Bovenaards mededogen

1995-11-17
  • Jaargang 39
  • nummer 23
Prins Siddharta neemt afscheid van zijn oude leven. Hij stuurt zijn dienaar en paard naar zijn vader terug; ook legt hij zijn juwelen af en snijdt met het zwaard van de dienstknecht zijn haartooi af. Verder ruilt hij zijn kostbare kleding in voor die van een jager. Al zijn bindingen met de wereld en zijn verleden zijn in feite weggevallen. De prins is de laatste etappe van zijn zoektocht naar de Verlichting begonnen.

AI mijn ledematen werden als de knoestige gewrichten van verwelkte klimplanten, mijn billen als de hoef van een os, mijn uitstekende ruggegraat als een serie ballen, mijn ingevallen ribben als de omhoogstekende balken van een instortende hut. Mijn ogen lagen diep in hun kassen, hun pupillen fonkelden als water in een diepgelegen bron. Zoals een onrijpe pompoen verschrompelt en in de hete wind krult, zo verging het mijn schedel. Als ik dacht:'lk zal de huid van mijn buik aanraken', raakte ik ook de huid op mijn wervelkolom, aangezien de huid van buik en rug tegen elkaar lagen. De haren die aan de wortels wegrotten, vielen van mijn lichaam af, als ik mijn ledematen streelde.

Majjhiima Nikaya. 245-6 1

Spoedig sluit de prins zich bij een paar Hindoe-wijzen aan. Zij leven ascetisch en proberen door consequente versterving de Bron van het AI te leren kennen. Volgens de bronnen is hij de leerling van diverse wijzen geweest; in korte tijd maakt hij zich de leer en meditatie-niveaus van zijn meesters eigen. De gezochte ware kennis en ware verlossing ontgaan hem echter steeds.
Zes jaar lang leeft Siddharta heel ascetisch (een rijstkorrel per dag is soms zijn hele menu!). Dan is Siddharta een skelet gelijk. Een meisje brengt hem te eten, als hij een bad neemt in de rivier. Het voedsel doet hem veel goed. De metgezellen beschouwen dit echter als een moment van zwakheid en laten hem minachtend in de steek. Siddharta is dan ongeveer 35 jaar. Omdat hij inziet dat extreem ascetisch leven hem niet dichter bij de Waarheid brengt, gaat de prins alleen verder. In het Noorden van India gekomen, gaat hij bij volle maan onder een boom zitten. Hij is nu bijna een Boeddha, een Verlichte.
De boom in kwestie is later als de 'Boom der Verlichting', de 'Bo Boom' of 'Bodhi Boom'rvereerd,

De Verlichting bereikt
Tijdens zijn dagenlange verblijf onder die boom staat hij oog in oog met 'de verzoeker'. Die ervaring doet wel denken aan de verzoeking van Christus in de woestijn. Volgens de bronnen is hij door Mara aangevochten, de demon van onwetendheid en dood. Bij het zien van de prins in een houding van concentratie en meditatie, een mens die zich nu niet laat afbrengen van het vinden van de Waarheid, weet Mara dat deze bijna tot volkomen Verlichting gekomen is.
Dat is een rechtstreekse bedreiging van Mara's macht! Hij oefent immers macht uit doordat mensen niet de ijdelheid van het bestaan onderkennen en geloven in de werkelijkheid van 'maya', de illusie van het leven.
Daarom tracht Mara Siddharta zover te krijgen dat deze zijn zoektocht opgeeft. Het eerste wapen dat hij hanteert is intimidatie. Als dat geen effect heeft, wil Mara de ernstige Waarheidszoeker voor sensuele bekoring laten vallen, maar dat is vruchteloos. Ook andere verzoekingen brengen de Boeddha-in-wording niet uit zijn evenwicht.
Vervolgens moet de prins bewijzen dat hij op de Verlichting recht heeft. De prins antwoordt dat hij zich in talloze levens de verdienste heeft verworven om die nu te ontvangen. Wanneer Mara hem dan uitdaagt dan voor dit alles eens getuigen aan te voeren, strekt, volgens de overlevering, de prins zijn arm uit en legt zijn hand op de aarde. "De aarde is mijn getuige", zegt hij. Een ver en diep gerommel dat uit de aarde opkomt bevestigt de juistheid van zijn uitspraak.
Dan wordt de prins de Verlichting deelachtig! In zijn nieuwe Ontwaakte Staat ziet hij het diepste wezen van het bestaan. Hij ziet dat lijden het hele leven doortrekt. Hij weet hoe dat lijden ontstaan is en ook hoe er een einde aan dat lijden kan komen. Hier, op deze plek onder de Bodhi-boom, herkent hij de Weg die hij de mensheid voortaan wijzen zal. Hier ziet hij in hoe levende wezens van lijden verlost kunnen worden en wijst hij hun de weg naar 'verlossing', naar Nirvana.

De laatste verzoeking
Is het, nu Boeddha de staat van gelukzaligheid bereikt heeft, dan niet verreweg het beste dat hij nu, op dit moment, van het leven afscheid neemt? Dat is de inblazing van Mara. Hij heeft de noodzaak om zelf opnieuw geboren te worden overwonnen, kan nu zonder probleem het Nirvana binnengaan en de mensen, die immers toch niet van hem zullen willen weten, aan hun lot overlaten. Ook deze verleiding wordt echter door de Boeddha weerstaan.
Vooral door de Mahayana School van het Boeddhisme, wordt de keuze van de Boeddha om onder de mensen op aarde te blijven, als een moment van beslissende betekenis beschouwd. De godenwereld verkeert in even grote spanning als het de mensenwereld moet bezighouden. "Na het ogenblik van zijn Verlichting bleef de Boeddha onder de Bodhi Boom (de Boom van de Verlichting) en ook op andere plaatsen in de nabijheid mediteren. Na enige tijd overwoog hij of hij de Dharma aan anderen zou onderwijzen. 'Het is te diep en te moeilijk om te worden onderwezen', dacht hij. 'Het gaat teveel in tegen koppige en alles doortrekkende begoocheling. Een wereld die zo totaal gebonden is door alle bindingen, die zo gewend is te leven in wellust en agressie, heeft teveel stof in de ogen om ooit de waarheid, die zich aan het zicht onttrekt, te kunnen waarnemen.' De Gezegende besloot daarom geen onderricht te zullen geven. Hij zou er het zwijgen aan toedoen.
Toen besefte de god Sahampati het besluit van de Boeddha. Hij verscheen voor de Gezegende; met de handpalmen bijeen smeekte hij uit naam van alle wezens om 'het wiel van de Dharma' toch op gang te brengen. Hij hield een vurig pleidooi dat er vele waarachtige zoekers van de waarheid waren die slechts weinig stof in de ogen hadden. Dezen zouden in staat zijn de Dharma in alle subtiliteit en diepte te ontwaren. 'Als u hun slechts onderricht', zei hij, 'zult u talloze wezens uit de kringloop van het lijden kunnen verlossen.' Toen op deze wijze een beroep op hem werd gedaan, werd de Boeddha met ontferming bewogen. Hij stemde met het verzoek van de god in door te zwijgen en toen hij wist dat hij verhoord was, maakte Sahampati een buiging en verdween."2 Sahampati is overigens ook bekend als de (Hindoe) god Indra.

De rondtrekkende Verlichte Meester
Als de Boeddha van zijn plaats onder de Bodhi-boom opstaat, brengt hij de waarheid die hij bij zijn Verlichtingservaring heeft ingezien. De eerste verkondiging van de Boeddha, waar hij de Dharma (zijn heilsleer) uiteenzet, vindt plaats in een hertenkamp bij Sarnath in de omgeving van Benares, de heilige stad van de Hindoes aan de rivier de Ganges.
In de traditie staat die verkondiging bekend als "de toespraak over het in beweging brengen van het Wiel van Dharma".
Thema is de Vier Edele Waarheden en het Edele Achtvoudige Pad:

"Dit, monniken, zijn de vier edele waarheden. Welke vier? Het lijden, het ontstaan van het lijden, het opheffen van het lijden en de weg die tot de opheffing van het lijden voert. Wat nu is lijden? Geboorte is lijden, ouderdom is lijden, ziekte is lijden, en dood, de vereniging met wat ons onaangenaam is en de scheiding van wat ons lief is is lijden. Als men iets wenst en nastreeft en het niet krijgt, dat is lijden. Kortom, de vijf categorieën die tot hechten aanleiding geven worden lijden genoemd, lijden.
Wat is nu het ontstaan van het lijden? De dorst die steeds een nieuw bestaan zoekt, die met vreugde en hartstocht gepaard gaat, die dan hier, dan daar behagen in schept, dat noemt men het ontstaan van het lijden.
Wat is nu de opheffing van het lijden? De dorst, die steeds een nieuw bestaan zoekt, die met vreugde en hartstocht gepaard gaat, die dan hier, dan daar behagen in schept, die verwekt en tot het bestaan terug roept, die dorst geheel en al zijn hartstocht ontnemen en hem opheffen, dat noemt men de opheffing van het lijden.
Wat is nu de weg die tot de opheffing van het lijden voert? Het edele acht/edige pad, te weten: de juiste mening, de juiste bedoeling, het juiste woord, de juiste daad, het juiste leven, de juiste inspanning, de juiste waakzaamheid, de juiste geestesconcentratie. Dat noemt men de weg die tot opheffing van het lijden voert. Dit, monniken, zijn de vier edele waarheden."

Als zijn vijf vroegere metgezellen deze leer meteen aanvaarden worden ze formeel als leerlingen van de Boeddha aangenomen. Ze ontvangen een soort 'wijding' tot 'bhikku', bedelmonnik. "Kom, bhikku", zegt de Boeddha tegen zijn eerste leerling Kaundinya. Vanaf het eerste moment zijn er velen die Boeddha's weg horen en die willen begaan. Vooral veel mensen uit de lagere kasten en de kastelozen voelen zich door de leer aangetrokken, omdat de Boeddha geen scherpe kasteverschillen erkent. Vijfenveertig jaar lang gaat de Boeddha als bedelmonnik het land door. In de oude verhalen horen we van zijn goedheid, eenvoud, liefde voor mensen en 'mededogen'. Hij deelt in alles het leven van zijn eerste zestig volgelingen (binnen drie maanden na de Ontwaking had hij die verworven), die als zendelingen waren uitgestuurd.
Zijn leerlingen gaan rond, prediken de Dharma, de Leer van de Boeddha en winnen velen voor de Sangha, de orde die de Boeddha gesticht heeft. Om toe te treden moeten kandidaten hoofdhaar en eventuele baard afscheren; ook moeten ze een speciaal, vaak saffraankleurig, gewaad aantrekken en ze moeten de volgende verklaring afleggen:
"Ik neem mijn toevlucht tot de Boeddha.
Ik neem mijn toevlucht tot de Dharma.
Ik neem mijn toevlucht tot de Sangha."
Die formule moeten ze tot driemaal toe herhalen.

Ook zijn eigen zoon, Rahula, nu zeven jaar oud, komt z'n vader bezoeken. "De Gezegende omhelsde de jongen niet méér dan zijn andere bloedverwanten, maar toch zei Rahula: 'Het voelt goed om zelfs maar in uw schaduw te staan.' Later voegt de jongen zich bij de orde." Welwillende volgelingen die 'in de wereld blijven' schenken de Boeddha ruimte voor de eerste 'kloosters' en ook de eerste verblijfplaatsen voor de moessontijd, die in India voor hevige slagregens kan zorgen en soms veel misère veroorzaakt. Het is opmerkelijk dat de Boeddha opdracht geeft aan zijn monniken om in 't regenseizoen binnen te blijven. Allerlei wormen, torren en andere insekten worden juist dan, als de grond week wordt, aktief en mogen niet door mensen worden vertreden.

Pari-nirvana
Het laatste uur van de Boeddha slaat, als hij met de leden van zijn Sangha op bezoek gaat bij een goudsmid Chunda.
Hij kiest alleen voor zich een heel speciaal soort varkensvlees; na een paar uur lijdt de Boeddha plotseling aan hevige maagproblemen en hij spuwt bloed. Met Ananda gaat hij naar de plaats Kusinagara.
Hij geeft opdracht dat zijn trouwste leerling naar Chunda moet gaan, die wellicht vol wroeging en vertwijfeling tobt, omdat de Meester door zijn voedsel zo doodziek geworden is. Na zijn definitieve overgang naar Nirvana klonk er volgens de traditie, een diep gerommel in de aarde en het geluid van zware donder in de hemelen.


Noten:
1. Mqjjhima Nikaya. 245-6. Dit is een van de geschriften uit de Boeddhistische Cruwn. Geciteerd uit John Snelling.
The Buddhist Handbook. A Complete Guide to Buddhist Teaching and Practice. Rider. London. 1987.

2. Bercholz & Kohn. Entering the Stream An Introduction to the Buddha and his Teachings. Rider. London.
1994. p.18

3. Ik volg hier de vertaling in de inleiding van De Grote Weg naar het Licht. Mahayana. Een Keuze uit de Literatuur van het Mahayana-Buddhisme. Uit het Sanskrit vertaald en toegelicht door J. Ensink. Wetenschappelijke Uitgeverij
Amsterdam 1973. pp.12-13. Bij Uitgeverij Boekencentrum verscheen onlangs een boek van Pieter van Kampen over het Boeddhism: Liefde tot de Leegte.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief