Het ICS is jarig

1995-11-17
  • Jaargang 39
  • nummer 23
Morgen viert het Christelijk Studiecentrum ICS haar 25e verjaardag. Veel Nederlands Gereformeerden (vooral studenten) zijn in aanraking gekomen met het werk van deze stichting.
Voldoende reden dus om twee betrokkenen, de heren A.D. Senf (directeur) en J.M. Mudde (bestuurslid), eens aan de tand te voelen over de afgelopen 25 jaar. Ik heb mijn pen nog niet in de aanslag, of Senf steekt al van wal. ...

Zin in het bestaan
"Wat de mensen van het eerste uur vooral heeft bewogen is de vraag: hoe kun je in je leven aan elkaar getuigen van de hoop die in je leeft. Waarom hebben we zin in ons bestaan? Het ging erom om onder woorden te leren brengen hoe we denken, hoe we geloven. Welke rol speelt het geloof in onze studie en in ons werk? Aan de ene kant bezonnen christenen zich aan het eind van de jaren '60 zich op vormen van evangelisatie, aan de andere kant leefde bij de mensen van het ICS vooral ook de vraag hoe het geloof gestalte krijgt in onze dagelijkse omgeving. Het bijzondere was dat we een aantal jaren later vooral gestimuleerd werden door vragen van mensen 'van buitenaf': wat beweegt jullie als christenen? In de jaren '80 kwamen daar opvoedingsvragen bij: heeft het ICS iemand die ons kan helpen bij de praktijk van de opvoeding? Er groeide behoefte aan reflectie op opvoedingsvragen om morgen verder te kunnen."

Welke thema's kwamen in de beginjaren van het ICS ter sprake?
Senf: "Thema's als armoede, derde wereld, kernwapens, kernenenergie en techniek speelden in de jaren '60 en '70 een grote rol in de samenleving, maar gelukkig ook onder christenen. Zo startte er vanuit natuurwetenschappelijke hoek een kring over informatica."

Leerlingen
Mudde: "Toen ben ik veel meer bij het ICS betrokken geraakt. Ik las over de kring die zich met informatica bezig ging houden en ik dacht: daar moet ik ook heen! Het geloof speelde in mijn werk op de afdeling research van een bankbedrijf wel altijd een rol. Toch ging ik me afvragen of ik in mijn werk niet te weinig in geloof bezig was geweest met al die vragen die op ons afkwamen. Je laat je in zo'n vak misschien wel dusdanig door de techniek absorberen, dat je je heil ook in technische oplossingen zoekt. Het was een bijzondere ervaring om bij het ICS met mensen met heel verschillende beroepen en met mensen uit heel verschillende kerken samen na te denken over zo'n vraagstuk als informatica.
Vanuit mijn werk was ik geneigd om me bezig te houden met allerlei technische details; hier leerde je om tot de kern door te dringen. Ik moet zeggen: in alle gebrekkigheid. Als ik het nu weer terug lees denk ik ook: het was toch niet allemaal doordacht. Je realiseert je op zo'n moment ook des te beter dat we als zondige mensen bezig zijn. Gelukkig gaat je denken vanuit geloofsvragen verder. Dat is een verrijking voor je werk en voor je persoonlijk leven."
Senf: "Je moet in de rol van leerling blijven. Dat discipelschap moet de kerk ook permanent beoefenen. We moeten steeds weer willen leren."
Mudde: "Ik moet vaak denken aan die tekst uit Mattheüs 13 waar iedere schriftgeleerde die een discipel geworden is vergeleken wordt met de heer des huizes die uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen tevoorschijn brengt. Dat zegt mij dat het christen zijn geen conservatisme in houdt, maar evenmin hetzelfde is als nieuwlichterij."

