Het Kind dat niet mocht groeien

1995-12-15
  • Jaargang 39
  • nummer 25
Een baby is vaak vertederend. Hij roept tedere gevoelens bij volwassenen op. We beseffen intuïtief dat zo’n klein mensje beschermd moet worden.

Door zijn weerloosheid is de baby volkomen afhankelijk van mensen. Hij doet een appèl op ons: "ik kan niet voor mezelf zorgen, jij moet voor me zorgen." Een baby wil geknuffeld en vertroeteld worden. Liefde en aanraking zijn voor zijn groei net zo belangrijk als bescherming tegen warmte en kou.

Ik!
Er komt een periode waarin veel kinderen eenkennig worden. "Ik wil jou en geen ander!" Ze zijn dan erg afhankelijk van een beperkt aantal vertrouwde opvoeders. Maar kinderen groeien verder; ze blijven niet zo afhankelijk. Ze ontwikkelen zich tot eigen 'ikjes'. Ze gaan 'nee' doen, 'nee' zeggen, weglopen, ze weigeren het eten, ze willen niet slapen, ze komen steeds hun bed uit. De dwarse peuter kan zijn ouders tot wanhoop drijven. Dit gedrag van het kind stelt hoge eisen aan de ouders. Pas in de omgang met peuters blijkt werkelijk wat ouders aan pedagogische kwaliteiten in huis hebben.

Zo ben jij niet
Bij peuters moeten ouders een stapje terug doen. Kind en ouder vallen niet meer zo samen, vormen minder een twee-eenheid. Soms verlangen ouders weer terug naar de baby die het heerlijk vond om geknuffeld te worden. Ze ervaren een stukje verlies, alsof ze door hun eigen kind in de steek worden gelaten. Leren los te laten is misschien wel de moeilijkste opdracht voor opvoeders. Soms willen ouders het kind voor zichzelf houden, alsof het hun bezit is: een kind naar hun beeld. Het mag zich niet op eigen kracht ontwikkelen. Deze ouders ontwikkelen (meestal onbewust) allerlei patronen waarmee ze het kind klein kunnen houden. Want hoe groter het wordt, hoe meer verlies ze voelen. "Zo ben jij niet"
zeggen ze tegen de peuter en later tegen de puber die toch probeert om zelf groter te groeien. "We hebben z6 in jou geïnvesteerd en nu doe je ons dit aan.." Hun kind mag niet worden' wie het zelf is.

De kleine Jezus
Kerstfeest wordt in de hele westerse wereld gevierd. De andere christelijke feestdagen worden nauwelijks gevierd: die dagen zijn hooguit goed voor wat extra vrij. Het lijkt wel of de mens graag het accent legt bij een kleine Jezus.
Zolang Hij in zijn kribbe ligt, is er niets aan de hand. Dan kunnen ze Jezus houden zoals zij het graag zien. Jezus als Kind naar óns beeld. Op die manier wordt Jezus krachteloos gemaakt. Zouden de mensen, die Jezus alleen maar als baby willen zien, lijken op ouders die niet willen dat hun kind groter groeit? Zo iemand houdt zijn geloof op baby-niveau. Geloof? "Het doet me wel iets, als ik in de auto naar een religieus programma kan luisteren. Zo'n kerstnachtdienst, dan lopen de rillingen me over de rug. En op zondag kijk ik ook af en toe naar een televisiekerkdienst." Zo'n geloof heeft iets vertederends, het raakt het gevoel. We doen eraan als we er behoefte aan hebben, daarna gaan we weer over tot de orde van de dag.

De Zoon werd volwassen
Wie bij Jezus alleen denkt aan een baby, houdt ook zijn geloof op babyniveau. Hij kiest voor een maakbare God.
Vraagt Jezus dat wij Hem volgen? Betekent dit dat we moeten kiezen tussen goed en kwaad, dat we Hem moeten gehoorzamen? "Nee toch, want zo is Hij niet!" denken ze. Misschien is het dus niet zo verwonderlijk dat de samenleving kerst wel weet te vieren maar zich geen raad weet met de andere christelijke feestdagen...

Na het kerstfeest is het Goede Vrijdag geweest, daarna werd het Pasen. De Zoon is volwassen geworden. Een volwassen geloof rekent met de leiding van God in ons leven. Zelfs na 2000 jaar kennen veel mensen Jezus echter nog steeds alleen maar als kindje in de kribbe.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief