet?
"Ja, inderdaad is dat vreemd, zeker als je bedenkt dat de zorg die Kuria biedt aanmerkelijk goedkoper is dan de kosten van een opname in een ziekenhuis. Sommige particuliere verzekering vergoeden wel een deel van de kosten, maar de ziekenfondsen zijn - in tegenstelling tot de situatie in Engeland nog niet zo ver. Omdat de meeste bewoners van Kuria ingeschreven staan bij het ziekenfonds moet dus het grootste deel van de kosten die Kuria maakt van giften komen."

Maakt u zich dan als penningmeester geen zorgen?
De heer Mudde: "Wat me zo goed doet, is dat we steeds weer werden geholpen. Soms was dat heel onverwachts.
Ook als we het land in gaan om over ons werk te vertellen komen we nooit met lege handen terug. Daar zien we echt de hand van de Here in. En in dat vertrouwen durven we ook verder te gaan."

Tenslotte een vraag van praktische aard. Hoe komen mensen aan informatie over Kuria?
"We geven door het hele land voorlichtingsavonden.
Wanneer een kerkelijke gemeente of een vereniging meer over ons werk wil horen, kan men dus vragen of we een avond verzorgen. We doen het graag, want we willen dat de mensen iets proeven van de manier waarop christelijke barmhartigheid concreet gemaakt kan worden. Daarnaast is er een nieuwsbrief die aan de donateurs wordt toegezonden. Daarin vertellen we over achtergronden van ons werk, over nieuwe ontwikkelingen, over dagelijks gebeurtenissen. Die nieuwsbrief sturen we ook graag aan belangstellenden toe."

Tenslotte
Als ik dit interview bewerk, is het 2 september.Vandaag ontmoeten christenen uit reformatorische kerken elkaar in Amersfoort. Het thema is: één kudde, één herder. Dat thema is wel bijzonder tastbaar in het werk van Kuria in Amsterdam.
De christelijke barmhartigheid is er concreet aanwezig en samenbindend. Zoals Jezus, onze 'Kurios' (Grieks: heer) met innerlijke barmhartigheid bewogen was, zo moet ook de christelijke gemeente barmhartigheid bewijzen aan iedereen. In die christelijke barmhartigheid vallen de grenzen tussen de kerken weg.
Dit gezamenlijke christelijk dienstbetoon aan stervenden vormt tevens een tastbaar getuigenis voor mensen die de weg naar Jezus kwijt zijn geraakt. Woord en daad vormen immers één geheel...

Voor mensen die meer informatie over 'Kuria' willen of het werk van 'Kuria' willen steunen: u kunt bij onderstaande adressen terecht:

Drs. J.M. Mudde,
Anske Lammingastraat 33
1065 GE AMSTERDAM,
(020)-6154116

Stichting Kuria, Valeriusplein 6,
1075 BG AMSTERDAM, postgiro 8377

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief