Werken aan jezelf als predikant

2010-06-11
  • Jaargang 54
  • nummer 12
De professionaliteit en de persoon van de predikant worden steeds belangrijker. Het is niet voor niets één van de onderwerpen op de volgende Landelijke Vergadering. Hoe kun je daar als predikant aan werken? De Klinisch Pastorale Vorming is een uitstekend middel, schrijft ds. Mark Janssens uit eigen ervaring. ‘Wat is het goed je eigen functioneren op deze manier te bezien.’

Sinds een jaar of tien adviseert het landelijk verband van de Nederlands Gereformeerde Kerken (waar Utrecht van harte aan deelneemt) de plaatselijke kerkenraden om hun predikant drie maanden per vijf jaar studieverlof te verlenen. Mijns inziens een uiterst zinvolle zaak.
Iedere predikant die studieverlof opneemt, vult dat op eigen wijze in. Je kunt aansluiten bij sommige modules aan de theologische universiteiten, maar je kunt op eigen houtje studie maken van welk onderwerp dan ook of allerlei boeken lezen waar je gewoonlijk niet aan toekomt.
Nadat ik twee eerdere periodes besteed had aan zelfstandige studie van een tweetal bijbelboeken, heb ik het afgelopen seizoen de Klinisch Pastorale Vorming (KPV) gevolgd. De KPV is volgens mij een heel goede manier om te werken aan wat in deze tijd meer dan ooit nodig is, namelijk ‘de professionaliteit en de persoon van de predikant’, om het rapport Tussen gisteren en morgen, over Kerk zijn vandaag te citeren.
Dat rapport wordt tijdens de komende Landelijke Vergadering behandeld en gaat onder meer over de verandering van het ambt van predikant. Zo valt er te lezen: ‘In deze tijd stelt men ook eisen aan de persoon van de predikant. Deze moet gelovig, open en eerlijk zijn, om dit vervolgens in al de facetten van de uitoefening van zijn ambt te laten meespelen. De klassieke opvatting “het Woord moet het werk doen” is impliciet vervangen door allerlei andere opvattingen die samenhangen met de professionaliteit en de persoon van de predikant.’
De KPV is naar mijn idee een uitstekend middel om aan jezelf te werken als predikant in deze tijd, een tijd waarin opvattingen en (onuitgesproken) verwachtingen inderdaad anders zijn komen te liggen dan vroeger.

Klinisch
Van oudsher vond de KPV in een instelling plaats, met name in instellingen voor geestelijke gezondsheidszorg of in ziekenhuizen, en dan veelal op de psychiatrische afdeling. Vandaar het woord ‘klinisch’. Sinds geruime tijd is het echter mogelijk om de KPV te volgen in een soort van deeltijdopleiding. Het kost je vier blokken van drie weken. Tussen de blokken in ben je ‘gewoon’ aan het werk.
Voor deze laatste vorm heb ik gekozen. Deze manier sloot het beste aan bij mijn behoeften en persoon. Ik had het idee dat er zo een goede wisselwerking kon zijn tussen het gemeentewerk en de KPV. Want tijdens de KPV breng je je werkervaringen in en na ieder blok probeer je wat je hebt geleerd ook toe te passen.
Vanuit een aantal instituten kun je de KPV volgen. Ik heb gekozen voor de opleiding die gegeven wordt op Hydepark, het Seminarium van de PKN. Formeel valt deze KPV onder de PThU (Protestantse Theologische Universiteit).

Jezelf
Eenvoudig gezegd werk je tijdens de KPV aan jezelf, in een groep met wie je de hele periode intensief optrekt. Mijn groep bestond uit zeven mensen, het merendeel werkzaam als predikant in een PKN-gemeente. Daarnaast was er ook een vrijgemaakte predikant en een rooms-katholiek geestelijk verzorger van een instelling. We waren met vijf mannen en twee vrouwen. We zaten van maandagochtend tot het einde van de woensdagmiddag op Hydepark, vier keer drie weken achter elkaar.
Belangrijke vragen die telkens terugkwamen, waren: Wie ben ik? Waar sta ik voor? Wat geloof ik? Wat is mijn theologie en spiritualiteit? Hoe integreer ik wie ik ben met wat ik geloof en waar ik voor sta? Hoe spelen mijn persoon en persoonlijkheid mee in de dingen die ik doe? Hoe kom ik over? Enzovoort, enzovoort.

Dvd
De KPV bestaat uit een enorme variatie aan werkvormen. Je werkt flink aan de bevordering van je professionaliteit én aan je persoon én aan de verbinding tussen beide facetten. Concreet komt dat erop neer dat je aardig wat literatuur moet bestuderen, die ook besproken wordt. Tegelijk heeft de vorming een heel praktische kant. Ieder brengt in elk blok een verbatim mee: een schriftelijk verslag van een (deel van een) gevoerd pastoraal gesprek. Dat verslag wordt besproken.
In onze gevarieerde groep kwam ieder zichzelf daarbij flink tegen. De één interviewt teveel, de ander heeft het vooral over zichzelf, een derde brengt onbewust heel eigen emoties in het gesprek en een vierde loopt eigenlijk weg waar het gesprek over moeilijke dingen gaat. Wat is het goed om je eigen functioneren op deze manier te kunnen bezien!

We hebben ook geoefend met hoe je jezelf presenteert tijdens de kerkdienst. Hoe zeg je de dingen? Wat is je lichaamstaal? En je manier van spreken, ondersteunt die wat je zegt of is het juist een belemmering voor de gemeente om het gehoorde tot zich te kunnen nemen? Wat zegt trouwens de verkondiging over jezelf? Waarom zeg je wat je zegt? En waarom doe je het op jouw manier?
We hebben uitgebreide preekbesprekingen gehad. Van iedere deelnemer hebben we een op dvd opgenomen preek bekeken. Waar we het in onze kring gewoonlijk over de inhoud hebben, heeft de bespreking tijdens de KPV een heel ander karakter. Uiteraard kwam de inhoud wel ter sprake, maar dan vooral in de zin van: wat heb je bedoeld en komt dat over?
De hoofdmoot van de bespreking was veel meer dan alleen de ‘zakelijke’ inhoud. Er kwamen vooral vragen aan bod als: Hoe heb je de voorganger beleefd (in zijn manier van spreken, in zijn manier van al dan niet contact met je maken)? Heb je je gewaardeerd gevoeld of proefde je juist een vorm van geringschatting? Werd je ergens heen gestuurd of juist vrij gelaten? En waar zit dat dan in?
Met dergelijke vragen, die dus vooral samenhangen met het expressieve en het relationele, heb je het over heel andere zaken dan slechts de zo belangrijke exegese en of de preek wel Bijbels en/of gereformeerd is. Voor mij was het een eye-opener.

Bijbel-leven

We zijn ook met andere zaken en werkvormen bezig geweest. Anders en tegelijk heel fundamenteel. Denk daarbij aan vormen als bibliodrama, werken met je kernkwadrant, non-verbale communicatie, Bijbelmeditatie, bewegen en bewust worden en geloofsgesprekken voeren.
Bij bibliodrama luister je bijvoorbeeld naar een bijbelgedeelte en kies je vervolgens een rol. Voorbeeld: bij Jezus’ verhaal van de barmhartige Samaritaan kun je kiezen voor Jezus als de verteller, voor de priester, de leviet, de Samaritaan, de overvallen man, de herbergier, een toehoorder of zelfs voor de weg waarover de mensen gaan.
Ieder wordt geïnterviewd over wie je bent in het spel en na die ronde ga je het verhaal spelen. En dan niet naspelen zoals het verhaal in de Bijbel staat, maar je stapt als het ware zelf het verhaal in om te ervaren hoe bijvoorbeeld een toehoorder van het verhaal zich heeft kunnen voelen. Hoe was het voor de gewonde man dat hij tot twee keer toe niet geholpen werd en pas wel door een vreemdeling? Hoe was het voor Jezus om dit verhaal te vertellen?
Door deze manier van werken met zo’n bijbelgedeelte wordt het niet alleen Bijbel-lezen, maar ook Bijbel-leven. Je leeft je op een existentiële manier in het verhaal in. De ervaring is dat je daardoor zowel meer leert van de tekst als meer leert over jezelf. Want waarom kies je een bepaalde rol? En hoe vul je die rol in? Want zeker dat laatste zegt veel over jezelf.

Bij een andere werkvorm namen we onder meer onze non-verbale communicatie onder de loep, iets wat – vermoed ik – in alle theologische opleidingen ontbreekt. Hoe letterlijk dichtbij laat je iemand komen? Wanneer voelt het goed en waar blijf je te ver van de ander of komt die ander juist jou te dichtbij? Durf je een ander blind te vertrouwen of niet? En waarin zit dat? Met diverse spelvormen in de gymzaal zijn we hiermee bezig geweest.

Kunst

Ieder blok werd afgesloten met een vorm van bijbelmeditatie. Na een aantal ontspanningsoefeningen hoorde je een bijbelgedeelte. Naar aanleiding van die tekst moest je een schilderij maken over wat je in de afgelopen drie weken had ervaren. Weer een heel andere manier dus om te komen tot jezelf, om jezelf te zien. Ik zat een paar keer vol vraagtekens en uitroeptekens.
Het ging uiteraard niet om de kunst van het tekenen – bepaald niet mijn ding!. Het ging erom dat je op beeldende wijze iets liet zien van jezelf, iets tevoorschijn liet komen. Ook dit zorgde weer voor de nodige bewustwording van wie je bent als mens en dus ook als predikant.

Het zal u duidelijk zijn: ik ben heel enthousiast over deze manier van vorming. Het is een proces om met jezelf en het ambt en vak van predikant bezig te zijn op een manier die heel goed aansluit bij waar het (mede) in het rapport over werkers in de NGK over gaat. Het is voor mij een heel goede manier geweest om te werken aan mijn professionaliteit en mijn persoon. En ik ben ervan overtuigd dat dat voor vele, zo niet alle predikanten geldt.
Een aantal werkvormen had ik voor mezelf bepaald niet in gedachten als het gaat over vorming. Toch groei je er gaandeweg in en blijken alle vormen hun eigen zeggingskracht te hebben en elkaar te versterken. Tot mijn verbazing. Kortom: wat mij betreft is de KPV een aanrader voor iedere predikant.

Mark Janssens is predikant van de NGK Utrecht.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief