Stichting Kuria
1994-04-08
Geschiedenis: - Jaargang 38
- nummer 7
Initiatief van de reformatorische kerken
In de loop van de jaren zijn in Amsterdam vanuit de kerken contacten ontstaan met ernstig zieke mensen die zich in de laatste fase van hun leven bevinden. Velen van hen zijn in een stad als Amsterdam erg eenzaam en sterven ook eenzaam. Gemeenteleden werden ingezet om daadwerkelijke hulp te geven in het ziekenhuis of bij de mensen thuis. Naarmate deze arbeid toenam, groeide het idee om dit gezamenlijk structuur te geven. De diaconieën van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt (initiatiefnemer), de Christelijk Gereformeerde Kerk, de Nederlands Gereformeerde Kerk, De Gereformeerde Gemeente en de Hervormde Kerk sloegen de handen ineen. Het idee kwam in een stroomversnelling, toen er ruimte beschikbaar kwam in een voormalig verpleegtehuis.
Zo kon op 1 september 1992 de Stichting Kuria daadwerkelijk van start gaan.
Het doel van kuria
De Stichting Kuria heeft als doel: christelijke gastvrijheid en verzorging bieden aan mensen die aan een ongeneeslijke ziekte lijden en zich op hun sterven voorbereiden. Dit geldt voor allen die deze vorm van zorgverlening nodig hebben, ongeacht hun levensovertuiging en levenswandel tot nu toe.
Centraal in die zorg staat de persoonlijke aandacht voor de patiënt. Kuria wil een "thuis" zijn voor mensen die thuis willen sterven. De "patiënten" of beter "bewoners" beschikken in het huis over een eigen kamer, die zij geheel of gedeeltelijk met hun eigen spullen kunnen inrichten, voorzover ze die hebben. In totaal kunnen zes mensen worden opgenomen.
Een aanvraag voor opname kan gedaan worden door de patiënt zelf, familie, huisarts of ziekenhuis. Na de aanvraag volgt een gesprek met de patiënt en zijn of haar arts. Vervolgens wordt door een commissie op grond van de sociale en medische indicatie beslist of opname mogelijk is en op welke termijn.
Welke zorg biedt Kuria?
Vanuit de bijbelse visie op leven en sterven dragen veel medewerkers in woord en daad een steentje bij aan de zorg voor de medemens die op weg is naar zijn levenseinde. De eerste verantwoordelijkheid ligt bij de arts en verpleegkundigen. Verder kan de hulp worden ingeroepen van een sociaal werkster en een pastoraal team.
Het eerste jaar hebben zo'n veertig 'patiënten de laatste weken of maanden van hun leven in Kuria doorgebracht.
Met dankbaarheid mag worden geconstateerd dat aan het doel wordt beantwoord. De reacties van de bewoners, hun familie en de verwijzende instanties zijn zeer positief. De meeste bewoners kwamen voor het eerst, of na lange tijd opnieuw, met Gods Woord in aanraking. Het daadwerkelijk betonen van christelijke barmhartigheid blijkt een krachtig getuigenis te zijn.
Door de belangrijkste ziektekostenverzekeraars wordt nog geen bijdrage geleverd voor de kosten die Kuria maakt. Het werk is tot nu toe mogelijk gemaakt door incidentele giften, en giften van diaconieën en donateurs.
Ook in 1994 is Kuria hiervan afhankelijk.
Vrijwilligster in Kuria
Vanaf de informatieavonden voor vrijwilligers heb ik aan het project Kuria mee mogen werken. Werk waar ik met spanning naar uitkeek, want:
- Hoe zou het samenwerken zijn met mensen uit vijf toch onderling verschillende kerken?
- Legden we geen vreselijk zware druk op ons zelf door zo nadrukkelijk de christelijke barmhartigheid in ons vaandel op te nemen? Hoe moet je daar vorm aan geven?
- met wat voor mensen zouden we te maken krijgen en hoe reageer je daarop?
Als ik nu na ruim een jaar terug kijk op ons werk in Kuria, heb ik het idee dat ik bij een wonder mag staan toekijken, er zelfs in en aan mee mag werken.
Het is heerlijk om in de ruim tachtig vrijwilligers en in de verpleegkundigen broeders en zusters te herkennen en je te realiseren dat zij hun steun vinden in gemeenten hier in Amsterdam en omgeving. Daarachter mag je dus een veel grotere groep medechristenen in Amsterdam vermoeden dan ik ooit voor mogelijk heb gehouden.
Christelijke barmhartigheid
Het zo dicht bij iemands sterfbed staan, brengt ons in een grote intimiteit, waarin we elkaar hard nodig hebben.
De zorg voor elkaar, de gesprekken met elkaar nemen een belangrijke plaats in. Hoe belangrijk is het elkaar vanuit die gemeenschappelijke basis te troosten en te bemoedigen.
Het "zware juk" van de christelijke barmhartigheid blijkt licht te zijn. Het is geen maatschappelijke profielschets, we mogen hier doen wat onze hand vindt om te doen. Het blijkt werk te zijn dat als vanzelf liefde voor je medemens oproept. Niet als presentatie, maar als vrucht. Telkens weer ervaar ik de verwondering als ik zie hoe mensen bij ons tot rust komen.
Zelfs mensen die zo aan de zelfkant van de samenleving hebben geleefd, dat zij het nergens konden uithouden, voelen zich bij ons thuis. Steeds weer bedenk ik dan dat we toch niets bijzonders doen. Het gaat vanzelf.
Hoewel de zorg voor mensen de eerste bedoeling is van Kuria, worden veel mensen geprikkeld tot vragen naar onze beweegredenen. Dit geldt zowel voor bewoners als voor hun familie en vrienden. Tijdens de gezamenlijke maaltijden 's avonds kunnen dan ook soms diepgaande gesprekken ontstaan. Deze gesprekken maken verschillen soms pijnlijk duidelijk, maar we krijgen daarmee ook een mogelijkheid om te vertellen wat de ander daar ook mee doet.
In onze behoefte wordt wonderlijk voorzien
In vind het een wonder te merken hoe God zelf lijkt te zorgen, (moet ik niet zeggen zorgt?) voor de doorgang van ons werk. Juist doordat we zo afhankelijk zijn van giften zijn we ook zo afhankelijk van Hem. Op onverwachte manier worden soms onze behoeften gezien en wordt erin voorzien. Ook van buitenkerkelijke kant komen er soms giften binnen. Mensen die gehoord hebben dat we dingen missen, geven zodat we zaken kunnen aanschaffen die het werk praktisch verlichten.
Zo mochten we, in het afgelopen jaar, een instellingsafwasmachine aanschaffen, evenals een instellingswasmachine en een droger. Een wonder vond ik het te merken hoe er in de vakantieperiodes geen gaten vielen.
Vanuit Groningen en Zeeland werd ons hulp aangeboden. Met pakken informatie en donateurfolders ging men weer terug, om in de volgende vakantieperiode weer beschikbaar te zijn.
Werken in Kuria, leren vertrouwen
Zorgen voor stervenden, mogen delen in die intimiteit, betekent ook leren van stervenden. Zij gaan ons voor op een weg die wij ook zelf eens moeten gaan. Ik ben me in het afgelopen jaar meer dan ooit bewust geworden van mijn eigen sterfelijkheid en mijn eigen afhankelijkheid van mijn Vader, maar ook van mijn leven en mijn afhankelijkheid daarin van Hem.
In mijn werk hier ervaar ik hoe Hij heel dicht bij aanwezig wil zijn. Hoe Hij zorgend en leidend richting geeft aan onze zorgverlening. Hoe Hij genezend en helend werkt bij de medemens die aan onze zorg is toevertrouwd. Hoe Hij noden ziet en erin voorziet.
Dominee De Jong maakte in zijn referaat op de landelijke diaconiedag duidelijk dat er een in- en uitademing zou moeten zijn tussen het diaconale werk in de gemeente en het werk daarbuiten.
Dat het een manier is om elkaar op te bouwen, te bemoedigen en te troosten. Als medewerkers van Kuria kunnen we niet buiten de steun van de gemeenten, we willen u daartegenover ook graag deelgenoot maken van het wonder dat we hier ervaren. Vanuit Kuria zijn dan ook altijd mensen bereid om te komen vertellen.