Pasen - spanning tussen schijn en werkelijkheid (1)

1994-04-08
  • Jaargang 38
  • nummer 7
Op de een of andere manier is Pasen een wat ongrijpbaar feest. Heel anders dan Kerst.
Daar heeft de commercie direct een sentimenteel verhaal van weten te maken, een volksfeest van eten, drinken en vrolijk zijn, rijkelijk overgoten met een vroom sausje van een kindje in een kribje en veel goede bedoelingen.
Als dan vervolgens dit sausje geflambeerd wordt met het licht van een oudgermaans midwinterfeest hebben we de ingrediënten van Kerst: een beetje heiligheid, een beetje heidendom en een beetje handel. Al twintig eeuwen de ideale combinatie om in heel de wereld mensen tot 'gelovigen' te maken.
Pasen is anders. Pasen maakt gelovigen tot mensen. Dat komt door de enorme paradoxen die in het Paasfeest naar boven komen.
Ook al dreigt de handel zich nu ook enigszins meester te maken van het Paasfeest, Goede Vrijdag is zo dichtbij, dat de moeite blijft. We worden immers liever geconfronteerd met een lieve baby, dan met een stervende?


Jezus' dood en opstanding wordt ons omstandig uit de doeken gedaan in de evangeliën. Het lastige is alleen, dat wanneer je probeert de gang van het lijdensverhaal te volgen, je voortdurend op het verkeerde been wordt gezet. Dat valt pas echt op als je je voorkennis even opzij zet, en het verhaal volgt zoals het beschreven staat. Dan val je van de ene verbazing in de andere.
Eerst geloof je eindelijk dat die vreemde rabbi je Redder, Messias, Koning is (Mat 16:16), en direct daarna begint Hij te vertellen dat Hij op weg is naar de dood (Mat 16:21). Het geloof in die Koninklijke Jezus loopt meteen dood op de werkelijkheid van een stervende man aan een misdadigerskruis.
De man van wie je net gelooft dat Hij de hemel op aarde brengt (en andersom), hangt aan een kruis: de aarde wil Hem niet meer dragen en de hemel wil Hem niet opnemen. Dat is de vloek van het kruis. En heb je dat allemaal net geaccepteerd dat Hij werkelijk dood is, dan komt Hij je zelf vertellen dat Hij leeft!
Probeer het maar eens bij te houden.
Probeer dan maar gelovig te blijven.
Nee, lijden, sterven en opstanding maakt van de trouwe gelovigen heel gewone mensen, die het allemaal niet meer kunnen begrijpen.

Schijn en werkelijkheid
Wat gebeurt er nu eigenlijk met Pasen?
Of beter: wat is er aan de hand met dat lijden? Die vraag kunnen we achteraf dogmatisch beantwoorden, maar we kunnen ook de lijn van het evangelie volgen met alle verrassingen die daarbij horen. Wat op het oog een ordinaire terechtstelling lijkt van een oproerkraaier blijkt onder de microscoop van het evangelie iets heel anders te zijn.
Dat is het mysterie van Goede Vrijdag en Pasen: er is steeds meer aan de hand. Wat schijnt is niet waar, wat waar is, is onwaarschijnlijk. Als we bijvoorbeeld het evangelie van Lucas volgen, dan zien we heel wat van die dubbele bodems passeren.
Zo is Jezus gevangen genomen door het gevolg van de hogepriester (Luc 22:52,54). Dat alleen al laat zien dat Hij meer is dan zomaar een straatvechter.
Van meet af aan gaat het om een geestelijke strijd, ook al is de aanklacht die tegen Hem wordt ingebracht niet van theologische aard. De religieuze leiders van Israël begrepen heel goed dat het optreden van Jezus ging om het hart van het geloof. Daarom zetten ze een verhoor in elkaar, waarbij drie vragen worden gesteld: Bent u een profeet? Bent u de Christus? Bent U de Zoon van God? (Luc 22:64,67,70)Maar Jezus laat zich niet zo makkelijk vangen.
Hij ontkent niet, Hij liegt niet. Hij gaat met zijn antwoorden 'midden tussen hen door en vertrekt' (Luc 4:30).
Ongrijpbaar. Het is zelfs niet duidelijk wat Hij nu precies zegt. Eigenlijk draait Hij de aanklacht steeds om. Ben je de Christus, vragen ze Hem, en Hij antwoordt: jullie geloven het niet. Ben je dan de Zoon van God? En als antwoord: Jullie zeggen: Ik ben het. (In deze laatste woorden zou een verwijzing kunnen liggen naar de naam van God: Ik Ben.) Zo heeft Jezus letterlijk niets gezegd, maar de aanklagers hebben precies gehoord wat Hij bedoelde (Luc 22:71).

Schijnproces
Daarna brengen ze Hem bij de bevoegde instanties om Hem te laten veroordelen. Echter: de reden waarom zij Hem hebben opgepakt is voor de rechter niet ontvankelijk, en daarom doen ze zich voor als brave onderdanen die een oproerkraaier aanbrengen: "Hij verbiedt de mensen belasting aan de keizer te betalen" (Luc 23:2). Onwaar (Luc 20:22-25), maar misschien bruikbaar om Pilatus over de streep te krijgen. Na een kort verhoor verklaart Pilatus Hem onschuldig (Luc 23:3-4) Dat gaat een paar keer door: valse aanklacht, kort verhoor, vrijspraak. Dat de trouwe wetsdienaren valse getuigen worden (die daarmee zelf de gevraagde straf verdienen) deert ze niet.
Dat de waarheid van Jezus met leugens wordt aangeklaagd hoort bij de wrange gebeurtenissen van de lijdenstijd.
De overpriesters en hun aanhang lijken brave onderdanen, die de oproerkraaier kwijt willen. Het cynische is alleen dat de echte oproerkraaier Barabbas wordt vrijgelaten op de aanklacht van Jezus (Luc 23:19). Dat is nu plaatsvervangend sterven: de man die de straf verdient heeft wordt vrijgesproken omdat een ander ten onrechte gestraft wordt. Zo speelt het proces zich af op het verkeerde niveau, dat van de schijn. Pilatus zelf lijkt even rechtvaardig als hij zijn handen in onschuld wast. Toch is ook hij een speelbal van de leugen. Uit vrees dat de religieuze menigte zelf tot oproerkraaiers zouden worden laat hij Jezus vastzetten.
Als Jezus terugkomt van het verhoor bij Herodes hebben ze Hem een Koningskleed omgehangen. Onbedoeld en ongewild heeft Herodes de waarheid bekend gemaakt: Jezus is Koning. Voor Herodes was het een goede grap, maar ondertussen is dit nu net de werkelijkheid.
Zo is het hele proces van Jezus letterlijk een schijnvertoning. Niet de werkelijkheid wordt getoond, maar de schijn. Het geheim van Jezus moet nog verborgen blijven, maar dat lukt nauwelijks.
Ondanks alles breekt de werkelijkheid steeds door de schijn heen. Door allen die betrokken zijn bij het proces wordt de waarheid van Jezus' Koningschap verhuld, vermeden, maar ondertussen barst dat geheim er toch doorheen.
Wanneer dat gebeurt werkt die werkelijkheid van het geheim ook onthullend!
In feite wordt niet Jezus veroordeeld door de overpriesters en Pilatus. De aanklagers veroordelen in het proces uiteindelijk zichzelf. Hun ergernis over Jezus wordt een steen des aanstoots, en de aangeklaagde is tenslotte de Rechter en Advocaat van de aanklagers, als Hij bidt dat God ze zal vergeven.
Voor het zover is wordt Hij met twee misdadigers naar het kruis gebracht.
De weg van de Rechter valt samen met de weg van de ter dood veroordeelden (vgl Rom 6:5,6). Bovendien wordt Hem zelfs in zijn stervensuur geen rust gegund.
Van drie kanten wordt Hij aangevallen.
De oversten honen Hem op religieus vlak: Jij, die anderen redt, ben je niet de Christus (Luc 23:35). De soldaten bespotten hem politiek: Koning, hé! (Luc 23:37) De gehangene naast Hem lastert Hem uit eigenbelang (Luc 23:39). Jezus wordt uitgedaagd om Zichzelf te bewijzen, net als bij de verzoeking in de woestijn (Luc 4:1-13). Het enige dat Hij moet doen is zichzelf redden. Jezus antwoordt niet. Schijnt niet te kunnen, niet te willen antwoorden.
Opnieuw is dat de schijn. Dat blijkt wanneer de tweede misdadiger in geloof vraagt. Wie alleen een goedkoop kermiswonder wil zien, die krijgt niets.
Die ene veroordeelde echter, die de eigen schuld erkent, die zijn lot verbindt aan dat van Jezus, die krijgt te horen dat Hij wel degelijk gered wordt en hij met Hem. Iedereen die bereid is mee-gekruisigd te worden mag meeopstaan in het paradijs.

(Wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief