Voor wie zich niet meer staande kan houden...
1995-11-17
De diaken en de asielzoeker, daarover ging de Centrale Diaconale Conferentie die 28 oktober jl. in Amersfoort gehouden werd. Die twee hebben wat met elkaar te maken, kun je concluderen zonder hoongelach te verwekken. Want de diaken is er voor “de broeder die zich niet staande kan houden”, zei C. Huizinga uit Heerenveen in zijn openingswoord. En de asielzoeker is bij uitstek iemand die zich niet staande kan houden.- Jaargang 39
- nummer 23
Dat bleek wel uit de toespraken van Ineke van Buuren en Helga Bronsveld-Taute die over hun ervaring met asielzoekers vertelden. Hun bijdragen werden voorafgegaan door een toespraak van Pieter van Kampen. Hij vertelde het 'verhaal achter het verhaal': hoe asielzoekers tot hun vlucht komen. Twee van deze drie sprekers zijn lid van de Nederlands Gereformeerde kerk van Ede waar al enige jaren een vluchtelingencommissie actief is. In het middaggedeelte van de conferentie deed L. Verheij van de Stichting Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg (STAGG) verslag en lichtte het nieuwe beleidsplan toe.
Afscheid
Het openingswoord van C.Huizinga was tegelijk zijn afscheidswoord. Twintig jaar is hij voorzitter geweest van het Centraal Diaconaal Comité en nu maakt hij plaats voor F. van Egmond uit Alkmaar. Volgens Huizinga werkt het comité nogal ondemocratisch door zich zelf aan te vullen, maar die procedure gaat veranderen.
In zijn afscheidswoord legde Huizinga het accent minder op veranderen dan wel op bewaren en behouden. "De geest van de tijd wil ons doen geloven dat we nieuwe dingen moeten zeggen, willen we überhaupt nog gehoord worden.
Maar ligt de essentie van het kerk-zijn niet in het bewaren van wat ons werd overgeleverd?"
Huizinga noemde ook het diaconaat als essentie van het kerk-zijn. "Weet u waarom er diakenen zijn? Omdat de dood zich in de tijd genesteld heeft. De dood is een oordeel, maar de barmhartigheid overwint het oordeel, glansrijk. De diaken is er voor "de broeder die zich niet staande kan houden" (Leviticus 25). En God wil dat Zijn kinderen staan, opstaan. Denkt u nu niet dat u zelf staat? Er is maar een oplossing: u moet eerst zelf op de knieën."
Wereldwijde volksverhuizingen
De nieuwe voorzitter van het Centraal Diaconaal Comité, F. van Egmond, ging na deze toespraak over naar het thema van de conferentie: de diaken en de asielzoeker. Pieter van Kampen kreeg het woord en hij plaatste het onderwerp in een mondiaal kader. De bevolkingsgroei die de wereld nu meemaakt, leidt tot een enorme concentratie van mensen in grote steden. Maar veel mensen merken dat het in de stad veelal niet beter is dan op het platteland en in een massale volksverhuizing trekken zij over de grens. Deze processen voltrekken zich op een schaal van nooit tevoren en ze zijn onomkeerbaar. Naast deze economische vluchtelingen zijn er ook vluchtelingen die hun land om politieke redenen verlaten. Veel regeringen spelen de nationalistische of de etnocentrische kaart en sluiten daarbij hele bevolkingsgroepen uit. Het zijn juist regeerders van het eigen land die zoveel beweging op gang brengen.
De derde groep die er te onderscheiden is, zijn de vluchtelingen die religieuze motieven hebben om hun land te verlaten. De wereld religies zijn stuk voor stuk bezig met een come-back en dat leidt vaak tot een exlusief fundamentalisme.
Van Kampen noemde het dramatisch dat het Midden-Oosten waarin 2000 jaar geleden het evangelie begon, nu dreigt verlaten te worden door christenen. Dit alles leidt tot de vraag: wat is onze verantwoordelijkheid nu al deze mensen aan onze grenzen staan? Van Kampen herinnerde zijn gehoor eraan dat Nederland in de 16e en 17e eeuw relatief meer vluchtelingen heeft opgevangen dan wij doen. De Nederlandse cultuur is verrijkt door die toevloed van protestanten uit de zuidelijke Nederlanden, joden uit Portugal en calvinistische hugenoten uit Frankrijk.
Het vluchtelingenprobleem is dus niet nieuw. Bovendien geeft het ongekende mogelijkheden. Moslims bijvoorbeeld zijn in onze asielzoekerscentra opener voor het evangelie dan ze in hun eigen land zijn. Misschien is het Gods plan om mensen naar onze steden te brengen, vroeg Van Kampen zich af.
Asielzoekers in Nederland
Ineke van Buuren vertelde welke weg een asielzoeker doorloopt als hij in Nederland aankomt. Allereerst komt een asielzoeker bij een 'Aanmeldcentrum' (AC in Zevenaar of Rijsbergen). Daar verblijft iemand maximaal 24 uur en wordt bepaald of asiel aangevraagd mag worden. Als asiel aangevraagd mag worden, komt het 'Onderzoek en Opvangcentrum' (OC) in beeld. Dit duurt 1 tot 5 maanden en alsook dit nadere gehoor positief uitvalt, volgt het 'Asielzoekerscentrum' (AZC).
