Tussen twee bergen

2007-06-22
  • Jaargang 51
  • nummer 13
Inmiddels een kleine drie maanden geleden heb ik een reis naar Israël gemaakt. Met een lichte blos van schaamte moet ik bekennen dat het mijn eerste was. Het was er niet eerder van gekomen, enerzijds door omstandigheden, anderzijds toch ook wel omdat het me tegenstond om temidden van een fotograferende menigte heilige plaatsen als de grafkerk in en uit te lopen. Tot een goede vriend tegen me zei: ‘Deze studiereis van het CIS lijkt me echt iets voor jou.’ Hij bleek helemaal gelijk te hebben.

In dit artikel wil ik van de reis een vluchtig verslag geven. Wie weet prikkelt het sommige lezers – in het bijzonder de theologen onder hen – om ook eens zo’n studiereis te ondernemen. Ze was alleszins de moeite waard!

Bustocht
Alleen al de bustocht door het land van de bijbel ervoer ik als enorm verrijkend. In mijn geval begon die helemaal in Eilat, het zuidelijkste puntje van Israël. Vandaar trokken we nog verder naar het zuiden, Egypte in, tot aan de berg Sinaï. Vervolgens ging het weer noordwaarts. Na een tussenstop in Jeruzalem reisden we naar de ‘berg van de Zaligsprekingen’ aan het meer van Galilea. Tenslotte gingen we weer terug naar Jeruzalem. Al met al legden we zo’n 1500 km af door het land, dat met duizenden vezels verbonden is aan de openbaring van onze God in onze geschiedenis. En tja, dan is het toch wel een wereld van verschil om – ik noem maar wat – de vlakte van Jizreel op een foto te zien of om daar zelf door heen te rijden!

Vleugje toerisme
Het aardige van de reis was ook de combinatie van enerzijds een volop onderduiken in de studie en anderzijds een volop kennis maken met het land Israël en zijn huidige bewoners. Dus net als iedere andere toerist of pelgrim beklommen we midden in de nacht de berg Sinaï om op de top daarvan een zonsopgang te kunnen meemaken, dreven we wat rond op het zoute water van de Dode Zee en aten we een Petrusvisje aan het meer van Galilea. En al was het daar niet om te doen, het was toch heel mooi meegenomen.

Wereldkerk
Mooi meegenomen en meer dan dat, was ook de kennismaking met de wereldkerk in al zijn schakeringen!
Overal in Israël kom je in aanraking met kerken – of vertegenwoordigers daarvan – die zoveel oudere papieren hebben dan onze NGK. Sommige daarvan stammen rechtreeks af van de vroege kerk. Ze komen uit Israël zelf, Syrië, Egypte, Ethiopië, etc. en zijn allemaal present in Jeruzalem en waar al niet om de heilige plaatsen te koesteren die in rijke mate aanwezig zijn. Het is een wonderlijke mengeling van diepe vroomheid en nationale trots, van rotsvast geloof en iets wat grenst aan bijgeloof. Maar ook wemelt het van christenen uit alle landen. Zo werd de Via Dolorosa enige tijd geblokkeerd door een groep Koreaanse christenen die – biddend, bijbellezend en een groot houten kruis torsend – de lijdensweg van Christus overdachten. En des te meer kom je ervan onder de indruk dat je – al ben je als NGK niet veel meer dan die 3e Achterveldse Dwarsweg in de buurt van Delden – deel mag uitmaken van een beweging die zoveel ouder, groter en veelkleuriger is dan de eigen kerken.

Organisatie
Waar het wel om te doen was? Wel, laat ik eerst iets over de organisator van de reis vertellen, het Centrum voor Israëlstudies, kortweg het CIS. Dit – in onze kerken nauwelijks bekende – instituut is een samenwerkingsverband van de Gereformeerde Zendingsbond, de Christelijke Gereformeerde deputaten ‘Kerk en Israël’ en de Christelijke Hogeschool Ede. Uitvoerige informatie over het CIS is te vinden op www.centrumvoorisraelstudies.
nl. De doelstelling van dit centrum is: ‘het bevorderen van de bezinning op en de praktijk van de joods-christelijke ontmoeting.’ Daarbij wordt een relatie met het joodse volk in al zijn schakeringen nagestreefd: het religieuze en seculiere Jodendom. Ook met Messiasbelijdende Joden worden nauwe contacten onderhouden. Het brein achter deze studiereis was drs. Kees Jan Roodenburg, de Israëlconsulent van het CIS. Sinds december 2003 woont en werkt hij in Jeruzalem en één van zijn taken is het voorbereiden en begeleiden van studiereizen voor predikanten, theologen en theologisch geïnteresseerden.

Ontmoetingen
Het zal duidelijk zijn dat een reis die in bovenstaand kader georganiseerd wordt ondenkbaar is zonder persoonlijke ontmoetingen met het Joodse volk. Het hoogtepunt daarvan was wat mij betreft de deelname aan het sabbatsmaal bij een van origine Nederlands echtpaar. De synagoge waarvan zijn deel uitmaken is én orthodox én geëmancipeerd én zeer open voor contact met niet-Joden! Na de dienst gingen mijn reisgenoot en ik met hen mee naar hun huis en het – uiteindelijk – zeer persoonlijke gesprek dat we hadden is een kostbare herinnering voor me. Eén moment uit dat gesprek wil ik naar voren brengen. Begin jaren ’70 emigreerde dit echtpaar – kort nadat hij aan de Universiteit van Amsterdam gepromoveerd was – naar Israël. Dat deden zij in de diepe overtuiging zo de komst van de Messias te bespoedigen. Die gedachte leefde bij vele Joden in die tijd vanwege de sensationele en wonderbaarlijke successen die tijdens de zesdaagse oorlog in 1967 geboekt waren. ‘Maar hoe is het nu dan, met jullie Messiaanse verwachting,’ vroegen wij, ‘drie decennia bloedvergieten later?’ Zijn reactie had iets tragisch. ‘Ik ben meer in de lijn van Maimonides over de Messias gaan denken. De Messias is geen persoon, maar een tijdperk. En dat begint niet van het ene op het andere moment, maar geleidelijk. Ik zal het dus niet meer meemaken…’

Programma
Het thema van de reis luidde: ‘Tussen twee bergen’. Die bergen zijn respectievelijk de Sinaï (waar Mozes de thora ontving) en de Berg der Zaligsprekingen (waar Jezus de Bergrede uitsprak). Centraal in deze reis stond dan ook de wijze waarop de wet functioneert in Jodendom en Christendom. Rabbijnen, universitair docenten, Palestijnse christenen en een Grieks-orthodoxe monnik lichtten ons daarover in. Hoe leest en verstaat Israël de thora en hoe verhoudt zich dat tot het christelijke verstaan van de wet? Welke plaats hebben de tien geboden daarin? Welke plaats had de wet in Jezus onderricht en hoe ging Hij met de wet om? Hoe kijken Joodse exegeten daar vanuit hun eigen omgang met de wet tegenaan? Wat betekent het gebod om de vijand lief te hebben in de huidige context voor Palestijnse christenen? Deze en nog weer andere vragen werden door veelal zeer deskundige sprekers met heel verschillende achtergronden behandeld. Buitengewoon boeiend, leerzaam en stimulerend allemaal!

Letter en Geest
Uit het vele dat we meekregen wil ik één meer theologisch moment lichten. Het mag wat betreft de orthodoxe Joden duidelijk zijn dat de wet, preciezer gezegd de interpretatie daarvan zoals de Talmoed die geeft, voor hem het uitgangspunt is bij alles wat hij doet. Hoe ook de uitleg en toepassing is, het uitgangspunt is en blijft de letter van de wet. Maar één van de lezingen werd beheerst door een duidelijk andere geest. Ze werd gegeven door een Grieks-orthodoxe monnik, vader Nilson, die met ons sprak – in het St. Catharinaklooster aan de voet van de Horeb – over de tien geboden in de Oosterse kerk. Op een gegeven moment vertelde hij de volgende legende. Er was eens een monnik die in de lijn van Psalm 1 met de wet wilde leven. Alleen, het lukte hem maar moeilijk. Al die verschillende wetten en wetjes, hij kreeg die niet in zijn hoofd en vond het moeilijk hen uit elkaar te houden. Hij trok de woestijn in. En daar sprak de Geest tot hem in zijn hart. En toen hij terug kwam, kon hij – door het werk van de Geest – de hele wet uitschrijven … en het Nieuwe Testament erbij. Hoewel de monnik niet verwees naar Jeremia 31 (‘Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen’) en 2 Korintiërs 3 (‘de letter doodt, maar de Geest maakt levend’) had zijn verhaal iets van een illustratie bij deze bijbelgedeelten. Nu, hiermee is allicht niet alles over de plaats van de wet in Jodendom en Christendom gezegd. Maar iets heel wezenlijks is er wel mee aangeduid, denk ik. Tot zover deze impressie. De volgende keer enkele meer inhoudelijke overwegingen.

Drs. Jan Mudde is predikant van de Nederlands Gereformeerde Kerk te Haarlem.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief