Werktuigbouwkundige wordt jeugdwerker
2010-06-11
Jeugdwerkland is constant in beweging. Elke maand spreekt André Maliepaard (ngj@ngk.nl), jeugdwerkadviseur van het NGJ, met iemand uit zijn netwerk over een ontwikkeling of een nieuwe uitgave.- Jaargang 54
- nummer 12
In een restaurant aan de A1 bereid ik me voor op het gesprek met de jeugdwerker van NGK Utrecht. We hebben elkaar eerder ontmoet tijdens een gemeenteavond die ik namens het NGJ gehouden heb in deze gemeente. Hij was toen net aan de slag gegaan als jeugdwerker. Daar komt Paul Smit binnen. Helm in zijn hand en motorpak aan.
Terwijl hij zich ontdoet van jas, rijbroek en laarzen bestel ik twee cappuccino. Paul is net als ik een makkelijke prater, ik vermoed dat het wel goed gaat komen. Hij is misschien niet de doorsnee jeugdwerker. Tenminste, als je idee van jeugdwerker is dat het een jonge hond is die net stuiterend zijn opleiding af heeft gerond.
Je bent niet altijd werkzaam geweest als jeugdwerker. Vertel je verhaal eens in een notedop?
‘Ik werkte in de bouwwereld. Op zich leuk, maar mijn hart lag ergens anders: bij jongeren. Op een gegeven moment kreeg ik kriebels om er wat mee te doen, vooral omdat ik ontdekte dat ik de klik had met jongeren. Noem het roeping. Jongeren accepteerden dingen van mij die ze niet van anderen accepteerden. Ik merkte wel dat ik meer bagage nodig had als ik echt jeugdwerker wilde worden. Vandaar dat ik uitkwam bij de opleiding Godsdienst Pastoraal Werk.’
Je werkt nu 18 uur per week als jeugdwerker bij de NGK Utrecht. Wat was de opdracht die je meekreeg?
‘Het is mijn taak om een veilige plek te creeren voor jongeren in de kerk en om ouders en vrijwilligers toe te rusten. Al is vormen denk ik een beter woord.’
Dat klinkt breed.
‘Ik kom uit het bedrijfsleven, was projectleider en vind het leuk om meerdere petten op te hebben.
De kern van ons beleid is gericht op relatiegericht werken met jongeren. Dat is de basis waarop alles staat. Daarvoor wil ik mensen om jeugdleiders heen gaan zetten die hun assisteren en begeleiden. Uitgesplitst in organisatie en coachen. Alles ingericht om de relatie met jongeren aan te gaan. Niet de activiteit op de eerste plaats, maar de relatie. Dat was wel het punt waar de schoen wrong. Er waren genoeg activiteiten, maar weinig jongeren die zich daardoor persoonlijk aangesproken voelde. Er was weinig betrokkenheid en de vraag is dus: hoe krijg je dat terug?’
Hoe krijg jij dat terug?
‘Ik ben gewoon aan het drammen. Ik ben aandacht aan het vragen voor dat ene punt. Ik zeg altijd: christelijk voetballen bestaat niet. Met voetballen alleen bouw je geen relaties op. Je moet zorgen dat je met elkaar in gesprek komt. Alles moet gericht zijn op ontmoeting tussen jongeren onderling en tussen jongeren en de gemeente.
Vanuit die relatie kom je tot het geloofsgesprek en dan ben je zo twee uur aan het kletsen.’
Je bent ook een praktijkman volgens mij.
‘Je moet als jeugdwerker vieze handen durven maken. Met het risico dat je doorschiet, want de gemeente moet het uiteindelijk doen. Mijn activiteiten zijn aanvullend. Van de clubs en catechisatie blijf ik af. Ik probeer momenten te zoeken waarop we kunnen verdiepen.’
Wat zijn de tools daarvoor? ‘Bijvoorbeeld de tienerpreek. Ik werk graag met visuele dingen. Foto, filmpjes, spel, iets wat ze moeten doen. Daarmee probeer ik uit te leggen wat het betekent. Tieners gaan dan even uit de dienst. Het mooiste zou zijn als we op termijn eens per maand een tienerpreek geven voor iedereen. Dat is een beetje mijn persoonlijke droom.’
André Maliepaard is jeugdwerkadviseur van de Stichting NGJ. Volg het NGJ ook op twitter. twitter.com/ngkjeugdwerk.