In dat huis daar woont een vrouw
1994-02-25
De ontmoeting- Jaargang 38
- nummer 4
Op 20 april 1969werd de doop bediend aan ons derde kind. Op zich geen gebeurtenis die interessant is voor buitenstaanders, ware het niet dat die doop in onze gemeente de laatste was binnen het verband van de vrijgemaakte kerken. Een paar weken later was de scheuring officieel een feit.
Koos was afgevaardigd naar de synode van Hoogeveen en kwam op 9 mei ontredderd en ontgoocheld thuis.
De afvaardiging Wormer was niet ontvangen.
Wij waren buiten verband gesteld. We hadden al emotionele weken achter de rug. Maar ook nu was het nog lang niet rustig. Er onttrok zich nog een gezin en iedere zondag zagen wij de 'binnenverbanders' langs onze ramen gaan, naar de zaal waar ze kerkten. Het was voor al onze dominees een slopende, chaotische tijd.
Ik zat veel alleen met de drie kindertjes, en ik ben beslist geen opgewekte moeder geweest, toen. Ondanks alle warmte die ons uit de gemeente ten deel viel, raakte ik zo langzamerhand behoorlijk in de put. Toen na onze vakantie plotseling nog een gezin wegging was dat de bekende druppel.
Er werd besloten dat ik er maar een poosje tussen uit moest gaan. 'Limburg' - dat was een toverwoord. Limburg stond' voor huwelijksreis, korte fijne vacanties, dierbare herinneringen.
Omdat Koos niet weg kon, brachten mijn broer en schoonzus me. Ze bleven een dag en een nacht. Toen was ik alleen. En dat viel tegen. Tranen dus. Toch wilde ik wandelen - dus pakte ik mezelf aan en ging er op uit.
Maar het was niet echt leuk, alleen.
Zaterdags wandelde ik van SIenaken naar Epen. Met de bus terug naar het pension in Gronsveld. Ik was laat in de eetzaal. Er waren nieuwe gasten gekomen.
Een ouder echtpaar dat me 'ergens' bekend voorkwam. Na het eten ging ik ze begroeten. Het waren professor en mevrouw Jager. Het was een prachtige warme zaterdagavond. Of ik een eindje met ze wil lopen, ik weet hier toch de weg? Maar niet al te ver, want mevrouw loopt niet zo gemakkelijk.
We maken een korte wandeling naar het Mariakapelletje. 'Je man heeft zich kranig geweerd op de synode,' zegt de prof. 'Hoe is het met de scheuring in jullie gemeente gegaan?' Ik vertel. Ze luisteren.
We staan een poosje stil. 'Frederiekje, hoe gaat het met je voetjes?' zegt hij opeens tegen zijn vrouw. Ja, het gaat wel, maar een bankje zou wel even fijn zijn. Bij het Mariakapelletje rusten we uit. Mevrouw Jager vraagt naar de kinderen. Ik laat een foto zien. 'Verlang je niet naar dat lieve kindje?' 0 ja, ik verlang naar huis. Maar is het niet geweldig dat ik zomaar opeens alles kan spuien - heel de kerkelijke ellende die me zo dwars zit. 'Ik heb het gevoel dat ik kerkelijk geen dak meer boven m'n hoofd heb.' zeg ik. En wie zou dat beter begrijpen dan deze mensen die zelf door de kerkelijke molen zijn gegaan. Die het veel meer dan ik, aan den lijve ondervonden hebben.
De volgènde morgen zit ik op uitdrukkelijk verzoek bij ze aan tafel. Na het ontbijt rijden we naar de kerk in Maastricht.
Ik mag als wegwijzer fungeren.
Bij een scherpe bocht in de weg slaakt mevrouw Jager een luide gil. 'Stil maar, lieverd,' zegt hij en legt kalmerend z'n hand op haar knie,'het ging toch goed?' Ze vertrouwt haar man niet zo in de auto, denk ik. Maar we komen heelhuids bij de Waalse kerk in Maastricht.
En daar ging het zo: 'Ik ben dominee Jager uit Kampen. Gisteren was ik bij uw dominee, en die had nogal moeite om met z'n preken klaar te komen. En daarom neem ik deze dienst van hem over. 'k Had alleen geen zwart pak bij me, u moet me dus maar nemen zoals ik ben, met een gewoon jasje' (hilariteit ). Iedereen die professor Jager wel eens heeft horen preken, weet hoe indringend die zogenaamd eenvoudige preken van hem waren. 'Gij zijt het zout der aarde.' En dat geldt ook voor ons dakloze buitenverbanders!
We gaan terug naar het pension voor de lunch. Het regent, dus vandaag geen wandeling. Na de thee ontspint zich in de conversatiezaal een gesprek met nog een paar andere gasten over de politieke situatie in Ierland, waar een dochter van de familie Jager woont. Dan is het tijd voor de middagdienst.
Nu zit de leermeester onder het gehoor van zijn leerling. Marten preekt over Jacob die God voortdurend voor de voeten loopt (Rijjijofrijik).
Na het diner in ons pension worden we door Marten opgehaald om de avond bij hen door te brengen. En waarover spraken zij? Waar was ons hart vol van in die tijd? De kerk. De kerk. De kerk. De volgende morgen brengt Marten mij naar het station in Maastricht.
'Dominee Jager uit Kampen' is vroeg opgestaan om mij uit te zwaaien. En om, mij op de valreep' nog even een bemoedigend en vermanend woord toe te voegen. Groeten aan mijn man en een zegenbede. Wat heeft me deze ontmoeting goed gedaan! De gesprekken, de hartelijkheid, het begrijpen.
Ik had wel eens gehoord: als er in Kampen een student ziek was, dan stond professor Jager op de stoep met een zak sinaasappels. Nou, het was een hele kist sinaasappels, dat weekend. We hebben er in ons gezin ook een gevleugeld gezegde aan overgehouden.
Tijdens een wandeling wil de één de ander nog wel eens vragen: 'Frederiekje, hoe gaat het met je voetjes?' En dat roept een dankbare herinnering in me op.