Ingezonden
1994-03-11
Trouwen of samenwonen. norm of cultuur?: een reaktie- Jaargang 38
- nummer 5
Lezend de reaktie van Anne Bergsma vroeg ik me af waar het is misgegaan.
Want dat er in de communicatie iets is misgegaan, staat toch wel vast. Enkel afgaande op de reaktie van Anne Bergsma krijgt de lezer van Opbouw een volstrekt verwrongen beeld van mijn opvattingen over huwelijk en samenwonen in bijbels licht.
Erg beknopt Enerzijds moet ik ,toegeven, dat m.n.
het eerste artikel, waarin ik Schriftplaatsen aanstip, erg beknopt is en in die zin voor misverstand vatbaar. Nu heeft die beknoptheid een reden. De reeks moet gezien worden als de keerzijde van het boekje 'Kostbaar en kwetsbaar'. Dit richt zich tot jongeren en bevat een poging tot bijbels onderricht en een zoeken naar de zin van dat bijbelse onderricht voor deze tijd.
De artikelen hebben een ander adres en een andere doelstelllnç. Wat betekenen de in het boekje geformuleerde principes voor de omgang van de kerkeraad met onder anderen samenwonenden?
Gezien deze doelstelling meende ik te kunnen volstaan met een korte weergave van mijn opvattingen.
Het gevolg was een minimale bespreking van de schriftgegevens. Hoewel ik het gevaar voor misverstanden wel degelijk inzag, meende ik dat het benadrukken van het samenvattend karakter van de standpuntbepaling en een bedekte verwijzing naar 'Kostbaar en kwetsbaar' voldoende zou zijn om het in te dammen. Dit is spijtig genoeg niet gelukt. Ik had er weil icht beter aan gedaan voor wat lDetreft de standpuntbepaling nog veel nadrukkelijker, misschien zelfs uitsluitend, naar het boekje te verwijzen, al had dat weer het risiko, dat aan een handige verkoopstunt gedacht kon worden.
Onvoorzichtig
Anderzijds moet gezegd, dat Anne Bergsma op basis van mijn minimale bespreking van schriftgegevens maximale konklusies is gaan trekken t.a.v.
mijn uitleg en toepassing van de Schrift. Hierin had hij - vanwege de zeer beperkte hoeveelheid beschikbare gegevens - voorzichtiger kunnen en moeten zijn. En slechts een uurtje lezen in 'Kostbaar en kwetsbaar' zou tot heel andere interpretaties en konklusies hebben geleid. En zowel Anne Bergsma als ik kennen één 'Groninger' die het boekje zeker in huis heeft...
Feit is, dat de reeks een reaktie heeft opgeroepen als die van dhr. Bergsma.
En als hij ze zo heeft uitgelegd, zullen er meer zijn, die dat deden. Daarom doe ik er goed aan één en ander te verhelderen. Een tweetal doelen staan me hierbij voor ogen. Ten eerste wil ik proberen het scheve beeld dat Anne Bergsma van mijn standpunten gaf enigszins recht te trekken. Ten tweede wil ik - een volgende keer - ingaan op wat rn.i, de kern van zijn kritiek is, namelijk "het misverstand dat het huwelijk, zoals dat hier en nu gebruikelijk is, op één lijn te stellen is, of naadloos samenvalt met Bijbelse notities".
Hoewel ik me in de formulering van dit misverstand niet helemaal herken, is dit toch wel de zaak waar het om draait.
Eerst maar eens het onkruid wieden, dat mijn tuintje overwoekerd heeft.
Onkruid wieden
1. Anne Bergsma meent, dat het door mij aanhalen van Ez. 16:1-8; Spr. 2:17 en Mal. 2:14 de voor samenwonenden kwetsende implicatie heeft, dat ik hun samenleven in een sfeer van ontrouw en ontucht plaats. De verontwaardiging hierover bepaalt mede de wat felle toonzetting van zijn artikel, zo is mijn indruk. Echter had ik de door br.
Bergsma vermoede implicatie in het geheel niet in gedachten. Het gaat me in de aangehaalde verzen om het woord 'verbond', een woord dat me kenmerkend lijkt voor die vorm van een totaal relatie tussen man en vrouw in het O.T. welke wij 'huwelijk' plegen te noemen. In Ez. 16:8 wordt voor de verhouding tussen de HERE en zijn volk de beeldspraak van het huwelijk gebruikt. We lezen: "En Ik ging onder ede een verbond met u aan". De andere schriftplaatsen bevestigen, dat aan het aangaan van een totaal relatie een verbondssluiting vooraf ging. Doel van deze tekstaanhalingen is dus niet het gelijkschakelen van samenwonen met ontrouw en ontucht (wat niet alleen feitelijk onjuist maar inderdaad ook kwetsend zou zijn), maar het aangeven van de voor de Bijbel zo kenmerkende en m.i. wezenlijke koppeling tussen het aangaan van een totaal relatie en een verbondssluiting.
2. Gesteld wordt ook, dat ik op "krampachtige en prescriptieve wijze vasthoud aan het huwelijk in de hui dige vorm" (herten stadhuize aangaan van een band voor het leven).
Opnieuw doet Anne Bergsma m'n mening geen recht. In 'Opbouw' laat ik me hierover niet uit, in 'Kostbaar en kwetsbaar' wel. Daar verdedig ik dat een zorgvuldige, op de Bijbel gebaseerde samenlevingsvorm normaal gesproken een drietal kenmerken heeft/moet hebben:
1. rechtsbescherming;
2. een publiek aspect;
3. een trouwbelofte.
Dan nu een citaat uit 'Kostbaar en kwetsbaar': Dit alles vormt een totaalpakket.
En dit totaalpakket aan bijbelse grondgegevens komt nog steeds het meeste tot zijn recht door de sluiting van het officiële huwelijk op het stadhuis. En samenwonen doet aan dit totaalpakket van bijbelse gegevens hoe dan ook geen recht. "Mocht iemand echter een alternatief hebben waarin deze drie bijbelsegrondgegevens net zo tot hun recht komen, dan sta ik er overigens helemaal voor open." (blz. 65).
Laat ik een voorbeeld geven van een samenlevingsvorm, die ik dan wel niet als een goed, maar toch wel als een serieus alternatief beschouw. Wanneer een man en vrouw een samen levingskontrakt gaan afsluiten, anderen daarvan in kennis stellen, en - alvorens te gaan samenwonen - elkaar voor Gods aangezicht en in het midden van de gemeente trouw willen beloven, dan vermoed ik, dat ik er bij de kerkeraad voor zou pleiten om de medewerking hieraan niet te onthouden.
Het gaat mij niet om de instandhouding van één bepaalde vorm, maar om het bewaren van enkele m.i. bijbelse principes.
3. Anne Bergsma: "Andere argumenten dan die van culturele ... aard heb ik ter verdediging van het thans gangbare huwelijk nog nooit gehoord, ook niet van ds. Mudde.". Tja, als er iets is wat ik geprobeerd heb, dan is het juist niet 'slechts' argumenten van culturele aard te gebruiken.
In 'Kostbaar en kwetsbaar' baseer ik de verbondssluiting tussen man en vrouw alvorens het aangaan van een totaal relatie uiteindelijk op een theologisch argument: Zó gaat de HERE om met zijn volk. (blz. 55vv.) Vervolgens voer ik (blz. 56vv.) 'menselijke' argumenten, ik bedoel, argumenten in de sfeer van de wijsheid liggend, aan (zie ook Opbouw nr. 24, blz.
436). Een totaal relatie is dusdanig kostbaar en kwetsbaar, dat ze rechtsbescherming nodig heeft. Ook argumenten van sociale en psychologische aard gebruik ik. Nu sta ik er van harte voor open dat deze argumenten niet deugen. Zelfs sluit ik niet uit, dat deze theologische, sociale en psychologische enz. argumenten niets anders zijn dan culturele argumenten in een niet-cultureel jasje, ik ben overal voor in. Maar toon dat dan aan en maak het jezelf niet te makkelijk door enkel maar te poneren, dat alleen argumenten van culturele aard gebruikt worden.
4. Anne Bergsma: "Merkwaardig is de verabsolutering van het lichamelijke in het stuk van ds. Mudde. Het is een over-accentuering van de seksualiteit die in deze discussie vaker naar voren komt.". Nu wordt het me toch echt te gortig. En wanneer mij enkele alinea's later ook nog "een dualistische manier van denken" en "het gevaar van slaapkamerpastoraat" worden verweten, is de oude vertrouwde karikatuur van de dominee annex pastoor als fatsoensrakker, die zelf niets liever doet dan in de bedstee van de deernes koekeloeren helemaal rond. Het valt me nog mee, dat woorden als 'victoriaans' en 'verdringingsmechanisme' en zo niet vallen.
Ik schreef: "Binnen een relatie neemt het lichamelijke kontakt namelijk een heel eigen plaats in" (Opbouw nr. 24 blz. 436). Dit wordt als volgt uitgelegd: "Nee, de seksualiteit neemt binnen huwelijk of samenwonen geen eigen, geïsoleerde, plaats in." Nu beheers ik het Nederlands niet te best (Anne Bergsma gaf daar een aardig voorbeeldje van), maar wel zo goed, dat ik weet, dat dit niet kan. Wanneer je van een kunstvoorwerp in je woonkamer zegt, dat het binnen het interieur een heel eigen plaats inneemt, kun je toch nooit bedoelen "een geïsoleerde plaats"? Nee, je bedoelt, dat het kunstvoorwerp enige min of meer onvervreemdbare kenmerken en eigenschappen heeft, die aan het geheel iets toevoegen en binnen het geheel goed tot hun recht komen. En zo is het ook met het lichamelijke kontakt tussen man en vrouw. Het heemt binnen hun relatie een heel eigen plaats in.
Natuurlijk, geheel verweven met alle andere facetten van de liefde, maar niet tot die andere facetten herleidbaar.
De lichamelijke beleefde liefde heeft een eigen, unieke inbreng door haar intensiteit en intimiteit, haar directheid en kracht. En juist vanwege deze eigenheid - zo verdedig ik - is hetondanks ons verleidelijke vermogen liefde en lust te ontkoppelen! - zo dwaas en schadelijk het lichamelijk kontakt, i.c. de geslachtsgemeenschap te beleven buiten een totaal relatie om.
Niet overdrijven
Uit het laatste punt blijkt, dat Anne Bergsma en ik het - ondanks de schijn van het tegendeel - eigenlijk wel eens zijn. Zo is er meer dat ons verenigt en wat ons verenigt is niet gering. Ook hij is geen voorstander van samenwonen en vindt het huwelijk de beste en mooiste vorm die hij kent. Zelfs heeft hij trouwplannen, waarmee ik hem en zijn aanstaande echtgenote van harte wil feliciteren. Verder, in wat hij opmerkt over samenwonen als mogelijk symptoom van randkerkelijk gedrag kan ik me ook vinden (zie Opbouw nr.
26, blz. 469). En dat ik instem met zijn opmerking om niet al te luchthartig om te gaan met de niet-seksuele aspekten van de liefdesband tussen man en vrouw, zal niemand verwonderen, gegeven mijn pleidooi voor de verkeringstijd als een tijd van onbevangen en serieus opbouwen van je relatie (Opbouw nr. 24, blz. 436). Hoewel ik me bezighoud met o.a. de samenlevingsvorm staar ik me heus niet blind op die vorm. Niet voor niets heb ik normaal gesproken, voorafgaande aan een huwelijksbevestiging, een 2 à 3 gesprekken met het aanstaande paar, waarin de relatievorm nauwelijks wordt aangestipt, maar des te dieper doorgesproken over de aard en de basis van de relatie.
De verschillen tussen Anne Bergsma en mij moeten niet overdreven worden.
Dit neemt niet weg, dat er één werkelijk serieus punt van kritiek is, waarop ik nog moet ingaan. Een heel wezenlijk punt van kritiek ook. Kan wel gehandhaafd worden, dat de verbondssluiting voorafgaande aan een totaal relatie, een bijbelse norm is voor de dag van vandaag? Hierover de volgende keer.