Veranderende vragen
Ds. Rietkerk signaleert in zijn boekje 'Ik wou dat ik kon geloven' dat de vragen die gesteld worden steeds weer veranderen. Wie het gesprek met nietchristenen aangaat aan de hand van vragen uit de jaren '60 slaat nu de plank mis. Datzelfde geldt voor de vragen die christenen zélf stellen. Zie je die veranderingen ook terug in het werk van het ICS?
Senf: "Je kunt de start van het ICS zien als een typisch product van de jaren '60. Alles stond ter discussie, overal werden vragen bij gesteld. Daar paste de werkvorm van de studiekringen bij. Vaak waren dat vakkringen van mensen uit één discipline, bijvoorbeeld economen, medici, psychologen, juristen. Op het hoogtepunt van die tijd draaiden er ruim 25 kringen met in totaal 300 deelnemers. De kracht zat in de dynamische bijeenkomsten van mensen die elkaar ontdekten.
Het geloof gaf de deelnemers perspectief, men ontdekte de meerwaarde. Op die manier zijn we 15 jaar lang geestdriftig met elkaar aan de slag geweest. Begin jaren '80 zie je een kentering onstaan. Er wordt gevraagd naar de waarde van de studie. Er worden cursussen georganiseerd voor de achterban en later ook cursussen voor belangstellenden. Daaruit is de Winteracademie ontstaan die we nu al een aantal jaren organiseren. Het is een plenaire themadag, gevolgd door op de meer specifieke vakgebieden gerichte cursussen. Vanuit de kringen in de jaren '80 is een aantal min of meer zelfstandige verenigingen gegroeid, soms met een duidelijke link naar het ICS, andere niet vanuit het ICS, maar wel met een aantal dwarsverbanden. Te denken valt aan de verenigingen voor christen- pedagogen, -psychologen en psychotherapeuten, historici, artsen, het Lindeboominstituut enzovoorts."

De werkvorm is veranderd, maar zijn de vragen ook veranderd?
"Destijds werd er veel gesproken over achtergronden. Nu staat de vraag centraal waarom je iets doet. Wat doe je als christen met dat vak? Wat heb ik eraan? Wat heb ik aan mijn geloof in dat vak?
Men vraagt om praktische antwoorden. Daar zijn die cursussen van de Winteracademie ook min op meer op gericht. Via de praktische vraagstelling leer je je te oriënteren op vooronderstellingen.
Wat ons wel een beetje dwars zit is dat de zoektocht niet wordt gecontinueerd. Daarvoor duurt zo'n Winteracademie te kort. We zullen dus op zoek moeten naar vormen om de zoektocht voort te zetten. Hoe blijf je met elkaar in gesprek over de hoop die in ons is?"

Het congres als smaakmaker
De congressen van het ICS trekken nogal eens de aandacht. Wat is de bedoeling van die congressen?
Senf: "Ja, daarmee timmeren we nogal aan de weg, het is een vorm van PA. Daarmee introduceren we de bezinning op hedendaagse ontwikkelingen als een wezenlijk onderdeel van het bestaan. Ik zie onszelf als een soort verfijnde kaasboer naast Albert Heijn, een smaakmaker, maar homemade.
Daar mogen anderen ook hun voordeel mee doen. Op zo'n congres ontmoet je dan ook heel andere mensen, van buiten de kring van het ICS. Omdat we een tamelijk brede organisatie zijn, kunnen we soms ook vragen stellen en mensen uitnodigen die in een strakker omlijnde organisatie of binnen een kerkelijke gemeenschap niet zo gauw een kans zouden krijgen."
Mudde: "Dat vragen stellen is belangrijk. We hebben een tijd gehad waarin we wel eens dachten dat alle antwoorden al gegeven waren. Je was er ook wel vaak dichtbij, maar je moet ook nieuwe antwoorden kunnen formuleren om Gods Woord in deze tijd te laten spreken." Senf: "Bij het milieu dachten veel christenen destijds aan iets links. Nu is het bij veel christenen een heel gewoon thema geworden, ook in de christelijke politiek. En denk eens aan onze liturgie. Van de Afrikaanse kerken kun je leren wat feest vieren in de dienst betekent...."

Publicaties: de Cahiers
Het ICS geeft Cahiers uit. In die Cahiers wordt een bepaald thema door een aantal auteurs aan de orde gesteld. Deze themanummers worden toegezonden aan belangstellende donateurs. Het is inmiddels een heel rijtje, want zojuist is het 24e deel verschenen: 'Door weer en wind.' In dat deel wordt teruggeblikt op 25 jaar ICS. Het 25e deel is in voorbereiding: het gaat over mannen...

Wie zijn bij die Cahiers betrokken. En wat is de functie van die Cahiers?
"In het verleden waren de auteurs vooral mensen die we vanuit de kringen kenden, later werden ook anderen erbij betrokken.
Christenen uit verschillende kerken, van vrijgemaakt-gereformeerd tot Pinkstergemeente, komen zo met elkaar in contact. Allemaal hebben ze de behoefte om hun leven en hun werk te voeden vanuit het christelijke geloof. Op een projectmatige basis werkt men samen aan een nieuw Cahier rond een bepaald thema. Thema's uit het verleden zijn bijvoorbeeld kunst, christelijke opvoeding, de vrouw, verantwoordelijkheid, ontwikkelingshulp, christelijk geloof en psychologie.
Onderwerpen die voorbereid worden zijn: film, mannen, literatuur, de trend van de jaren '90.
Overigens zie je bij de verkoop van de Cahiers ook trends: sommige deeltjes zijn al heel snel uitverkocht, andere delen staan nog steeds in dozen op het ICS-kantoor. De oplage van de Cahiers ligt tussen de 1200 en 1300 exemplaren. Ook bij deze publicaties merk je de behoefte aan praktische handvatten, aan toegepaste onderwerpen.
Het geeft misschien ook wel de verlegenheid weer van onze tijd, maar tegelijkertijd ook de hoop dat het mogelijk is om je geloof in je eigen omgeving waar te kunnen maken.
Overigens zijn die Cahiers niet onze enige publicaties. Opgemerkt moet worden dat mensen uit de kring van het ICS, gestimuleerd door de Unie van Christelijk Onderwijs, betrokken zijn bij het schrijven van schoolboeken, o.a. op het gebied van milieueconomie en het geld- en bankwezen."

Contacten
Het ICS heeft de 'I' laten vallen; het is nu het Christelijk Studiecentrum ICS. Zijn er nu minder contacten dan vroeger?
"Die I had te maken met de oorspronkelijke doelstelling: (Internationale) uitwisseling bevorderen van studenten, vooral vanuit de USA en omgekeerd. Dat is nooit echt van de grond gekomen. Omdat het ICS inmiddels een 'gevestigde' afkorting was, hebben we dat maar zo gelaten. Bovendien hebben we nog wel internationale contacten, vooral in IFES-verband. In Nederland zijn er o.a. nauwe contacten met ICHTHUS en met het Centrum voor Reformatorische Wijsbegeerte, en ook wel met 'I Abri.
Wat je vooral ziet is dat er tussen christenen - ook al zijn ze lid van verschillende verenigingen - vaak contacten ontstaan: men weet elkaar te vinden."

Toekomst
Hoe ziet de toekomst van het ICS eruit?
Mudde en Senf constateren dat er sprake is van een groeiende behoefte aan educatie en vorming. Kerkleden vragen om toerusting. "Als in de brede laag van de christelijke kerken die behoefte groeit, hopen we daar als ICS ons steentje aan bij te kunnen dragen. Een goede ontwikkeling: leren onderhouden dat wat God geboden heeft. Dat werkt smaakmakend en bederfwerend." Er is ook een andere kant: die van de individuele toerusting. Mudde en Senf blijken van deze tijd ...
Er wordt enthousiast gebrainstormd over mogelijkheden. Want: "Deze tijd vraagt een eigen wijze van communiceren.
Mensen moeten op papier zetten wat hen beweegt. Wie weet gebeurt dat via Internet, je kunt dan contact leggen met christenen in andere landen. Waarom zou je niet door middel van moderne communicatiemiddelen met elkaar in gesprek kunnen blijven, met elkaar kunnen oefenen?"
Senf blijkt allerminst de discussie te schuwen. Als leraar bij het voortgezet onderwijs in Amsterdam is hij natuurlijk ook wel enige discussie gewend ... "Die thema-avonden in de Nieuwe Kerk en in de Rode Hoed, waarom zijn wij daar niet? Waar blijven de christenen? Je moet van je laten horen! Christenen moeten in dat opzicht ook emancipatorisch willen denken! Waarom? We houden van het leven en het leven is van Hem!"

Feestgedruis en onbehagen
Zaterdag 18 november viert het ICS het 25-jarig bestaan met een Symposium dat als titel mee heeft gekregen: Feestgedruis en onbehagen. "Feestgedruis vanwege het vele goede waar we op mogen terugkijken. Onbehagen vanwege sommige tendenzen in de samenleving, de vervlakking, ons gebrek aan invloed, soms ons gebrek om handen en voeten te geven aan 'de hoop die in ons is' ", meldt het persbericht. Tijdens deze bijeenkomst wordt ook afscheid genomen van Prof.dr. J. Dengerink, die 25 jaar lang een stuwende kracht is geweest voor het werk van het ICS. Het Symposium wordt gehouden in de Leeuwenberghkerk, Servaasbolwerk 1 in Utrecht, aanvang 16 uur.

Christelijk Studiecentrum ICS, Nieuwe Zijds Voorburgwal 96-1, 1012 SG AMSTERDAM, (020) - 6257141

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief