Kerk en jeugd
1995-12-15
Naar aanleiding van de artikelen over ‘kerk en jeugd’ van J.J. Lakerveld en R.R. Ganzevoort in Opbouw van 28 juli t/m 8 september zou ik graag enkele opmerkingen willen maken. Deze artikelen roepen namelijk vele vragen bij mij op. Er wordt bijvoorbeeld steeds gesproken over de stelling dat de kerk moet terugkeren naar Christus, zonder dat wordt aangegeven waarin die kerk dan is afgedwaald. De laatste twee artikelen roepen zelfs enige weerstand op.- Jaargang 39
- nummer 25
Het Verbond
Een discussie over de jeugd moet naar mijn mening beginnen bij het Verbond. Onze kinderen behoren bij het Verbondsvolk ook al hebben zij er niet zelf voor gekozen. Zij zijn er ook niet door hun ouders ingezet, maar door God zelf.
En wij kunnen hen dan ook niet 'bij de kerk houden', want Christus vergadert zélf Zijn kerk. En als iemand - jong of oud - niet wil, kan geen mens - jong of oud - daar iets aan veranderen. Natuurlijk moet er aandacht aan de jeugd besteed worden, maar daar hoort bij dat ze leren dat het behoren tot het Verbond ook verplichtingen meebrengt.
De leer
Wat de leer betreft lees ik in de artikelen van ds. Ganzevoort hele merkwaardige uitspraken die tot gevaarlijke conclusies kunnen leiden. De bewering dat de Here er voor gekozen heeft zich niet te openbaren in twaalf dogma's en tien geboden enz. is zelfs een regelrechte blunder. De tien geboden zijn door God zelf aan Mozes gegeven (Ex. 24:12 en Lev. 26:46). En als met de twaalf dogma's de apostolische geloofsbelijdenis bedoeld wordt, dan zijn ook dat uitspraken die op rechtstreekse openbaringen gebaseerd zijn. Ik moet er terwille van de plaatsruimte vanaf zien om alle teksten te vermeIden die er aan ten grondslag liggen. Wij moeten uit deze bewering toch hoop ik niet concluderen dat de tien geboden en het credo behoren tot de franje, die van het gezuiverde christendom verwijderd is? Die uitdrukking 'gezuiverd christendom' geeft mij trouwens een heel naar gevoel. Wij mensen zijn toch niet in staat iets zuivers tot stand te brengen? Onze leer en onze kerkdiensten moeten nu eenmaal noodzakelijkerwijs door onvolmaakte mensen opgesteld en gestructureerd worden en zullen dus altijd onvolmaakt blijven. Ds. Ganzevoort zegt over de leer trouwens zelf: wanneer je dat evangelie wel vorm geeft in de concrete werkelijkheid, dan is het binnen de kortste keren een heel ander evangelie geworden. Dat is maar al te waar, dus de conclusie is duidelijk: laten we ons maar nauwkeurig houden aan de vormen en bewoordingen die de smeltkroes der geschiedenis doorstaan hebben, en die - met bijbelteksten ondersteund - aan de jeugd uitleggen.
Dat de leer niet hetzelfde is als het Woord van God hebben wij zo'n 40 jaar geleden al op catechisatie geleerd en dat heeft voor zover ik weet de kerk zelf ook altijd al onderwezen.
De moraal
Hetzelfde geldt voor de kerkelijke moraal. Ik krijg de indruk dat hier de kerkelijke moraal gelijkgesteld wordt aan de menselijke moraal. Maar bij mijn weten is de kerkelijke moraal nog altijd de christelijke moraal die gebaseerd is op de tien geboden en talloze uitspraken in het Nieuwe Testament.
Dat God telkens weer bezig is de menselijke moraal af te breken, enz. is heel duidelijk. Dus ook hier weer is de conclusie: hou je aan de christelijke moraal en schep geen nieuwe menselijke moraal door eigen keuzes. Ook dit kan de jeugd met bijbelse argumenten duidelijk uitgelegd worden. De zin: Zo ver gaat de genade van Christus dat de christelijke geschiedenis gekenmerkt wordt door pogingen om het radicale genade-woord van de Here Jezus Christus te ontkrachten is mij volstrekt onduidelijk. Wordt hier een causaal verband gesuggereerd tussen de genade van Christus en de pogingen om die genade te ontkrachten? Nog erger vind ik de volgende zinnen: Terwijl de voorgangers hun best doen om de genade van God te bedienen, horen tal van gemeente-leden vooral de aanklacht van de zonde in hun leven of de eis om het nu eindelijk eens beter te gaan doen. Dat ligt niet alleen aan de verwrongen geest van de luisteraar. Enz. Toe maar. Dus mensen die in de prediking een vermaning van hun zonden en een eis van bekering horen, hebben een verwrongen geest! En waarvoor hebben diegenen die dat er niet in horen (of niet willen horen) dan nog genade nodig? In de bijbelse boodschap is de volgorde toch duidelijk: zondebesefschuldbelijdenis - bekering - vergeving.
De structuur
Ds. Ganzevoort spreekt over strakke structuren en starre vormen. Maar als hier al sprake van is, dan zijn er toch nog maar heel weinig kerken die zich daar aan houden, evenals aan de afspraken in het Akkoord van Kerkelijk Samenleven. Ieder doet maar wat goed is in zijn eigen ogen. En kun je van de jeugd respect verwachten voor instellingen die zich niet aan afspraken houden? En zou de steeds openlijker neiging om maar tegen de kerk aan te trappen erg geschikt zijn om de jeugd bij de kerk te houden? Ik ben ervan overtuigd dat dat tegen de kerk aantrappen niet zo bedoeld is, maar het maakt wel erg die indruk en het doet mij pijn en ik denk velen met mij!
De sfeer
Persoonlijk geloof ik er niets van dat de kerkelijke structuren verantwoordelijk zouden zijn voor de kerkverlating.
M.L moeten we de oorzaak daarvoor veel meer zoeken in de sfeer in de gemeente. Daarmee bedoel ik niet alleen de onderlinge verstandhouding, maar ook saamhorigheid, verdraagzaamheid, onderling respect, enz. en vooral ook de vraag: hoeveel hebben wij voor de kerk over? In het dagelijks leven is het zo dat, als wij iets maar belangrijk genoeg vinden, het nooit teveel tijd, geld of moeite kost. Maar hoe zit dat ten opzichte van onze erediensten voor God? Kan de 'buitenwereld’ uit onze huidige practijk concluderen dat wij die erg belangrijk vinden? Ik betwijfel het. Ik denk dat hier een heel belangrijke evangelisatietaak verwaarloosd wordt. Iemand die van buitenaf tegen onze kerkdiensten aan kijkt, ziet steeds minder plechtigheden, steeds minder eerbied voor Gods majesteit. Ik zeg niet dat die eerbied er niet is, maar alleen dat hij niet merkbaar is. Wat die sfeer betreft lijkt tegenwoordig de belangrijkste factor de vraag te zijn of men zich wel 'thuis voelt' in een kerk en de daaruit voortkomende strubbelingen tussen diegenen die zich wél thuis voelen en diegenen die dat niet doen en die 'iets anders' willen. Ik vraag mij al heel lang af of die eis om je thuis te kunnen voelen in de kerk nu echt wel zo bijbels is. Zou het nu werkelijk zo zijn, dat wij de kerk zo moeten inrichten dat mensen zich er 'thuis voelen'? Of anders gezegd: dat we het ménsen naar de zin moeten maken? Als dat zo zou zijn dan moet dat toch voor iedereen gelden, want de kerk is er voor iedereen. En waar er amper twee mensen hetzelfde zijn, lijkt mij dat een onmogelijke opgave.
Het lijkt mij dus bijbelser om te stellen dat het 'thuis voelen' in de kerk uitsluitend afhankelijk is van de ontmoeting met Christus zonder 'iets erbij'. Als er met 'terugkeren naar Christus' bedoeld wordt dat we de kerk naar Zijn wil moeten inrichten en niet naar mensenwensen, dan ben ik het daar dus mee eens. Maar zo heb ik het niet begrepen uit deze artikelen. Het is mij volstrekt niet duidelijk hoe dat 'terugkeren' in de praktijk gerealiseerd zou moeten worden, anders dan het al eeuwen lang gebeurd is.
Slot
Tot slot zou ik zeggen: laten we voor de kerkelijke structuren maar blijven aansluiten bij de traditie. Want volgens het door ds. Ganzevoort aangehaalde citaat - traditie is het levende geloof van de doden en traditionalisme het dode geloof van de levenden - is er bij de traditie levend geloof te vinden en waarom zou dat niet evenzeer het levende geloof van de levenden kunnen zijn?
Maastricht, okt. 1995