Watje ziet, onthoud je beter

1994-04-22
  • Jaargang 38
  • nummer 8
In de koffieruimte van de Utrechtse Jeruzalemkerk hoefden bezoekers niet lang te zoeken naar de spreker. Hij was heel herkenbaar: aan zijn uniform. Maar hebt u dat nu ook? Die moeite met uniformen ....en dan ook nog in de kerk! Altijd heb ik me dan ook afgevraagd 'waarom dat nou zo nodig moet'.
Waarom moeten die mensen van het Leger . steevast in een uniform lopen?
Een andere vraag .....een spreker van het Leger des Heils op de jaarvergadering van de pers vereniging 'Opbouw': kan dat wel?
Sommige bezoekers hadden naar deze ontmoeting uitgekeken, anderen waren sceptisch.
Na afloop van het ochtendgedeelte waren de meningen zeer positief: kapitein Kor had ons veel goeds te vertellen!

De organisatie
In zijn inleidende woorden legde kapitein Kor iets uit over de organisatie van het Leger des Heiis. Hij noemde het Leger nadrukkelijk een kerkgenootschap.
De officieren zijn de voorgangers, de soldaten zijn de leden die belijdenis hebben gedaan. Jurjen Kor had in 20 jaar tijds op allerlei plaatsen gewerkt. Hij was voorganger geweest in plaatsen als Treebeek (Limburg), Groningen, Beverwijk en Manchester.
Ook heeft hij staffunkties bekleed bij het Leger (o.a. in het jeugd-en jongerenwerk).
Momenteel is hij werkzaam als hoofd Communicatie en PR op het hoofdkantoor van het Leger des Heils in Almere. Opmerkelijk (maar bij het Leger niet ongebruikelijk) is de snelle wisseling van 'standplaats'.
De organisatie van het Leger kan vergeleken worden met de organisatie van de Rooms-Katholieke kerk. Aan de top een Generaal (vgl. de Paus). dan een Commandant (aartsbisschop), en vervolgens allerlei andere rangen.
Voor gereformeerden is zo'n rangorde wel even wennen ... Naast de kerkelijke organisatie kent het Leger een aparte stichting voor professionele hulp. Aan het werk van deze stichting wordt later in dit verslag nog aandacht besteed.

Christelijke hulpverlening
De inleiding van kapitein Kor wordt gepubliceerd in 'Opbouw'. In dit verslag worden slechts enkele korte punten aangestipt. Kapitein Kor vertelde dat ook in zijn studietijd allerlei diskussies ontstonden over zin en onzin van christelijke organisaties. Wat heeft een christelijke geitenfokvereniging eigenlijk voor zin? En nu, in 1993?Als je denkt aan het gemanipuleer met genen ... misschien heeft zo'n vereniging toch wel zin ...
Wat de hulpverlening betreft vroeg Kor zich af of dienstverlening wel onchristelijk kán zijn. Wat is het eigene van christelijke hulpverlening? "Dat door hetgeen Christus ons leerde (in gedrag en in levenshouding) het geloof in Hem gezien wordt. Want wat je ziet, onthoud je beter": Een christen komt in opstand als ergens chaos en anarchie heerst, als mensen daar het slachtoffer van worden.
De priester en de leviet bleven aan hun eigen kant van de weg. De Samaritaan ging naar de overkant: hij kiest dus de kant van het slachtoffer en neemt hem mee..

Vernieuwing in dienstverlening
Opmerkelijk waren de initiatieven die kapitein Kor noemde om te komen tot nieuwe vormen van dienstverlening.
Ruim een eeuw geleden vormde een initiatief van een heilsofficier al de aanzet tot de eerste engelse wet tegen de kinderarbeid. Ook nu noemde Kor het een christelijke opdracht om tot nieuwe initiatieven te komen. Zo noemde hij het in dienst nemen door het Leger van een internist in Arnhem.
Deze specialist bezoekt sámen met de huisarts de terminale (uitbehandelde) patiënt thuis, zodat soms een ziekenhuisopname voorkomen kan worden.
Een ander projekt is het DTC-projekt in Eindhoven. In plaats van het bouwen van meer cellen te propageren, werkt het Leger daar aan een DagTraining voor jonge Criminelen, zodat jongeren niet meer met lege handen hoeven te staan als ze weer vrij komen.

Een kerkgebouw als mogelijkheid voor opvang
AI heel oud is het feit dat aan het kerkgebouwen de pastorie van een plaatselijk Leger des Heils altijd een crisisopvang gekoppeld is van 4 tot 6 bedden.
De voorganger draagt dan ook zorg voor mensen die op een bepaald moment dringend hulp nodig hebben.
"Geef mij een kerk met grote open deuren. Een kerk waar mensen stáán voor hun geloof, zonder vaste banken.
Een kerk die door de week een plek is waar je kunt schuilen, midden in de samenleving", aldus kapitein Kor.
Opmerkelijk was ook een opmerking die Kor zijdelings maakte. De aanwezigen hadden weer kunnen genieten van de klanken van het fraaie orgel in de Jeruzalemkerk, maar: het Leger kent helemaal geen kerkorgel.
Waarom niet? Een orgel kun je niet meenemen op straat. Daarom ligt bij het Leger de nadruk op blaasinstrumenten: je kunt zo vanuit de kerkdienst de straat op...
Wij geloven, maar niet in...
De twee eerste vragen tijdens de diskussie betroffen de bekende slagzinnen van het Leger, zoals "Wij geloven, maar niet in: zoek het zélf maar uit!"
Achter die zinnen zitten ideeën over moderne communicatie. Je verleent eerste hulp, want dat is nodig. Je wilt echter tevens laten zien, dat het Leger er niet alleen is voor de hulpverlening: er zit iets achter. Het blijkt dat mensen van het Leger ook op de zin achter deze zin worden bevraagd.

Het uniform: belijdeniskleed
Hoe zit dat nu met dat uniform?
Waarom moet dat nu zo nodig? Na de uitleg door kapitein Kor ontdekte ik opeens dat zo'n uniform in de hulpverlening wel degelijk zin heeft.
Het uniform heeft voor Heilssoldaten emotionele waarde: het is het belijdenispak.
Tijdens de bijeenkomsten van het Leger (maar ook daarbuiten) zijn belijdende leden dus heel herkenbaar.
Wel signaleerde Kor het gevaar dat men bij het Leger zou kunnen gaan denken dat mensen die niet het uniform dragen tweederangs-christenen zouden zijn. Dan stel je een grens die niet door Christus gesteld is. Je verheft dan een eigen kenmerk tot norm.
Het pak heeft op zichzelf niets met het christelijk geloof te maken: het uniform is bedoeld om zinvol te zijn. Kor noemde dit een gevaar dat ieder kerkgenootschap op een bepaalde manier bedreigt: als je je niet aan onze vormen houdt, hoor je er niet echt bij. In wezen ben je dan (hoe kerkelijk je ook denkt) geseculariseerd bezig. "Waar een kerk zijn standpunten vastlegt in dogma's en regels, slaat ze de plank mis. Een kerk is ook een leerhuis, waar je telkens iets nieuws leert. Wanneer de kerk alleen op de buitenkant let, zich vastlegt op uiterlijke vormen, verliest ze terrein aan de wereld", aldus Kor. Hij noemde in dit verband als voorbeeld de wijze waarop vaak in orthodoxe kerken de diskussies over homofilie en over ongehuwd samenwonen worden gevoerd.

Het uniform: werkpak
Het uniform is niet alleen het belijdenispak: het is ook het werkpak. Wat de hulpverlening betreft is heel duidelijk dat het uniform deuren opent die voor anderen gesloten blijven. "Met dit uniform kan ik bij de koningin op visite en ik kan een gesprek aanknopen met een dronken zwerver". Na de Bijlmerramp bezochten soldaten en officieren van het Leger 1200adressen in de flatgebouwen in de omgeving van de ramp. In korte tijd wist men precies waar welke hulp nodig was en kon men deze informatie doorgeven aan o.a. het RIAGG. Op een vraag hoe het Leger des Heils altijd op zulke momenten klaar staat was het antwoord van Kor: "Misschien waren er ook wel tientallen gereformeerden bij de hulpverlening betrokken, alleen herken je ze niet. Stelt u zich voor dat alle gereformeerden voortaan met een 'G' op hun jas gaan lopen; dan ben je ook als hulpverlener herkenbaar".
Het uniform maakt de hulpverlening van het Leger dus zichtbaar. Overigens is het natuurlijk niet alleen het uniform dat bekend en bemind maakt.
De hulpverlening in Amsterdam weet ook wel dat het Leger goed georganiseerd is en dat hun hulp snel op gang komt. Geen wonder dat de brandweer van Amsterdam direkt na de vliegramp in de Bijlmer contact zocht met de direkteur van het Goodwillcentrum in Amsterdam.

Organisatie van de hulpverlening
Naast de kerkelijke organisatie kent het Leger des Heils een grote organisatie op het gebied van de professionele dienstverlening. Men koopt a.h.w.
kennis en vaardigheden in (bijv.: een gedragstherapeut in een trainingscentrum).
De omvang van deze 'Stichting Leger des Heils Dienstverlening' kan alleen al uit de begroting worden opgemaakt: in 1993meer dan 100miljoen gulden, waarvan 62% wordt gefinancierd door de overheid (Bron: Jaarverslag 1992).De stichting telt 1700 werknemers.
Ze zijn doorgaans geen (kerk-) Iid van het Leger des Heils. Wel wordt nadrukkelijk van de medewerkers gevraagd om de christelijke identiteit van de hulpverlening te onderschrijven.
Kor zei dat in de instellingen doorgaans 'een goede christelijke cultuur' heerst en dat de medewerkers een smeltkroes vormen van allerlei kerkelijke komaf.

Consument-christenen
Kun je ook gewoon in de kerk zitten, als toehoorder, zonder al die hulpverlening erbij? Die mensen zijn -vertelde Kor- ook aanwezig tijdens kerkdiensten van het Leger des Heiis. Het zijn gastleden, die ook geen uniform van het Leger dragen. Ze voelen zich aangesproken door de prediking of door de sfeer. Kor legde uit dat een (belijdend) heilssoldaat echter altijd belooft om zich in te zetten voor anderen. Je weet dat mensen de rijkdom van de Vader kwijt zijn geraakt. Je zet je dan ook in om ze die rijkdom weer te doen ervaren. Een christen die alleen naar de kerk komt om te genieten, dat kán niet. Een christen die zich alleen maar afvraagt of hij wel behouden wordt evenmin. Alleen naar de kerk komen om het Woord te horen en er verder niets mee doen.....onmogelijk: dan ben je een consument-christen. Woord en daad horen onverbrekelijk bij elkaar.

Een kerkelijk rondedansje
De vraag moest wel komen... hoe zit het nu met de verhouding tussen woord en daad? Is het Woord belangrijker dan de daad of is het andersom?
Het is toch ook zo dat als je luistert naar het Woord, dat de daad daar vanzelf op volgt? Volgens kapitein Kor vallen woord en daad niet te scheiden.
Het ligt er maar aan wat je op een bepaald moment aanspreekt, wat iemand in een bepaalde situatie nodig heeft. Iemand met een rommelende maag luistert niet naar het Evangelie.
Bedenk ook dat de Bijbel het boek is van de relaties, van het dagelijks menselijk leven. Waar liefde woont, gebiedt de Heer zijn zegen. Kor: "Het Woord heeft mij aangesproken en mijn daden komen bij het Woord terug. Het is een cirkel, waarbij je Woord en daad aan elkaar toetst, als je maar met elkaar als gemeente een kerkelijk rondedansje kunt maken".

Begeleiding van jongeren
Hoe gaat het bij het Leger met opgroeiende jongeren binnen het eigen kerkgenootschap? Zij komen toch ook in aanraking met een snel veranderende wereld? Het Leger kent een breed scala aan georganiseerde aktiviteiten voor jongeren. Voorbeelden zijn: de zondagsscholen, de Goed Nieuws Club, de jeugdclub en de koffiebar.
Kor erkende dat ook jongeren binnen het Leger des Heils lang niet altijd graag meedoen. Het is dan van belang om open en eerlijk met elkaar te blijven praten in de kerk. Wat betekent het geloof voor jou? Daarbij kun je de confrontatie met de seculariserende wereld niet meer uit de weg gaan. Je moet met jongeren praten vanuit de wereld waar ze midden in staan en tegelijk moet je je eigen waarden en normen naar voren brengen en die uitdragen.

Gereformeerden en het Leger
"Wat zou u tegen Gereformeerden willen zeggen?" luidde een vraag aan kapitein Kor. "Hebt u een boodschap aan het adres van de gereformeerden?"
Kor onthield zich van een oordeel over gereformeerden; hij beantwoordde de vraag in zijn algemeenheid, ten opzichte van iedere christen.
"Elke christen moet bewust keuzes maken in zijn leven. Je moet als christen laten zien wat jou inspireert, anders kun je geen christen zijn. De boodschap van het Evangelie op zondag moet door de week ook opgemerkt kunnen worden. Het Leger doet dat georganiseerd. Een heilssoldaat kan zich niet aan die maatschappelijke opdracht onttrekken. Andere kerken kennen die mate van organisatie niet, maar dat wil niet zeggen dat ze hun opdracht niet serieus nemen".
Kor vertelde in dit verband hoe het in de geschiedenis van het Leger des Heils was gegaan. William Booth wilde geen eigen kerk stichten, hij wilde predikant binnen de Methodistenkerken blijven. Toch ontstonden er in de loop der tijd eigen gemeenten rond hulpverleningsprojekten. In Nederland was er aanvankelijk felle weerstand tegen het Leger. Heilssoldaten liepen daadwerkelijk gevaar en eigendommen werden beschadigd. Toen in de hongerwinter van 1890net Leger onderdak bood aan daklozen en voedsel bracht naar mensen die hulp nodig hadden, veranderde die houding.
Wij geloven, maar niet in: zoek het zelf maar uit! Woord en daad horen bij elkaar. Want: wat je ziet, onthoud je!
"Hoe zou de wereld geloven, als niet Jezus gezien wordt in mij?" luidt de titel van een bekend lied in de kringen van het Leger des Heiis. Die boodschap kwam deze ochtend duidelijk naar voren ...

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief