Hernhutters gingen nieuwe wegen

2010-06-11
  • Jaargang 54
  • nummer 12

Kees van der Ziel las geboeid het coververhaal van Willem van Dis in het Pinksternummer van Opbouw (14 mei). Maar sommige punten vragen volgens hem om nuancering. Zoals de gedachte van Van Dis dat tot 1800 heidenen buiten Europa werden gedwongen of verleid om christen te worden.

De openingszin van het artikel van Willem van Dis levert eigenlijk alle punten (cursivering vdZ), waarop ik de nodige nuances zou willen aanbrengen. Van Dis begint zijn schets van de ontwikkelingen van de zending na 1910 als volgt: ‘Tot 1800 verspreidde het christendom zich vanuit Europa naar andere continenten vooral via migratie en het kruistochtenmodel. Hierbij werden heidenen gedwongen dan wel verleid het christelijk geloof te aanvaarden.’

Voor 1800?
Met zijn keuze voor het jaartal 1800 lijkt Van Dis ervan uit te gaan dat William Carey, de schoenmaker en lekeprediker, die in de latere beeldvorming uitgroeide tot de grondlegger van de nieuwere zendingsbeweging, het begin is van een nieuwe periode. Het valt zeker niet te ontkennen dat de publicatie van een belangrijk pamflat van Carey1 een kentering veroorzaakte, zeker in de Engelstalige wereld.
Maar de bekende missioloog prof. dr. J. Verkuyl zette hier de zaken in het juiste perspectief: Zestig jaar voordat Carey naar India vertrok, kwamen de eerste Hernhutter zendelingen Dober en Nitschmann, op St. Thomas (Caribische Gebied) aan om daar het evangelie bekend te maken. Met hun uitzending begon in 1732 het zendingswerk van de Evangelische Broedergemeente, of wel de Hernhutters.2
Het was overigens een werk waarvoor Comenius in 1667 al de zaden had gelegd.
Hij pleitte ervoor (‘Europese’) koloniale belangen ondergeschikt te maken aan evangelieverkondiging, wereldwijd, en vertaling van de blijde boodschap in alle talen.3

Slaaf onder slaven
Dit werk vanuit Herrnhut beantwoordt aan geen van de door Van Dis genoemde kwalificaties. Herrnhut, in Oost-Duitsland, was de plek waar graaf Nikolaus Ludwig van Zinzendorf eerder een groep protestantse vluchtelingen uit Bohemen en Moravië had opgevangen. De zendingsliefde vlamde er op.
De geroepenen onder hen verhuisden, zeker, maar het was geen migratie zoals bij eerdere groepen (mennonieten, labadisten, kolonisten, die de zending niet als hun uitgesproken doel hadden en relatief geïsoleerd leefden). De Hernhutter zendelingen werkten als ‘slaaf onder slaven’, leerden hen lezen en schrijven en leefden hen zo in woord en daad het evangelie voor, o.a. de Bergrede. Dit maakte dat al gauw een van de zendelingen als gevangene in het fort belandde. Zinzendorf moest in 1739 persoonlijk zijn invloed aanwenden om hem vrij te krijgen.4 Binnen de heersende koloniale verhoudingen was veel wijsheid geboden, maar niettemin: er was voor het eerst aan de poten van het op slaven drijvende koloniale systeem gezaagd.
Wie de zendingsinstructies van Zinzendorf uit die tijd leest ziet ook dat er geen sprake was van een kruistochtenmodel, van dwang of verleiding (door middel van gunsten, zoals vaak gebeurde op de RK missiereducties in Zuid-Amerika). De Geest is de zendeling altijd voor. De kamerling uit Morenland en Cornelius uit Handelingen kregen opvolgers: Er dienden zich ‘eerstelingen’ of ‘Corneliuszielen’ aan.


Vrije zending
Kort daarna, in 1735 kwamen de eerste zendelingen in Suriname aan. Ze leerden afstand te bewaren tot ‘het fort’ (= het koloniale systeem), weigerden meest de (compromitterende) eed van trouw aan het regiem af te leggen, en moesten als handwerkslieden in hun eigen brood voorzien. Als vreugdeboden trokken ze zich het lot van indianen en van negerslaven aan en legden zo de grondslagen voor de emancipatie van de laatstgenoemden. Tegenstand was er hier ook, zelfs op instigatie van gereformeerde predikanten die nog aan de leiband van plantageheren liepen. Wellicht geleerd door de confrontaties op St. Thomas stelden de eerste zendelingen in Berbice (toen deel van Suriname) Jezus op verhalende manier voor aan de indianen, die men in hun dorpen en eigen leefwereld opzocht.

