Ontmoeting met de lezers van ons blad
1994-04-08
Traditiegetrouw wordt op de Opbouwjaarvergadering ook een programmapunt opgevoerd onder de titel 'kontakt tussen de lezers en de redaktie', of iets dergelijks. Om beurten leidt één van de redaktieleden dit punt in, met de bedoeling dat er wat informatie over ons blad geboden wordt en dat het tot enige gedachtenwisseling komt over wat doorgaans in het blad te vinden is. Dit keer was de beurt aan mij.- Jaargang 38
- nummer 7
Welkom in ons team
In de eerste plaats wil ik, ook namens de redaktie, twee nieuwe redaktie- of teamleden aan u voorstellen. Niet dat ze in ons blad uit het luchtledige zijn opgedoken, ook niet dat ze allebei hier aanwezig zijn, maar ik kan u toch iets over hen vertellen. In de volgorde van aantreden noem ik eerst ds Willem Smouter uit Breukelen. Zoals u weet beweegt hij zich via de EO al wat langer in de wereld van de publiciteitsmiddelen en dat is ook precies de reden dat het bestuur hem als redaktielid heeft aangetrokken. Opbouw is toch wel echt een kerkblad en om de nadelen daarvan enigszins tegen te gaan hebben we ds Smouter gevraagd zich vanuit zijn ervaring met ons blad te bemoeien. De tweede die ons team is komen versterken is Jeannette Westerkamp-Stegeman. Ook zij was voor ons geen onbekende. We smulden al langer van haar pennevruchten in ons blad, toen ze regelmatig voor onze jongelui over het gewone leven in Butare schreef, waar ze met haar man ds Dick Westerkamp bij het theologische onderwijs aan de fakulteit aldaar betrokken was. Ze heeft kennelijk de gave om duidelijke, boeiende en opbouwende jeugdverhalen te schrijven en ook wanneer ze zich tot het maken van een gedicht zet, weet ze in een paar woorden een ongewone zeggingskracht te bereiken. We zijn bijzonder blij dat we met het aantrekken van deze twee nieuwe redaktieleden ook iets aan de verjeugdiging van ons blad hebben kunnen doen.
De voorpagina
Een volgend punt is dat we, zoals u gemerkt zult hebben, de schriftoverdenking van de voorpagina hebben afgehaald. Dat was een gevoelig punt, want we drukten met die opvallende plaats van de bijbelstudie uit dat de Schrift ons boven alles gaat. Is dat dan nu niet meer zo? Jazeker! We worden daar zelfs nog steeds meer naar toe gedreven als het enige dat ons in deze verwarde tijd overblijft. Maar toch, argumenten die de lay-out betreffen, hebben ons daartoe doen besluiten. Er was trouwens ook nog een andere overweging. Het begon ons' (althans sommigen van ons) een beetje te storen dat vooral via de titels van de overdenkingen zeer diepe geloofsgeheimenissen open en bloot in de etalagekast van ons blad lagen uitgestald.
Dat kan in onze gesekulariseerde tijd niet zo goed meer, het is te konfronterend geworden. De voorhof van de tempel is daarvoor te zeer aan de heidenen gegeven (vgl Opb. 11 : 2). De Schriftoverdenking vindt u nu voortaan op een meer beschermde plaats aan de binnenzijde van ons blad.
Wat we nu met de voorpagina doen is het experimentele stadium nog niet geheel te boven gekomen. Er is een viermanschap gevormd, bestaande uit de heren Benne Holwerda, Timon Ramaker, ds Wim Rietkerk en (namens de redaktie) ds Willem Smouter en de bèdoeling is dat zij zullen trachten op een korte en pakkende wijze een aktualiteit uit het openbare leven (van kerk of staat) te behandelen. Natuurlijk naar de mate waarin dat voor een veertiendaags orgaan mogelijk is. We zijn geen dagblad.
Regiokorrespondenten
Vermeldenswaard is verder dat wij bewust proberen ons blad wat dichter bij de kerken te brengen. En met kerken bedoelen wij dan de plaatselijke gemeentes, in overeenstemming met de nadruk die op de zelfstandigheid daarvan onder ons gelegd wordt. Het eigene van iedere plaatselijke kerk is ons dierbaar en wanneer we daar iets van kunnen laten zien in onze kolommen, stemt ons dat tot tevredenheid.
Met het oog daarop zoeken wij naar regiokorrespondenten (van wie wij er ook al enkele gevonden hebben) die met aandacht het reilen en zeilen van de kerken in hun buurt volgen om, wanneer daar aanleiding toe is, een leuk bericht over een aardige ontwikkeling of over een vruchtbaar initiatief aan onze lezers door te geven. Ik gebruik deze gelegenheid ook om zo mogelijk iets van enthousiasme hiervoor bij u los te maken. Wellicht voelt u zich geroepen uw krachten op deze wijze aan ons blad te geven. Onze gedachten gaan daarbij met name uit naar de onder ons opkomende figuur van de vaste regio-scriba, die immers uit hoofde van zijn funktie over het gemeentelijke leven in de kerken van zijn rayon goed geïnformeerd kan zijn.
Geïnteresseerden kunnen kontakt opnemen met ons teamlid Henk Algra, bij wie (zoals u weet) de belangstelling voor het plaatselijk-kerkelijke leven van ons nederlands gereformeerden in goede handen is.
Afscheid van de heer Jan van Oord
Graag wil ik hier ook een woordje wijden aan het afscheid van onze voorzitter, de heer Jan van Oord uit De Bilt. Lange jaren heeft hij op warme en innemende wijze leiding gegeven aan het bestuur van de persvereniging en daarin ook aan het funktioneren van ons blad. Hij vereenzelfdigde zich verregaand met ons blaadje, zoals hij zich wel eens plagerig en niet zonder zelfspot uitdrukte. Er ging een sterk stimulerende en motiverende kracht van hem uit. Wat hij goed vond prees hij royaal en gul. Tegelijk waakte hij als een ouderwetse hofhond voor het grote goed van de persvrijheid. Ook de redaktie wil de voorzitter van onze persvereniging hartelijk danken voor de lange tijd dat hij zich voor ons blad heeft ingezet.
Het ABC
Natuurlijk wil ik nu ook nog iets zeggen over datgene wat we met ons blad bedoelen: de opbouw van ons gereformeerde leven. Even natuurlijk is dat de opmerkingen die ik daarover maken wil, een persoonlijk karakter dragen.
Zoals we als nederlands gereformeerde kerken graag zelfstandig zijn, zo zijn we dat als redaktieleden van Opbouw ook. Zelfstandig en toch con amore met elkaar verbonden. Ik sluit aan bij de opmerking die ik onlangs maakte bij de bespreking van het boek van de heer A. Keizer. Ik zei toen op het eind dat de bijbel er is voor de mens en niet de mens voor de bijbel.
Daarbij dacht ik aan meer dan aan het boek van onze Rijswijkse broeder. Ik vraag me namelijk wel eens af of onze omgang met de Schrift niet te gespecialiseerd, niet te gedetailleerd wordt.
Ik krijg wel eens de indruk dat we van mening zijn dat we vandaag wat het Schriftverstaan betreft in het tijdperk van de verfijningen zijn aanbeland. De grote lijn hebben we achter de rug, het gaat er nu alleen nog maar om dat we de kleine lettertjes goed neerzetten.
We zijn om zo te zeggen druk in de weer met het elfde gebod en de dertiende apostel, in de veronderstelling dat de tien geboden en de twaalf apostelen voor ons gesneden koek zijn. Ik denk dat we ons daarin vergissen en dat wij te vanzeisprekend uitgaan van een onbetwijfeld geloof in de eerste dingen en bovendien van een veronderstelde bijbelkennis die er gewoon niet meer is. En dat we daarom op moeten passen geen luchtfietsers te worden. Terug naar het abc, ben ik daarom vandaag geneigd te roepen.
Niet om dat abc uittentreure te gaan herhalen en herkauwen, maar om van die eerste beginselen de relevantie voor onze situatie te laten zien. Dat zal denkkracht genoeg vergen, ben ik bang: een diepe en brede kennis van de Schrift en een diepe en brede kennis van onze tijd. Juist voor de grote lijn hebben we die beide nodig. Het gaat me dan ook bepaald niet om een versimpeling van ons geloof.
Ik heb het met deze kritiek trouwens niet enkel over onszelf als nederlands gereformeerden. De hele gereformeerde bezinning zie ik vandaag wel teveel in de buitenwijken vertoeven: abortus, euthanasie, homofilie, samenwonen, vrouw in het ambt, preciese afbakening van het Schriftgezag, eenwording met deze of gene kerk, en dat soort van dingen meer. Paulus zegt dat we niet de indruk moeten wekken dat het hele koninkrijk van God opgaat in'een belangstelling voor eten en drinken. Hij konstateerde wel terecht een aandachtsversmalling tot deze hot items van zijn dagen. Het koninkrijk van God bestaat, zegt hij, in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap door de Heilige Geest (Rom. 14 : 17). Ik ben wel eens bang dat we juist wat deze apostoli-sche kern betreft met de mond vol tanden staan en dat we dáárom uitwijken naar de genoemde buitengewesten. Dat de verveling die van onze westerse samenleving de meest op de voorgrond tredende eigenschap is, ook ons in haar greep heeft, zodat we in het bijzonde-re ons divertissement en in het buitennissige onze verstrooiing zoeken. Zijn we niet te lux bezig? Maar zouden we ons dan niet langer in het detail mogen verdiepen?, vraagt de geïnteresseerde lezer van ons blad. Natuurlijk wel! Zelfs gesprek en polemiek daarover zijn nuttig en nodig en zeker geen bewijs dat we een huis zijn dat tegen zichzelf verdeeld is (zoals eerder de vrij gemaakten wel hebben gezegd en nu onlangs ook weer de konfessionele vereniging in de ned. herv. kerk vond).
Dat laatste zou pas het geval zijn als we niet vanuit een uitgesproken geloofsverbondenheid met elkaar spraken.
Nee, het gaat me om de mate waarin en de manier waarop aan het detail aandacht wordt besteed. Het beekje van het onderdeel moet als het goed is uitmonden in de hoofdstroom van het geheel. In vroeger tijd had de ANWB tot in de verste negorijen van ons land toe witte verkeersborden staan, waarop met een oranje strip altijd de richting naar de hoofdstad van het land werd aangegeven. Dat voedde het besef dat ieder deel van Nederland tot het geheel behoorde. Zo moeten ook onze artikelen, over welk onderwerp ze ook trachten een richting te wijzen, duidelijk die oranje strip voeren. Zodat aan ons blad op alle pagina's te merken is dat er een warm hart klopt voor het centrale van ons geloof en wij ook voor degenen die weinig kennis hebben herkenbaar en verstaanbaar zijn.