Problemen, kansen, uitdagingen

2010-06-11
  • Jaargang 54
  • nummer 12
De kerk van de Here Jezus staat in elke tijd voor de opgave om geen museumstuk te zijn, maar levende kerk in die tijd. Dat is niet altijd even makkelijk. En soms is het, in weerwil van het woord van Jezus in Matteüs 6:34, reden tot zorg. Ik zet een paar geluiden op een rij.
In De Reformatie van 7 mei schrijft ds. Jan Kuiper:

Nu kun je hele dikke boeken schrijven over de tijd waarin we leven en de kansen voor religie. Vaak wordt het samengevat in deze zin; we leven in een gevoelscultuur, waarbij alles relatief is en je eigen ervaring het belangrijkst. Ik denk dat dit op zijn minst eenzijdig is. Er is daarnaast ook nog steeds het staalharde skelet van het rationalisme. Dat wordt bijvoorbeeld voelbaar in de waarheidsclaim van de wetenschap. Juist als skelet draagt het de samenleving. () Kerkmensen doen hun werk in de maatschappij waar de rationaliteit heerst, of je nu als hoger opgeleide je werk doet of als schoonmaker met een tot op de minuut geregeld werkschema. In de schaarse vrije tijd die overblijft, strijden gezin, sport en kerk om hun partje aandacht. Ik denk dat dit een enorme invloed heeft op de cultuur van de kerk: die ontwikkelt zich in de uren waarin het onderdrukte gevoel zijn plaats opeist.

In CV.Koers (mei) schrijft Stefan Paas over een recente alarmkreet over de jeugd:

Binnen tien jaar zullen er nog nauwelijks jongeren met de kerk verbonden zijn. Aldus Harmen van Wijnen, directeur van twee protestantse jeugdbonden. Op een congres van de Evangelische Alliantie, vorige maand, gooide hij de knuppel in het hoenderhok. Al dat opgeleukte jeugdwerk haalt niets uit. Het is een “mission impossible jongeren en kerk iets voor elkaar te laten betekenen”. In de middenorthodoxie van de PKN zijn eigenlijk geen jongeren boven de twaalf meer te vinden. Maar, zegt Van Wijnen, denk niet dat het in de orthodoxie anders zal aflopen. Omdat de traditie niet echt meer landt in de levens van de jongste kerkleden, zal binnen tien jaar “de orthodoxie onder de jongste generatie volledig geïmplodeerd zijn”. ()
Het is nooit verstandig dit soort geluiden te negeren. Maar toch vraag ik me af op welke informatie dit is gebaseerd. Uit een Sensor/ForumC-onderzoek uit 2008 over de geloofsbeleving van reformatorische en gereformeerde studenten kwam een overweldigend positieve uitkomst: studenten gingen in het algemeen met plezier naar de kerk en ervoeren te groeien in hun geloof tijdens hun studie. In de reformatorische kerken aan de rechterflank ontstaat allerlei bloeiend interkerkelijk jeugdwerk.
Nu zijn dit intelligente en reflectieve jongeren, die ook nog steun aan elkaar hebben. Zuipketen zien zij niet van binnen. Misschien lukt het hun beter om de overgang te maken naar een moderne, geïndividualiseerde samenleving en daarbij het geloof te behouden. De kerk heeft een groter probleem met de jongeren die niet zoveel praten en denken. In een afbrokkelende zuil vallen zij als eerste af. Hier botsen we op de grenzen van het protestantisme: hoe bereik je mensen die niet lezen, die liever werken dan praten? Wat doe je als preken niet helpt?

Tenslotte staat in De Waarheidsvriend van 20 mei een Pinksterbrief van het bestuur van de IZB, de evangelisatietak van de Gereformeerde Bond. De IZB bestaat 75 jaar. Maar men is, hoewel dankbaar, toch

niet in een juichstemming. Dat kan ook niet anders, als we de situatie van de kerk in ons land onder ogen zien. De IZB voelt zich tot en met verbonden met de kerk. Het gaat ons aan het hart dat ze een minderheid geworden is, in de marge. Met heel de kerk gaan we door een woestijnperiode.
Missionair werk in een alsmaar krimpende kerk... is het niet dweilen met de kraan open? Het kan ons verlammen als we zien dat de zaak van het evangelie ons als zand door de vingers lijkt te lopen (). Tegenover de enkelingen die via de voordeur van de kerk binnenkomen, staan velen die geruisloos via de achterdeur wegglippen, afhaken. Pijnlijk is het, als je in het gesprek met trouwe kerkgangers soms zomaar op een ‘innerlijke secularisatie’ stuit, alsof het geloofsgoed in de gemeente lijkt te verdampen...
Dat went nooit. Toch zullen we moeten leren omgaan met de nieuwe situatie van kerk-zijn in Nederland. Daarbij hebben we elkaar nodig.

Afsluitend nog eenmaal ds. Kuiper, in De Reformatie:

In de loop van de laatste twintig jaar zijn heel wat idealen die binnen de kerk leefden, gesneuveld op de werkelijkheid van de verdergaande ontkerstening. Je kunt de klok niet terugdraaien. De vlinder kan niet terug in de cocon. Maar in tegenstelling tot de natuur hebben wij wel invloed op de vlinder die te voorschijn komt. Welke vorm die aanneemt, hangt af van de keuzes die wij maken. Cruciaal is het besef van de continuïteit van de boodschap. Daarmee wordt onze tijd () er een van crises en tegelijk van beloftes.

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief