Reis door Griekenland 3
1994-02-25
Van Thessaloniki naar het zuiden- Jaargang 38
- nummer 4
Vanuit Thessaloniki bezochten we nog het westelijk deel van het schiereiland Halkidiki en toen gingen we op weg naar het Zuiden. We maakten echter een omweg, omdat we Berea wilden bezoeken. En ook naar Berea nemen we niet de kortste weg, omdat we ook nog even in Pella wilden kijken.
In deze laatste plaats zijn heel wat opgravingen verricht. Veel van de oude stad is blootgelegd en er is een heel mooi klein museum. In de oude stad is een groot paleis geweest.
Weerszijden van de hoofdstraat hebben huizen gestaan met de mooiste vloermozaïeken. Allerlei taferelen zijn op de vloeren uitgebeeld. Je ziet er jachttaferelen, o.a. twee mannen met een hert tussen zich in en een hert, dat door een griffioen wordt aangevallen.
Ook de griekse goden ontbreken niet.
Door een prachtig landschap reden we naar Veria, dat vroeger Berea heette.
Hier ging Paulus heen, toen hem in Thessalonica de grond te heet onder de voeten werd. Vanuit het huis van de gevangenbewaarder ging hij met Silas naar het Westen, naar Berea (Hand. 17:10e.v.). Ook daar ging hij naar de joodse synagoge, maar de joden daar waren niet vijandig. Ze namen het door Paulus verkondigde evangelie aan en waren elke dag bezig met de schriften om na te gaan of wat Paulus verkondigde ook werkelijk zo was. Velen kwamen tot geloof, niet alleen vrouwen, maar ook mannen.
De joden in Thessalonica konden dit niet verdragen en gingen daarom naar Berea om de mensen te verwarren.
Paulus vertrekt dan naar het Zuiden, richting Athene, maar Silas en Timotheüs blijven in Berea achter.
In Veria (op de plaats van het oude Berea) is een Paulus-monument. In het engels staat hier de tekst uit Hand.
16:11. Er is een mooi tegeltableau, waarin een afbeelding van Paulus is verwerkt. Verder zijn er in de plaats nog verschillende kleine kerkjes met o.a. mooie fresco's.
De dag was inmiddels al half om en we gingen toen snel echt naar het Zuiden. We kwamen langs de bijna 3000 meter hoge Olympos, een berg, die in de griekse mythologie een belangrijke rol heeft gespeeld. We besloten omhoog te gaan en dat ging prima, totdat de asfaltweg ophield en we over grind en stenen verder omhoog moesten.
We reden onder, in en boven de wolken en kwamen tenslotte op een plateau, waar we, niet verder konden.
Onze auto kreeg prompt een lekke band en een Belg, die de berg met de fiets had bestegen, was zo vriendelijk de reserveband op een goede manier aan te brengen. In het restaurant nuttigden we een heerlijk bord griekse erwtensoep en nbg wat en toen gingen we naar. beneden. Een prachtige tocht.
We overnachtten in een klein hotel in een kleine plaats aan de voet van de berg en waren blij dat er zowel 's avonds als 's morgens wat te eten was.
Naar de Kalambaka-k1oosters
We wilden naar de Kalambakakloosters.
Paulus zal hier wel niet geweest zijn, want het gebied is er nogal ruwen 2000jaar geleden zullen er wel niet veel wegen zijn geweest.
Het plaatsje Kalambaka telt slechts 5000 inwoners. Er zijn mooie vierkante huizen met rode daken, veel bomen tussen stukken rots. In het verleden hebben hier veel christenen gewoond en een oude kerk - gebouwd in 1309- herinnert hier nog aan. Ook hier weer mozaïeken en muurschilderingen. Het is allemaal weer mooi, maar verdwijnt toch wat in het niet, als we de bergen ingaan om de op de rotsen gebouwde kloosters te bezoeken.
De kloosters worden genoemd de Meteora-kloosters, omdat ze tussen hemel en aarde schijnen te zweven. In het midden van de 14de eeuw zijn duizenden monniken hier naar boven geklauterd (de steile rotsen zijn op sommige plaatsen 300 meter hoog) en ze bouwden er in totaal 24 kloosters.
Als ze eenmaal boven waren, kwamen ze nooit meer beneden. Tot in deze eeuw zijn er monniken naar toe gegaan.
Ze hoefden echter niet meer omhoog te klimmen, maar werden in een net omhoog gehesen.
De meeste kloosters zijn inmiddels verdwenen. Er is tegenwoordig een prachtige weg tussen de rotsen door, waardoor enkele kloosters vrij gemakkelijk kunnen worden bezocht. Wel moeten er soms een flink aantal treden worden afgelegd om het doel te bereiken.
Het aantal kloosterlingen is in deze eeuw sterk verminderd. Ze moeten geheel voor zichzelf zorgen, maar het is allemaal wel wat gemakkelijker geworden dan voorheen. Ze kunnen elders boodschappen doen, voor zover ze produkten niet zelf kunnen verbouwen.
Het is onmogelijk na te vertellen wat voor indruk deze omgeving op je maakt. Hier werd en wordt gebeden, hier zonderen jonge mannen en jonge vrouwen zich af om in eenzaamheid hun geloof te beleven. Het is diepe ernst voor hen, want voor de lol hoef je hier echt niet naar toe te gaan. De Heidelbergse Catechismus mag dan spreken over de 'vervloekte paapse mis', maar als je hier bent en praat, kom je toch onder de indruk van de geloofsblijheid, die mensen aan de dag leggen. Heel bijzonder trof ons het klooster Agios Stefanos, dat door nonnen wordt bewoond. Sinds het begin van deze eeuw is het pas mogelijk, dat vrouwen een klooster hier 'bezetten'.
Er is een heel mooi binnenhof, waar omheen een aantal cellen voor de nonnen zijn aangebracht. We bleven hier een paar dagen en gingen toen naar de plaats Volos aan de Oostkust.
Deze plaats ligt aan de voet van het Pilion-gebergte. We vonden het nodig hier een aantal dagen uit te rusten, maar konden het niet nalaten een dag het gebergte in te gaan.