Hinne ma tov: de EvTA oostwaarts (1)
1994-03-25
Maandag zou de eerste lesdag worden.- Jaargang 38
- nummer 6
Veel later dan gepland waren we uit Calcutta vertrokken voor een rit van een kleine twee uur over nog geen 50 km naar Canning. Even buiten dat havenstadje lag ons reisdoel, het Seminarie van Christ Mission Ashram, neergepoot midden tussen de rijstvelden.
De eerste 30 km voerde vanuit Calcutta langs een lang lint van dorpjes, waar de kraampjes en hutjes tot vlak bij de weg zijn opgetrokken. Overal mensen en nog eens mensen, lopend, fietsend, toeterend in auto's. Rasechte straathonden, geiten en koeien completeren het straatbeeld. Kortom India, om precies te zijn de noord-oost hoek van dat uitgestrekte land, daar waar de Ganges zich langs vele stromen een weg naar de zee zoekt.
Op de achterbank van de auto legt ds. Sukrit Roy de laatste hand aan het lesrooster. De eerste dag zullen twee gastdocenten uit Korea en ik colleges geven aan de studenten van het Seminarie.
Maar welke vakken aan bod zullen komen en welke jaren we voor onze neus krijgen, dat is onderweg nog volop in discussie. Na veel gepraat (in het koreaans) blijkt het programma rond, waarbij het door ons geplande uur hebreeuws het loodje heeft gelegd. Maar ik houd mijn poot stijf en die koppigheid wordt beloond: 's middags zet ik met de studenten de eerste stap op het smalle pad van de taal van het Oude Testament en loop de letters van het hebreeuwse alfabet met ze langs.
"Waar ben ik verzeild geraakt?", denk je dan.
Dat de EvTA het in oostelijke richting zoekt, is nieuw. Gebruikelijk was tot nu toe de theologische toerusting in franstalig Afrika (Bangui en Butare).
Dat de 'A' van EvTA toch een beetje werd opgerekt was een gevolg van een in de loop der jaren gegroeid contact tussen de kerk van Breukelen en een begaafde predikant in West Bengalen, de al genoemde Sukrit Roy.
Opgegroeid in één van de grote kerken van Calcutta, verbaasde het hem steeds meer hoe ingeslapen die kerken waren. Temidden van de grote meerderheid van Bengaalse Hindoes en Islamieten, maakten de gevestigde kerken, nog daterend uit Engelse koloniale tijden, een krachteloze indruk.
Geen enkele poging werd ondernomen, om het immense platteland van Bengalen op te zoeken met het evangelie, om maar iets te noemen.
Steeds meer begon Sukrit Roy dàt pionierswerk als zijn roeping te zien.
Hij studeerde theologie en ook nog wat biologie in Korea, waarna hij, getrouwd met een Koreaanse vrouw, terugkeerde naar India.
Werkend met forse financiële steun uit Korea, begon hij gemeentes te stichten in de verschillende regio's van Bengalen. Inmiddels zijn dat er zo'n 35 met een ledental variërend van 10tot 50, met daarnaast een veelvoud aan belangstellenden.
Ruim vijf jaar geleden startte Roy zijn Seminarie, waar op dit moment 30 studenten wonen en studeren. Een ongekend hoog aantal, want het aantal Bengalen dat doordrong tot de gevestigde theologische instituten was tot dan toe op één hand te tellen.
Toch is daarmee nog niet alles gezegd.
Want waar ds. Roy een gemeente gesticht heeft, probeert hij ook op onderwijsgebied en aan medische voorzieningen het één en ander te verbeteren. Zo is er in één van de ruimtes van het Seminarie wekelijks een mobiele medische post gestationeerd, waarvan de dorpelingen gebruik kunnen maken.
Ook op het gebied van landbouw en veeteelt ziet Roy mogelijkheden tot verbetering. In één van de dorpen staat inmiddels een proefboerderij.
Zoals gezegd, de gemeente van Breukelen kwam in contact met Sukrit Roy en besloot zo'n acht jaar geleden tot ondersteuning van dit bijzondere project.
In 1992 brachten ds. J.M. Mudde en br. F. Langeraar een bezoek aan Calcutta om met eigen ogen het werk van Roy en de zijnen te bezien. Dat werk maakte in meer dan één opzicht indruk: de breedte in de aanpak, zijn visie voor de lange termijn, het grote praktische inzicht. zijn reformatorische denken, zijn diep besef van afhankelijkheid van de zegen van God.
Breukelen zette de steun dan ook zonder aarzeling voort. Daarbij kwam de gedachte op, of er vanuit de EvTA misschien ook een bijdrage zou kunnen worden geleverd aan het onderwijs op het Seminarie van ds. Roy. Ds. Mudde had in 1992 een week les gegeven en kreeg de indruk dat een EvTA bijdrage gewaardeerd zou worden.
De EvTA besloot dat uitstapje naar Calcutta te wagen en zo vertrokken ds. Mudde en ik 12januari naar Calcutta voor een verblijf van 3 weken in deze stad van 12 miljoen (of meer).
Het onthaal was bijzonder gastvrij. Dat bleek o.a. uit de zorg om onze gezondheid.
Die is niet ongegrond, want één slok uit de kraan betekent minstens een dag diarree. Maar ook de kwaliteit en de hoeveelheid van het eten ging onze verwachting meer dan eens te boven. Zo zelfs, dat wtp ons af en toe voelden als Benjamin in Egypte - die immers een gerecht kreeg opgediend, dat maar liefst vijf keer zo groot was als dat van zijn broers.
Veel rust werd ons niet gegund. Na aankomst op donderdag vertrokken we vrijdag voor twee dagen naar eilanden in de Bengaalse golf. Daar was weliswaar in één dorp een begin van een christelijke gemeente, maar wij zouden ook een evangelisatie bijeenkomst houden op een plek, waar nooit eerder het evangelie was verkondigd. Geheel in de lijn van Roy's programma: het bereiken van de onbereikten (vgl.
Rom 15:20vv).
Zo'n reis alleen al is een bijzondere ervaring. De treinen zijn overvol en sommige passagiers reizen aan de buitenzijde van de trein mee - overal waar maar een plekje is om te staan en een uitsteeksel om zich aan vast te houden. Op de perrons is het vol van de kleurrijke marktkraampjes en het haventje van Canning was prachtig om te zien, met zijn Indiase drukte en afen aan varende bootjes.
Ongetwijfeld later dan bedoeld staken we van wal en voeren enkele uren over de zeearmen (van enkele honderden meters breed). Vooral 's nachts is dat schilderachtig, wanneer je overal de Iichtjes ziet van de tientallen bootjes, die hun weg zoeken naar één van de eilanden.
Zo'n evangelisatie bijeenkomst is, zeker in een Moslim dorp, van tevoren afgesproken. Ds. Roy zoekt bij aankomst direct contact met enige vooraanstaanden uit het dorp (burgemeester, schoolmeester) en nodigt ze uit om de bijeenkomst bij te wonen. De kinderen zijn als eerste present, maar tijdens de samenkomst komen ook de ouderen een kijkje nemen. Dat is geen probleem, want alles speelt zich in de openlucht af.
Ook in het geval we 's zondags een kerkdienst hielden in één van de dorpen (2e en 3e zondag van ons verblijf) zijn die gebouwen zo open, dat mensen luisteren bij de deur, binnenkomen en soms ook weer weggaan.
Op de bijeenkomst van vrijdagmiddag werd meegewerkt door het plaatselijke zondagschooltje. De kinderen voerden o.a. een kerstspel op (bij zomerse temperaturen!) met zoveel overtuiging en expressie, dat iedereen er volop van genoot. Onvergetelijk was het moment, waarop de herders aan Maria het kindeke ontfutselden om er vervolgens van pure vreugde een dansje mee uit te voeren! Ds. Mudde's preek sloot daarbij goed aan (verblijdt u te allen tijde, Fil. 4). waarna het programma werd besloten met een 'Jezus'-film van Indiase makelij. Die viel bij de dorpelingen zeer in de smaak, gezien het groeiend aantal toeschouwers.
Wij gingen halverwege de film naar het huis van de plaatselijke evangelist om 'een hapje' te eten en te overnachten.
Dat laatste moest gebeuren op een tweepersoons plank, overtrokken met een soort hoeslaken. Na een kort moment van wennen, viel de nacht niet tegen.
De volgende morgen vertrokken we naar een ander dorp. De tocht duurde zo'n drie uur, naar achteraf bleek, omdat ds. Roy voor zijn Koreaanse en Nederlandse gasten een toeristische route had uitgestippeld. Dat we daardoor misschien wel twee uur te laat in het dorp aankwamen, leek niemand te deren.
Dit keer was ik aan de beurt voor de evangelisatietoespraak. Als je voor zo'n 50 tot 100toehoorders staat, die zelden of nooit iets van het christelijk geloof gehoord hebben, voel je pas hoe ongewoon het is. "Waar moet ik beginnen?", denk je dan. Met Gods liefde voor de wereld, voor Indiërs, Koreanen en Nederlanders? Gods liefde uitkomend in Jezus, die voor ons kwam, leed, stierf en opstond. "Wat is het eigenlijk veel", denk je al pratend.
Het maakt wel, dat je onder je eigen verkondiging steeds kleiner wordt en steeds sterker beseft, dat het God zelf is, die de harten opent.
Zingen was ook een vast onderdeel.
Ds. Mudde en ik hebben, naast het Youth for Christ repertoire ook psalm 8 tweestemmig gezongen, maar aan deze geneefse klanken waren de eilandbewoners niet gewend. Ze begonnen wat te giebelen toen we melodisch onze eigen weg gingen en zullen ongetwijfeld gedacht hebben, dat we het spoor meer dan eens bijster waren.
Dat ons ook nog gevraagd werd naar de nationale vogel, de nationale bloem en het nationale volkslied (dat we toen maar even gezongen hebben) geeft wel aan, dat de boog tijdens zo'n bijeenkomst niet altijd gespannen staat.
Daarmee zat onze taak er op, maar onze dag was nog lang niet ten einde.
Na een korte maaltijd op ons gastadres en een vier uur durende, koude boottocht, bleek de laatste trein naar Calcutta al lang vertrokken. Er volgde een kleine twee uur gezoek en veel onderhandelen, waarna plotsklaps een bus beschikbaar bleek, die ons rammelend en piepend in nog eens twee uur naar Calcutta bracht. Toen sloeg de klok inmiddels 3 uur in de nacht.
Ruimschoots zondag dus.