Een asielzoeker krijgt na 20 maanden (in de toekomst duurt dat langer) een woning toegewezen. Deze lange weg van onderzoek en juridisch geharrewar, maakt asielzoekers erg kwetsbaar. Dat is voor een diaken die zich bezighoudt met asielzoekers belangrijk om te beseffen. Asielzoekers hebben vaak een schuldgevoel omdat zij het er beter hebben afgebracht dan anderen. Er is angst voor het thuisland, de familie en voor de onbekende Nederlanders. Dat maakt asielzoekers vaak erg wispelturig: de ene keer vol hoop, de andere keer wanhopig. Soms vertellen asielzoekers niet het hele verhaal. Dat kan voor ons gevoel onbetrouwbaar zijn, maar ze hebben tijd nodig om ons te vertrouwen. Bij christenen uit moslimlanden is er bovendien vaak een overspannen verwachting van het 'christelijke' Nederland.
Vluchtelingencommissie
Hoe kom je nu als diakonie in contact met vluchtelingen? Ineke van Buuren wees op het bestaan van begeleidingscomite's in de AZC's. Daarin participeren ook kerken. Verder is het mogelijk om met vrijwilligerswerk mee te doen of via de directie ingang te krijgen. In dit alles is het erg belangrijk om duidelijk te zijn in je bedoelingen.
Helga Bronsveld-Taute besprak de vraag: bij wie ligt de taak om vluchtelingen op te vangen? De evangelisatie-
commissie is minder gunstig omdat evangelisatie in een AZC niet toegestaan is. De overheid is daar streng in, omdat veel vluchtelingen hun land uit politiek-godsdienstige motieven hebben verlaten.
De diakonie heeft als taak de kwetsbaren bij te staan en zij is dus geschikt om activiteiten te stimuleren en te initiëren. Ook is te denken aan een aparte vluchtelingencommissie. Concreet is er veel te doen. Helga Bronsveld-Taute wees op de volgende zaken: vervoer van huis naar kerk, vertaling van de diensten, koffiedrinken, christelijke literatuur, bijbelstudie, culturele avond, gastgezinnen, zorg bij overdracht aan nieuwe gemeente. Zij gaf de diakenen een lijst mee met adressen waar materiaal voor asielzoekers te krijgen is. In de vragenronde viel de naam 'Inlia', een samenwerkingsverband dat juridische hulp geeft aan uitgeprocedeerde asielzoekers en kerken. Dit verband kan door de diakonie aangeschreven worden, hoewel de reactie volgens sommige aanwezigen niet altijd zo geweldig is. Uit die nuancering bleek in ieder geval dat veel diakenen al uitgebreid met de asielzoekersproblematiek kennisgemaakt hebben.
STAGG
In de middagsamenkomst kwam de Stichting Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg (STAGG) aan bod.
De STAGG is 25 jaar geleden op verzoek van de Centrale Diakonale Conferentie gestart en tijdens elke Conferentie legt de STAGG verantwoording af en kunnen de diakenen meeleven met de (nederlands gereformeerde) geestelijke gezondheidszorg. Volgens Verheij blijft er een voortdurende behoefte aan de STAGG te zijn. Nu de stichting 25 jaar bestaat, is er reden om met dank terug te zien, maar ook om naar de toekomst te kijken. Daarvoor is een beleidsplan ontwikkeld dat tijdens de conferentie ook voor de diakenen beschikbaar was. Vanuit een gemeente kwam de opmerking dat de bijdrage van f 9,- per ziel steeds meer een last wordt. Verheij wees erop dat dat bedrag zeker sinds 1989 bevroren is en dat het misschien een goed idee is om deze diakonale zorg met de gemeente te delen. De onbekendheid met de STAGG zorgt er namelijk voor dat de stichting soms laag op het prioriteitenlijstje komt. Een idee is om de STAGG uit te nodigen voor een gemeente-avond. Op zo'n avond kan de bekendheid met het werk van de STAGG in de gemeente vergroot worden. Verheij betoogde dat de STAGG een toegevoegde waarde heeft ten opzichte van de RIAGG's. Samenwerking met andere christelijke hulpverlening iswat de STAGG betreft - steeds meer welkom. In het beleidsplan wordt een visie op christelijke hulpverlening gegeven.
"Het specifieke daarvan zit niet in het gebed of in het overnemen van de pastorrol. De grens tussen de taak van de pastor (de predikant of de ouderling) en de hulpverlening blijft moeilijk te trekken. De knelpunten komen vaak wat meer in beeld, maar dat betekent niet dat alles misgaat, in tegendeel!", zei Verheij.
Toch vond een van de aanwezigen, dat de betrokkenheid bij een gemeentelid dat hulp van de STAGG krijgt, groter zou kunnen zijn. Als een lid lijdt, lijden allen en dat geldt ook als iemand psychisch lijdt. Daarom zou de STAGG-medewerker degene die in behandeling is ook moeten verwijzen naar de pastor. De STAGG wilde hierin voorzichtig zijn, omdat mensen vaak juist buiten de gemeente dieper willen doorpraten over hun moeilijkheden. Bovendien gaat het vaak om tere zaken die voor de patiënt zelf nog onduidelijk zijn. Het is dan ook voor de gemeente onduidelijk waarvoor zij kan bidden. Evengoed werd dit geluid uit de zaal door de STAGG opgevat als een signaal om verder over na te denken.