Schotje
1995-12-01
Het Atheneum //lustre, waaruit zo'n honderdtwintig jaar geleden de Universiteit van Amsterdam is voortgekomen, kende destijds een merkwaardig verschijnsel: het schotie. Het schotje was een muurtje dat de professorenbank waarin bij feestelijke gelegenheden de hoogleraren plaatsnamen, in twee zeer ongelijke delen verdeelde. In het grootste deel, driekwart van de bank, zaten de vijf of zes hervormde professoren als erfgenamen van de zeventiende-eeuwse calvinisten, in het resterende kwart de vijf remonstranten, lutheranen en doopsgezinden. De Génestet, die als jong student dit merkwaardig relict van Dordtse godsdiensttwisten nog had aanschouwd, was bereid een Te Deum aan te heffen als gebouw, bank en schotie in een puinhoop zouden veranderen.En al naar ons gevoel voor humor kunnen we er nu om lachen of ons eraan ergeren.- Jaargang 39
- nummer 24
Het lijkt iets uit een andere wereld. Hoewel? Ik las in Trouw dat een oude, kerkelijk zeer meelevende, vrouw in de hemel- mocht zij daar ooit komen - schotten hoopt aan te treffen om de mensen die van een andere kerk zijn niet te zien en hun flauwe gezang niet te horen: Heeft zij ruw verwoord wat anderen misschien iets genuanceerder denken? Het moeizame samen op weg doet het ergste vrezen. Het scholje bestaat nog steeds en als het aan sommigen van ons ligt nog heel lang. Totdat de Heer komt en de laatste resten stukslaat en het één kudde en één herder zal zijn. Hij heeft het Zelf gezegd.
Klaas de Jong
Dit stuk knipten wij uit 'HORIZON' Samen-op-wegblad voor Amsterdam en Amstelveen. Het is onvoorstelbaar hoe taai het kerkisme is. De mensen, die zich daaraan bezondigen, trekken de scheidslijnen zelfs door naar de eeuwigheid. Wat een armoedig gedoe! Want het is uiteindelijk een wrange vrucht van een puur horizontalistisch denken. Gelukkig hebben wij niet te beslissen over de zaligheid van de ander en de manier waarop hij die beleeft. Toen Simon van Velzen, de eerste docent in de homiletiek aan de Theo!. School te Kampen, aan het eind van zijn leven op aarde gekomen was, hoorde men hem meermalen uitroepen terwijl hij studeervertrek of woonkamer op en neer liep: ,,0, als er geen Jezus was; als er geen Jezus was!"
"Maar", zo hernam hij dan weldra, "er IS een Jezus, er IS een Jezus." En zijn genade, zo mogen wij weten, is ons genoeg!