Contextgevoelig
Als eerste zendingstraktaat werd daarvoor onder meer Johannes 6 vertaald: Het gaat hier om Jezus die zijn leerlingen op de proef stelde, een kleine jongen inschakelde om een menigte te voeden en zijn macht over wind en golven toonde. Het lijkt op een contextgevoelige benadering voor de indianen van toen, die zijn tijd ver vooruit was. Deze eersteling onder de Bijbelvertalingen in Zuid-Amerika werd vorig jaar gevierd met een herdenkinguitgave, op basis van het handgeschreven origineel uit 1748. Vanaf 1749 ging de begaafde zendeling Theofilus Salomo Schumann verder met de vertaling van het hele Nieuwe Testament in de taal der Arowakken, een van de indianenstammen van dat gebied. In de negentiende eeuw zagen uiteindelijk de evangeliën en Handelingen het licht5 zonder dat deze gedrukte vruchten een brede verspreiding kregen, helaas.

Meer dan Europees
Het vroegste werk onder Arowakken, andere ‘Inheemsen’, en kort daarna ook onder negerslaven, werd primair niet vanuit Europa aangestuurd, maar vanuit Noord-Amerika waar ook een bloeiend werk onder Indianen ontstaan was, o.a. bij de Irokezen in Pennsylvanië. Met hen werd een vriendschapsverdrag gesloten waarbij de Broeders erkend werden als dienende boodschappers van God, voor blank en gekleurd. Het centrum van dit werk werd Bethlehem genoemd. Zinzendorf was er twee jaar predikant. Vanuit juist deze omgeving ontving het werk in Suriname en omgeving sterke impulsen. Het is allemaal in de dagboeken van de zendelingen na te gaan. Een zekere Hanna werd als eerste gedoopt op 31 maart 1748. Een vijftigtal volgden nog datzelfde jaar haar voorbeeld, onder wie de ‘eersteling-evangelist’ Jeptha. In het huidige Suriname en omgeving troffen wij aanstekelijke christenen onder de Arowakken aan, broeders en zusters met een stilmakend getuigenis.

Mogelijk droeg de Great Awakening en het werk van Jonathan Edwards (1703 – 1758) zijdelings bij aan het zendingselan dat toen leefde. De liefde voor de zending was bij Zinzendorf echter al vanaf zijn vroegste jeugd aanwezig. Die liefde waaierde uit in vruchten in St. Thomas, Groenland, Noord-Amerika, Suriname, Zuid-Afrika (Hottentotten) en verder. Het hierbij afgedrukte schilderij met ‘eerstelingen’ geeft daaraan uitdrukking.
Bij de Broedergemeente in Zeist en haar zendingsorganisatie het ZZg (zzg@zzg.nl) is volop documentatie over het bovengenoemde aanwezig.

Drs. Kees van der Ziel was met zijn vrouw Coby tot 1998 als Wycliffebijbelvertaler werkzaam in Suriname bij de Karaïben (weer een andere Indianenstam). Het Nieuwe Testament (2003) werd voltooid onder leiding van dr. Henk Courtz. Het was een vrucht van taalstudie, alfabetiseringswerk en broederlijke samenwerking met collegavertalers als de bovengenoemde Jeptha.

Noten:
1. William Carey, An Inquiry into the obligations of Christians to use means for the obligations of the heathen (1792).
2. Prof. dr. J. Verkuyl, ‘Het visioen van Herrnhut’ in een special van Suriname Zending bij de 300e geboortedag van Zinzendorf. Zeist, 2000, 13-14. Uitvoerig: J.M. van er Linde, Het visioen van Herrnhut en het aostolaat der Moravische Broeders in Suriname, 1735-1763. Paramaribo, 1956.
3. Jan Amos Comenius, Angelus Pacis, een geschrift dat hij richtte aan leiders die werkten aan de totstandkoming van de Vrede van Breda, gesloten in 1667. Ook Jan Willem Kals (1700-1781) kan hier nog genoemd worden als een ‘advocaat van indiaan en neger’.
4. Beschreven door Jon F. Sensbach, Rebecca’s Revival, Creating Black Christianity in the AtlanticWorld. Harvard 2005, 126-133.
5. Zie de bibliografie in: Surinaams Bijbelgenootschap, Gods Woord in inheemse talen van Suriname. Evangelieverkondiging onder de indianen sinds 1748 in het geschreven en gesproken woord. Paramaribo 2009, 62.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief