Bolkestein en de kerken
1994-04-22
'Bolkestein en ieder die vandaag in politiek en maatschappij roept om herstel van christelijke normen en waarden, zijn alleen dan geloofwaardig, wanneer zij hun leven geestelijk willen delen met de gemeente en in de bedding van het levende geloof van de gemeente willen staan.' - Jaargang 38
- nummer 8
lr J. van der Graaf, algemeen sekretaris van de Geref. Bond in de NHK
Deze uitspraak las ik vanmorgen (woensdag 6 april 1994)in het NO en ik kan me niet bedwingen daar even op in te gaan. Is dit waar?
Kan ons christenen van buiten de kerk echt geen enkele geestelijke waarheid bereiken?
Is dit niet verschrikkelijk arrogant? Klinkt er vanuit de boezem der kerken niet teveel baarlijke nonsens omhoog dan dat je dit met droge ogen kunt volhouden? Hebben wij als christenen dan werkelijk alle waarheid in pacht? Ik geloof daar niets van. Ik denk nu even aan het gesprek tussen Abimelech en Abraham, dat we vinden in Genesis 20. Een gesprek waarin deze Filistijnse koning van buiten af dingen tegen Abraham zegt waarop deze niets terug heeft en waar hij dan ook.
beschaamd op zwijgt. Wat oersterk van de bijbel, vindt u ook niet, om de aartsvader door zo'n onbesneden heiden de les te laten lezen! Abimelech heeft namelijk tegenover Abraham schoon gelijk. God zelf erkent dat.
Dat kan dus. De wereld kan tegenover de kerk wel degelijk in haar recht staan, onverschillig of die wereld daar sympatiek of onsympatiek mee aankomt.
Als we nu eens zonder vooringenomenheid en zonder aanzien des persoons gingen luisteren naar wat Bolkestein tegen de christenen te zeggen heeft, zouden we dan met bepaalde opmerkingen van hem niet onze winst kunnen doen? Die van die christelijke normen en waarden, maar ook wel andere. Als hij bijvoorbeeld van de grote kerken in ons land zegt dat ze in de zeventiger jaren meer met kruisrakketten en dat soort politieke zaken in de weer zijn geweest dan met het eVangelie en het kruis van Jezus Christus, is dat dan soms niet waar?
Ook vandaag de dag is het nog zo dat de kerk zich bij voorkeur sterk maakt in dingen die slechts zijdelings met het geloof te maken hebben en waarvoor je geen gram christelijk geloof nodig hebt om je ervoor in te zetten. Humanisten kunnen en doen dat even goed.
Zo hoorden we dezer dagen de sekretaris van de Raad van kerken, ds W. van der Zee, zeggen dat er ten aanzien van het asielvraagstuk geen genuanceerd denken mogelijk is. Nota bene, als het gaat over de vraag wie Jezus Christus is - je mag dat toch rustig een hoofdvraag voor de kerk noemen - is voor hem geen nuance genuanceerd genoeg en is het in zijn omgeving een en al voorzichtige aarzeling wat de klok slaat, maar het asielvraagstuk, waar toch heel duidelijk een politieke kant aan zit die bij de kerk voor een beetje schroom zou moeten zorgen, is iedere nuance uit den boze. Ik vind het ronduit een weldaad dat zulke rare uitspraken ook eens van buiten worden opgemerkt en gekritiseerd. Nu hoor je het ook eens van een ander, zeggen wij kleinere kerken dan.
En is het nu zo gek dat Bolkestein de kerken tegen de invloed van de islam mobiliseert? Jeroept dan toch geen geweld tegen de moslims op? Ons geloof is toch een geestelijke zaak?
Eerder werk je zo aan een christelijk zelfbewustzijn waar iedereen (ook de moslim) bij gebaat is. Wat is dat toch voor eigenaardigs dat we tegenover de islam onze eigenheid als christenen niet zouden mogen benadrukken?
We respekteren dat toch bij de moslims ook, als ze daar frank en vrij mee aankomen? En bij de Joden? Waarom verachten we bij onszelf wat we in de ander respekteren? Is dat respekt dan wel zuiver, vraag ik me af. Slechts een kerk die heel goed weet wat ze zelf gelooft en met dat eigen geloof ook blij is, slechts die zal in staat zijn het gesprek met andere geloven aan te gaan, bijvoorbeeld om te overleggen wat we samen kunnen doen. Dan weten namelijk die andere geloven met wie ze te maken hebben, ze hebben mensen met eigenheid tegenover zich, geen drilpuddingen. Anders krijg je toch hetzelfde als wat er zich tussen kerk en synagoge in dit land afspeelt?
Dat de kerk in listige formuleringen haar eigenheid, zelfs haar Christusbelijdenis, tegenover de synagoge versluiert en dat dat aan Joodse kant alleen maar argwaan oproept? Gelijk hebben ze!
Ik heb zo het idee dat de kerkelijke leiders vandaag nog steeds in een machtsdenken gevangen zitten. In het omgekeerde van vroeger weliswaar, maar toch. Zij realiseren zich dat de kerken in de afgelopen vijftig jaar heel wat macht hebben verloren. Macht die ze ten onrechte bezaten. Tot zover terecht. Maar nu schijnen ze te denken dat het geloof van het hebben van die onterechte macht de schuld was. En dat ze dus, willen ze niet in de oude fouten van vroeger vervallen, het geloof klein moeten houden. Maar het geloof is toch geen machtsfaktor?
Zeker, het is waar dat in de groei van het geloof de verzoeking van de macht meekomt. Dat gevaar te onderkennen is alleen maar goed. Maar de konklusie daaruit is fout. We kunnen toch ook proberen tot een geloofsverlevendiging te komen, zonder in die oude kwaal van de macht te vervallen?
Daarvoor kunnen we aansluiting zoeken bij de beste tradities van ons geloof. Om maar gelijk met het mooiste voorbeeld te komen: Christus heeft ook zonder wapens of macht, met zijn blote handen, tegenover Pilatus van de waarheid getuigenis gegeven. Echt en sterk geloof is niet per se aan macht verbonden en tiert zelfs beter zonder dan met.
Bedenk: met onze gezegende scheiding tussen geloof en politiek en tussen kerk en staat zijn wij tegenover de islam in het voordeel. We zullen dat voordeel in de toekomst neighard nodig hebben om er in onze multikulturele en multireligieuze samenleving wat van te rnaken. Maar als we doorgaan religié en politiek door elkaar te halen, dan zullen we in een tijd van geloofssterkte anderen verdrukken en in een tijd van geloofszwakte anderen tot verdrukkers maken. Het is tegen dat laatste dat Bolkestein ons mijns inziens terecht waarschuwt. Behalve een zekere arrogantie kun je de man een bepaalde moed niet ontzeggen. Ik denk trouwens dat hij de CD meer wind uit de zeilen neemt dan de kerken met hun slappe gepraat doen. Het spijt me daarom dat de heer Van der Graaf met een vroom schijnend argument aan de ónbegrijpelijk felle Bolkestein-verguizing meedoet. Verguizing, ja, want men schaamt zich zelfs niet hem een racist te noemen.
Dat machtswoord heeft men tegenwoordig trouwens wel bijzonder gauw bij de hand, als het erom gaat moeilijke diskussies te ontwijken. Nee, wat mij betreft mag Bolkestein nog wel even doorgaan. En dan hoop ik dat hij ook persoonlijk de christelijke wortels (weer?) opzoekt en er deel aan krijgt, niet maar aan de christelijke waarden waarvan hij het herstel bepleit, maar aan Jezus Christus zelf in wie deze schatten verborgen zijn.
Hier raken we trouwens aan de grens van wat de kerk van mensen als Bolkestein kan leren. Het terrein waarop zij tot oordelen bevoegd zijn, is inderdaad beperkt tot dat van 'normen en waarden', anders gezegd: tot ethiek en moraal. Ook Abimelechs verwijt aan Abraham beweegt zich op dat gebied; Abraham was tegenover hem niet eerlijk geweest.·En om de apostel Paulus erbij te halen, die heeft het ergens over een schandelijk gedrag in de gemeente, 'dat zelfs onder de heidenen niet voorkomt' (I Kor. 5:1). Blijkbaar is hem het oordeel van de buitenwacht van waarde, als het gaat over de handel en wandel van zijn gelovigen.
Hij vindt dat mensen, ook al delen zij het geloof van de gemeente niet, toch in staat zijn te onderscheiden tussen goed en kwaad. Hij hecht daarom ook waarde aan hun goedkeuring.
Een ambtsdrager van de gemeente, zegt hij, moet bij de buitenstaanders gunstig bekend staan (I Tim. 3:7). Terecht dit alles, want de kerk heeft op zaken van de moraal beslist niet het alleenrecht.
En ja, dan is er nàg een gebied waarop de gemeente goed naar de wereld moet luisteren om verder te komen en dat is dat van de wijsheid.
Het mooiste voorbeeld daarvan vind ik het advies dat schoonvader Jetro, nota bene een heidense priester, aan Mozes geeft betreffende de toch vrij interne zaak van de inrichting van de rechtspraak onder het volk des Heren (Exodus 18). Er is geen sprake van dat Mozes tegen Jetro zegt Je bent pas dan geloofwaardig als je je leven geestelijk deelt met dat van de gemeente van Israël. Jetro wilde dat laatste, volgens een ander bericht (Num. 10:29 ev), kennelijk niet. Toch volgt Mozes de gegeven adviezen van deze buitenstaander zonder tegenspreken op. Een prachtig staaltje van bescheidenheid van deze zeer grote in het koninkrijk Gods!
Echter, gaat het over het geheimenis des geloofs, dus laten we zeggen: over genade en vergeving van zonden en de mystieke eenheid met de Middelaar, dan hoor je diezelfde Paulus, die voor het oordeel van de buitenwereld zo gevoelig is, zeggen: 'Want ons (en niet de wereld) heeft God het geopenbaard door de Geest' (I Kor. 2:10). Het recht om over deze dingen te oordelen kent hij aan de wereld niet toe. Vrij pretentieus heet het zelfs: ' ...de geestelijke mens beoordeelt alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld' (vs 15). Voor wat het specifiek christelijke betreft ontsnapt de gemeente aan het oordeel van de wereld. Zou een ongelovige bijvoorbeeld zeggen: 'Die vergeving van jullie, dat is maar mooi makkelijk! Je kunt dan gewoon met alles je gang maar gaan!', dan mag de gelovige zeggen: 'Sorry, beste man, u weet niet waar u over praat'. Het oordeel van de buitenstaander over de kerk is dus aan een grens gebonden. Ik vind echter dat de heer Bolkestein die grens niet overschreden heeft. 'Wie zeggen de mensen dat ik ben?' is een vraag die ook de kerk niet misstaat.