Het kruis in de woestijn

1994-03-25
  • Jaargang 38
  • nummer 6
Het lijkt haast wel of het woord 'geloven' niet meer krachtig genoeg gevonden wordt. Er wordt ijverig gezocht naar woorden die nogal het accent leggen op iets waartoe ik me moet opwerken. Ik moet tot een gevoel zien te komen of tot een daad en dan pas zou er sprake zijn van geloof. Wij maken het onszelf daarmee onnodig moeilijk. Geloven is alleen maar aanvaarden dat God voor mij is zoals Hij is. Dat is alles. Nu ja, alles. Soms is een mens wel eens wat vergeetachtig. God geeft geloofsopvoeding in Ex. 16.

Vergeten wie God is
Het volk Israël had daar ook last van, anderhalve maand na die geweldige verlossing uit Egypte. Het gebeurde in de woestijn Sin. Een merkwaardig soort geestelijk geheugenverlies.
Maar ja, je zult daar ook met je kindertjes door het hete zand sjokken en de voorraden raken op. Drie dagen zonder water. Ik hoor ze al huilen. God geeft water maar dat lijkt niet veel los te maken. Ze zijn zelfs vergeten wie het ook weer was die hen uitgeleid had. Het is jullie schuld, Mozes en Aäron! Waren we maar nooit verlost.
Door alle ellende zijn ze compleet het zicht kwijt op de hand van God. Ik ben er (JHWH)? Nee, Hij is er niet!
Niet te geloven dat God dan zo geduldig blijft. Ze moeten het nog leren.
Geloven moet je leren en God geeft die ruimte.
Israël moet in een soort kerkdienst bij elkaar komen. En dan allemaal de woestijn in kijken. Dus naar dat stuk land dat zoveel ellende brengt. En opeens: "Zie, de heerlijkheid van JHWH verscheen in een wolk." En de ogen gaan open. Ach, tot nu toe hebben wij alleen maar gelet op de woestijn, ik heb alleen maar mijn ellende gezien. Maar nu zie ik dat de HERE midden in de woestijn aanwezig is. Hij is er echt! 0 heden, dan hebben wij tegen Hem zitten mopperen.
Waar is je geloof? Je moet Mijn Naam niet vergeten. Je moet niet kijken naar Egypte, niet naar de woestijn maar naar Mijn heerlijkheid. Geloven is Gods Naam in gedachten houden.

Kleingelovig of verwend
God gaat eten geven, kwakkels en manna. Niet zomaar een natuurverschijnsel.
Van het manna moesten ze elke dag precies genoeg gaan scheppen.
En dan val je door de mand als je angstig bent. Kleingelovig:"niet teveel eten want dan hebben we morgen nog wat, voor de zekerheid. Je weet maar nooit." En kleingeloof blijkt schadelijk.
Daar weten de maden van mee te praten. Het spijt me Here, U hebt gelijk.
Ik heb U leren kennen en toch kan ik U nog niet vertrouwen. Kleingeloof doet God tekort en jezelf ook want had gisteren toch rustig alles opgegeten. Wees niet bezorgd.
Dat soort mensen had je, de kleingelovigen, maar misschien ook wel de laconieken. Mensen die na een paar dagen al niet meer zo snel naar buiten hollen als het manna er ligt maar zich nog eens omdraaien. God doet dat wonder toch wel. Hij heeft het toch gezegd, dan ligt het er over een uur ook nog wel. Gewend aan het wonder.
Volkomen vanzelfsprekend dat God voor mij zorgt. Maar pas op: "als de zon heet wordt dan smelt het". Je kunt niet laks worden met Gods zorg. Elke dag afhankelijk, elke dag is het weer een wonder. Niet kleingelovig maar ook niet verwend.
De sabbat Er is nog iets dat bij de geloofsopvoeding hoort nl. de sabbat. God bereidt Zijn volk vast voor op het vieren daarvan.
Op de zesde dag ligt er twee keer zoveel manna want op de zevende dag komt er niets. De leiders moeten daar nog aan wennen want ze raken in paniek als ze het volk een dubbele portie zien verzamelen (22). Straks wordt Mozes weer zo boos. Maar nee, nu is het goed. God heeft het gezegd.
En de volgende ochtend is het heerlijk stil. Iedereen slaapt uit. Een uitgestorven legerplaats. En toch scharrelen er al een paar rond. Mensen die geen rust hebben. Wat deden ze daar? Hadden ze gisteren gedacht: "ja, ik zal me daar teveel verzamelen, ik weet het nog heel goed van die maden. Ik sta morgen gewoon maar weer vroeg op."
Wat ze ook gedacht hebben, nu is de Here God boos en niet maar Mozes.
De sabbat zit Hem hoog. De dag bij uitstek om te laten zien dat je weet dat je afhankelijk bent van Hem. De dag die doet denken aan het wandelen door het paradijs en de vruchten die je in de schoot vallen. Zeg, hoe zit dat, geloof jij daar eigenlijk wel in, jij die op sabbat zo vroeg opstaat om je kostje bijeen te scharrelen? Aanvaard je dan nooit de zorg van God?
Gedenk de sabbatdag dat ge die heiligt.

De vastigheid van het geloof
Het valt dus duidelijk niet mee om een beetje stabiel te zijn in je geloof. Waar haal ik vastigheid vandaan? De vastigheid zit in een kruikje. Later als de ark gemaakt is moet je daar een kruikje met wat manna in bewaren. Als jullie dan in het land zijn en het manna is allang gestopt dan heb je nog wat. En dan gaat het natuurlijk niet om dat beetje manna. Dat zal dan wel oneetbaar geworden zijn. Maar het manna was dan ook geestelijk voedsel (1 Kor. 10:3) d.w.z. het was een teken ergens van. Niet bij het manna blijven staan.
Het is een teken van Gods zorg. God gaf maar niet manna, Hij gaf Zichzelf.
Daar is die kruik met dat beetje manna een teken van. We moeten het niet hebben van de wonderen maar van Hemzelf.
Wat dat betreft is het frappant dat de Joden in Joh. 6 ook om een teken vragen "opdat wij mogen zien en geloven"
(31). Vroeger hebben wij het teken van het manna gekregen. Wat hebt U ons te bieden? En dan zegt Jezus: Ik ben het teken. Ik ben het manna uit de hemel, het ware brood des levens. In Mij zie je God Zelf die Zich aanbiedt.
Toen het manna teruggetrokken werd naar de hemel bleef die kruik over.
Geloof je het nu? Toen Jezus naar de hemel ging bleef het lege kruis achter.
Het kruis staat midden in de woestijn.
Zie Ik ben met u. Daar heb je de vastigheid.
Kijk de woestijn in en zie de heerlijkheid van God: het kruis van Golgotha. "Gij zijt genoeg om van te leven, Verborgene die bij ons zijt" (gez. 75).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief