Goede tijden, winkel-tijden?

1995-11-17
  • Jaargang 39
  • nummer 23
De zondag was, als rustdag, tot voor kort een vrij ‘rustig bezit’. Maar opvattingen kunnen veranderen. Wat in het verleden vanzelfsprekend was behoeft dat nu niet meer te zijn. Ontwikkelingen als hier bedoeld kunnen zich soms heel snel voltrekken. Dat is ook nu het geval. Bovendien geschiedt dat langs verschillende wegen. De meest recente voornemens van het kabinet m.b.t. de zondag liegen er niet om. Inzet is dan niet meer de mogelijkheid van openstelling van winkels voor een (beperkt) aantal zondagen. Het nieuwe plan om de Winkelsluitingswet te vervangen door een Winkeltijdenwet zal veel ingrijpender consequenties kunnen hebben. De wijziging van de naam maakt duidelijk dat ook de geestelijke achtergrond van de wet een andere is.

Langs verschillende wegen
Het is nog maar kort geleden, dat er acties gevoerd werden tegen verruiming van de openstelling van winkels op zondag. Handtekeninglijsten gingen rond. Kerkeraden werden benaderd. Gemeenteraden kregen het verzoek niet mee te werken aan de mogelijkheid die de Winkelsluitingswet sinds kort bood om de winkels toch op een beperkt aantal zondagen per jaar open te stellen. Maar er is meer. Ook de Arbeidstijdenwet zal worden gewijzigd. Met de bedoeling dat werken op zondag zal zijn toegestaan als de 'bedrijfsomstandigheden' daartoe aanleiding geven. En sinds kort ligt er bij de Tweede Kamer een ontwerp 'Winkeltijdenwet' . Er is dus wel, wat je zou kunnen noemen, 'werk aan de winkel'.

Winkeltijden
Als het aan het - paarse - kabinet ligt zal de Winkelsluitingswet worden vervangen door een Winkeltijdenwet. Dat voorstel wordt dan gedaan, zo kan men lezen, vanwege "maatschappelijke ontwikkelingen en de behoefte aan vermindering en vereenvoudiging van regels". Het eerstgenoemde argument spreekt op het eerste gezicht wel aan; het tweede argument doet het natuurlijk altijd goed. Verderop in de toelichting wordt dan gewezen op o.a.
de 'economische groeidynamiek' , de 'moderne arbeids- en leefpatronen' en de benodigde 'vernieuwingskracht'. Ontwikkelingen, die eveneens om een drastische wijziging zouden vragen. Vanuit het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (het CIO) is er bij de hoorzitting van de Tweede Kamer op gewezen, dat het bepaald niet gaat om een (vanzelfsprekende) aanpassing, maar om een heel fundamentele keuze. Hier wordt gekozen, aldus het CIO, voor een verandering van de inrichting van de samenleving. Hier wordt gepleit voor een wijziging, die niet goed is. Wat is namelijk het geval? Het begin lijkt weliswaar vrij onschuldig. Het uitgangspunt is een duidelijk verbod om een winkel op zondag en op bepaalde feestdagen voor het publiek open te hebben. Die inzet wordt even later echter grondig onderuit gehaald. Een gemeenteraad zal, als dit ontwerp wet zou worden, dat verbod op zij kunnen zetten. Bescherming van de zondag is er dan nauwelijks meer bij. Bijbelse, religieuze, maatschappelijke en sociale motieven moeten het afleggen tegen - niet altijd deugdelijke - economische argumenten.

Economische motieven
Zo wordt betoogd, dat de voorgenomen wijziging de werkgelegenheid zou bevorderen.
Dat klinkt natuurlijk aantrekkelijk. Of het waar is, is een andere zaak. De praktijk in Zweden, waar al meer dan 20 jaar geleden tot een dergelijke verruiming werd overgegaan, wijst uit dat een en ander daar juist leidde tot een daling van het aantal (kleinere) winkels en niet tot een uitbreiding van het aantal arbeidsplaatsen. Ook bij andere argumenten kan men kritische vragen stellen. Zo zou het voorstel leiden tot prijsverlagingen, de flexibiliteit bevorderen en zelfs de eenzaamheid bestrijden. Het zijn stuk voor stuk argumenten, die nog al twijfelachtig zijn. Een flexibele arbeidsmarkt leidt nog niet tot economische groei, zo kon men vorig jaar in een universitair onderzoeksrapport lezen. Maar er zijn ook andere aspecten, die tot voorzichtigheid manen. Werknemers en sollicitanten zullen de vraag krijgen om op zondag te gaan werken. Een vraag die zeker niet altijd vrijblijvend zal zijn. Bovendien zal een positief antwoord op die vraag weer leiden tot een verdergaande individualisering binnen het gezin en dus ook van de samenleving en tot een toenemende afbraak van de zondag. Trouwens, zelfs voetbalbonden zullen zich met dit voorstel niet gelukkig voelen.

Per gemeente
De voorstanders van het wetsontwerp zullen er op wijzen, dat (de meerderheid van) de (plaatselijke) bevolking zo immers zelf zijn keuze zal kunnen maken. De gemeenteraad beslist immers? Kleinere gemeenten, waarin de meerderheid van de bevolking de zondag nog hoog houdt, kunnen zo immers zelf hun voorkeur laten geIden?
En zou men van christelijke kant, als het kabinet dat vrijgeven van de zondag zelf voor het hele land had voorgesteld, niet juist een voorstel hebben kunnen verwachten, om dat door de gemeenteraden te laten beslissen? Om op plaatselijk niveau toch nog iets van die zondagsrust te redden? En natuurlijk is dat ook zo.

Enkele vragen
We praten en schrijven tegenwoordig wat meer over 'normen en waarden'.
Terecht. Beslissend is daarbij echter over wélke normen en waarden we het hebben. En welke het belangrijkste zijn. Natuurlijk zul je in gevallen als hier bedoeld ook met economische normen en waarden mogen en moeten rekenen. Maar er is wel meer. Er zijn ook andere en zelfs meer belangrijke normen en waarden, die ook een wetgever niet ongestraft kan negeren.
Van veel respect voor de zondag, zowel in zijn religieuze als in zijn sociale betekenis, getuigt het wetsontwerp in ieder geval niet. Bijbelse noties en normen scoren niet erg hoog. Het is goed om in dat kader van onze kant uit uitdrukkelijk te (blijven) stellen, dat ook een overheid binnen de haar gegeven grenzen haar taak heeft te vervullen 'coram Deo', voor het aangezicht van God. Of ze dat nu erkent of niet. Een andere vraag isen dat is dan een vraag, die op óns afkomt - hoe wij die zondag beleven en te beleven hebben. Zondagsheiliging heeft niet alleen te maken met een heel oud gebod maar is ook een opdracht voor de jaren na 1995. Ook in een maatschappij, een samenleving, die sterk verandert. Het wetsontwerp maakt niet alleen duidelijk, dat er ontwikkelingen zijn, die óns alle redenen geven voor een nadere bezinning, maar ook dat er bij de vorming van het laatste kabinet toch bepaalde wissels werden gepasseerd.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief