Georgië, een (bijna) vergeten land
1994-04-22
- Jaargang 38
- nummer 8
Moskou: kou en korruptie
Het was me niet helemaal duidelijk of ik nu wel of niet een juist visum had voor mijn reis naar Tbilisi, de hoofdstad van Georgië. Het moest een dubbel visum zijn en dus zou ik bij aankomst op het vliegveld Sheremetyevo, bij Moskou, "dva rasa" moeten zeggen: "een dubbel document". Dan kwam het wel voor elkaar, had men mij in Nederland verteld. Zo gebeurde het ook. Na drieënhalf uur vliegen met de KLM naar Moskou (hoe ben ik die KLM toch weer gaan waarderen na alle vliegen met andere maatschappijen binnen de voormalige Sowjet-
Unie!) was daar die lange rij mensen die door de Russische douane moesten.
AI onze documenten werden nauwkeurig bekeken, wij zelf werden een en andermaal met de foto's vergeleken en toen het resultaat in alle opzichten kennelijk bevredigend was, werden de papieren teruggegeven. Ik had ondertussen tegen de nog jonge beambte een paar keer "dva raza"
gezegd, totdat ik meende dat verder herhalen van mijn schaarse Russisch als een belediging van zijn intelligentie kon worden opgevat. En toen maar afwachten of dat onduidelijke document, dat geheel in het mij niet super bekende Cyrillische schrift gesteld was, voor de terugweg nog bruikbaar zou zijn. En zo was het. Dat was dus al de eerste les om te leren: wie naar voormalige Sowjet republieken wil reizen, die nu, al of niet vrijwillig, in het GOS-verband zijn opgenomen, moet een visum hebben dat normaliter bij arriveren in Moskou wordt bekeken.
Dat geeft heel subtiel toch al wel aan hoe de machtsverhoudingen nog steeds liggen.
Het tweede dat me overkwam was wel een beetje amusant, maar feitelijk ook een teken aan de wand. Bij het passeren van de douane zei de dame achter het scherm dat ik mijn koffer moest openen. Ik vroeg me af of ik mijn Bijbels eruit moest halen, maar nee, ze wil weten wat die pakken "Evergreen"
koeken zijn die ze in mijn koffer zag zitten. Als ik haar vraag of ze een pakje hebben wil, is dat kennelijk precies de juiste respons! Als ze de buit binnen heeft, mag ik doorlopen! Alle eventuele contrabande zou moeteloos de grens zijn gepasseerd, als dat pakje Evergreens maar is overhandigd.
Ik heb nogal wat recent gebeurde verhalen van corruptie op Sheremetyevo gehoord en adem verlicht op. Zo gaat dat daar ...
De mensen van "Open Doors" die mijn reis naar Georgië hebben geregeld, hebben dat goed gedaan. In de hal staat Volodia ons al op te wachten.
Vanwege de vele kontakten met Rusland maakt de staf van "Open Doors"
gebruik van de diensten van een vaste taxichauffeur. Je hoort heel wat ontzettende verhalen over de aktiviteiten van de hoofdstedelijke mafia. Juist bij vervoer van en naar Moskou komen kennelijk veel berovingen voor. Het hebben van "een vaste man" in Moskou is geen luxe en ik heb in een paar dagen tijd onze Volodia zeer leren waarderen.
Zijn kennis van Moskou, z'n mededeelzaamheid, deskundigheid bij het regelen van dingen, z'n geduld, het zijn allemaal zaken van enorme waarde. (Als een van de lezers eens naar Moskou moet, ik heb zijn telefoon- en faxnummer; en, laat me u zeggen, dat is echt nuttige informatie!) Zo reden we al snel over de brede weg naar Moskou, waar nog sneeuw lag, op die 21e maart 1994.
Heel veel verkrijgbaar
Een van de dingen die gebeuren moet is boodschappen doen. Met Volodia gaan we naar een westerse winkel aan de Tverskaya, een van de grote boulevards in het centrum van de stad.
Hij is te vinden vlakbij het standbeeld van Joeri Dolgoroeki en stadhuis van Moskou. Ik verbaas me over de luxe goederen die er liggen en over de aantallen Russen die er komen kopen, ondanks (voor hen vrij pittige) prijzen.
De pakken tweedrank (Van Riedel in mijn eigen woonplaats Ede), de kazen de flessen met yogofresh en de soorten sauzen voor barbecue, de (in Oost-
Europa altijd eindeloze) voorraad sterke drank en nog veel meer, ze zijn allemaal in grote mate voorradig, maar de prijs doet zeker niet onder voor bedragen in het Westen.
Alles blijkt in Moskou verkrijgbaar, maar slechts een klein deel van de bevolking is ook in staat dat aan te schaffen.
De volgende dag sta ik bijtijds op. De onvolprezen Volodia brengt me naar het vliegveld Vnoekovo, aan een andere kant van Moskou. Vandaar zal ik naar Georgië vliegen. Er was kans dat mijn vliegtuig niet om 13.40 uur zou vertrekken en wel enige vertraging zou hebben. Desondanks was het goed om er ruim op tijd te zijn. We haalden nog een Georgiër op die in Moskou was voor allerhande zaken; misschien zou hij met me meevliegen naar Tbilisi, als ik op geen enkele manier met de mensen daar kontakt kon hebben. (Zij bleken van hun kant nog niet zeker te weten of ik aankwam of niet, ondanks een aantal faxen dat was verstuurd!) Eerst moest hij echter weten of er ruimte zou zijn in dat vliegtuig.
Hij ging dus met ons mee naar Vnoekovo en we hebben gedrieën ook een lange tijd zitten wachten in de lounge van het vliegveld. Op het aangegegeven moment van vertrek was het vliegtuig dat me naar Tbilisi moest brengen, nog niet uit die stad naar Moskou vertrokken, dus hebben we afgesproken dat Tariel niet zou wachten, maar, zoals hij van plan was, pas de volgende dag zou vliegen en ik alleen zou gaan. Ik zou wel zien hoe het daar allemaal ging.
Zo gebeurde het en na een aanzienlijke vertraging gingen we weg om 17.45uur; in de tussentijd had ik, zoals door "Open Doors" al was gesuggereerd, een aantal "evergreens" of liga's gegeten en een paar keer wat gedronken; voor 2000 roebel kan je een fanta of cola kopen. (Ter vergelijking, ik was vijf jaar geleden ook in Moskou en toen kon je voor een gulden tien roebel krijgen; toen kostte een flesje cola ongeveer 2 roebel!
Van 2 of 3 naar 2000 roebel: de inflatie is enorm!) Wat het instappen betreft, werd ik als buitenlandefKennelijk in een soort "quarantaine" gezet; ik bevond me helemaal alleen in een grote, tamelijk donkere hal; later kwam een Tsjechisch echtpaar die een andere vlucht hadden en tenslotte nog een Pools meisje dat ook naar Tbilisi ging. Voor ons beiden reed een grote bus die ons naar het vliegtuig bracht! Mijn hoop dat dat het in het vliegtuig niet zo vol zou zijn werd op de meest overtuigende manier gelogenstraft door een enorme rij mensen, vooral Georgiërs, onderaan de vliegtuigtrap; wij konden als allerlaatsten aansluiten. Op de allerlaatste rij was nog een stoel over.
(Het toewijzen van vaste plaatsen in het vliegtuig is helemaal onbekend, zeg ik maar even bij.
Vliegen zonder vreugde
Het vliegtuig bleek overvol! Een moeder met nog vrij kleine kinderen had er vier(!) op een stoel zitten of ervoor staan. Overal in het hele vliegtuig stonden grote pakken en dozen met handelswaar of etenswaar. En toen gingen we; zeker tien mensen die geen zitplaats hadden stonden gedurende de hele vlucht, alsof het hier om een bus ging! Bij opstijgen en landen moet je je gewoon een beetje steviger vasthouden ... Ik vond het doodeng, eerlijk gezegd. Verder stoorde het me dat er overal en continu werd gerookt, ook tijdens opstijgen en landen. Het vliegtuig had bij ons niet de veiligheidsprijs gekregen, maar we kwamen veilig aan (ik had familieleden en vrienden met name voor de veiligheid van het vliegen boven de voormalige Sovjet-Unie laten bidden en meer nog dan tevoren raakte ik ervan overtuigd dat dat niet overbodig was.) Toen we, na ruim twee uur, in Tbilisi landden, stonden mijn gastheer en tolk Malchaz en een vriend die de auto bestuurde, onderaan de vliegtuigtrap te wachten. Ook dat mag daar; niet achter de hekken wachten,a na douanecontrole, nee, gewoon op het asfalt anderaan de trap.
Onbekend land
We reden in een vrij nieuwe Lada weg.
Na een halve kilometer hadden we ons eerste roadblock. Een van de bewakers van de post schoot uit baldadigheid wat patronen in de lucht! "Dit is gericht tegen aanhangers van Gamsachurdia die de buurt soms nog onveilig maken", vertelden Malkhaz en Michael me. Ik had echt het gevoel dat ik in een ander land was aangekomen.
We reden ongeveer drie kwartier naar een dorpje net buiten de hoofdstad Tbilisi, waar Malchaz met zijn ouders en een nichtje woont. Daar wachtte ons een welkom en heJ:eerste van vele zeer uitvoerige Georgische maaltijden!
Het eerste dat me daar opviel was de grote vriendelijkheid die we altijd in de landen van het Oosten ervaren en het tweede was het feit dat van het Georgisch absoluut niets valt te verstaan!
(Dat laatste besef is gebleven, tot mijn grote smart.) Toen ben ik gaan slapen, in een steenkoude kamer, met wel heel wat dekens op het bed. Malchaz' nichtje stond tijdens mijn hele verblijf haar kamer aan mij af.
Ontmoetingen
Michael (die ook was blijven slapen), Malchaz en ik gaan op de eerste dag van mijn verblijf Tbilisi in. Eerst had ik gisteren al zes (zware!) Spaanstalige Bijbels uitgepakt en de vraag gesteld of dat wel klopte. Veel Spaans wordt er in de Kaukasus niet gesproken, meende ik. Ja, dat klopte; die waren bestemd voor een aantal Latijns-
Amerikaanse studenten die in Georgië verbleven en geen Bijbel hadden. We gingen daarom die eerst afleveren, bij de Pauselijke Nuntius, de Aartsbisschop van Georgië, Armenië en Moldavië (aan de Roemeense grens van het oude Sowjetrijk). Bij Vaticaanse "ambassade" stond een grote Deense vrachtauto die hulpgoederen aan het uitladen was. Wij gingen naar binnen en "mijn" Bijbels werden aan Mgr.Gobei, de aartsbisschop/ambassadeur aangeboden. Hij was er erg blij mee en nam de tijd om wat te praten. Zo hoorde ik al meteen na aankomst een aantal interesante zaken over de manier waarop de niet-Orthodoxen in het land praktisch samenwerken; er was daar een verbazend hartelijk kontakt!
Allemaal hadden ze van de wel afwijzende om niet te zeggen vijandige, houding van Orthodoxen weet en ze steunden elkaar. Het was voor mij een interessante ontmoeting. Ik hoor van de nuntius, dat de Russische Luthersen op zaterdagmiddag zijn kerk mogen "lenen" voor catechese en zondagschoolwerk.
"Tot mijn spijt heb ik op zondag de kerk de hele dag nodig; dan kan ik hem niet afstaan", zegt hij erbij.
Dat blijkt later ook bij de Baptisten in Tbilisi. Eerst is er een dienst voor de Georgiërs, dan een voor de Russischtaligen en daarna een voor de Armeniërs en de Zuid-Osseten die allen in hun eigen taal dienst hebben.
Na een kort bezoek aan een (christelijke) uitgeverij reden we naar de Universiteit, waar de oprichtingsbijeenkomst van het Georgische Bijbelgenootschap zou worden gehouden, het eerste in de geschiedenis van dat land! De Universiteit zag er van buiten fraai uit, een gebouw uit de vorige eeuw, denk ik. (In Oost Europa zijn alleen gebouwen van voor 1914 de moeite van het bekijken waard!) Het was er best druk en het viel me op dat de jonge mensen er goed gekleed bij liepen. Wel was het opmerkelijk dat ze ook in de collegezaal en bij besprekingen allen hun jas aanhielden. In het land bestaat energieschaarste en kachels worden er bijna nergens gestookt.
(In de huizen van mensen is er meestal ook maar een verwarmde kamer en verder niet!) Ik maak kennis met Malchaz' oude professoren (die in de communistische tijd aanzienlijke moed toonden door, tegen de officiële richtlijnen in, hem, een Baptist, een akademische positie te gunnen) en daarna kwamen we bij elkaar in de kamer van een hoogleraar waar de konkrete oprichtingsvergadering van het Bijbelgenootschap van Georgië zou plaatsvinden. Er waren 9 mensen aanwezig: twee Orthodoxe priesters, een Roomskatholiek, een Russische Lutheraan, een vertegenwoordiger van Armeniërs, de hoogleraar die zelf ook Orthodox was, Malchaz die er zat als de vertegenwoordiger van de Baptisten, z'n vriend Michael die ons hierheen had gebracht, en ik. Ik snapte van 't hele gesprek geen woord, maar het was duidelijk dat het vooral een gesprek was tussen de vertegenwoordigers van de Orthodoxe Kerk, die sleutelposities in het te vormen bestuur opeisten, ging en de anderen waarvan Malchaz evident de voornaamste woordvoerder was. Ze kwamen er kennelijk samen redelijk uit; na afloop bleek Malchaz best tevreden.
Daarna reden we door naar een markt in het centrum van Tbilisi waar de al eerder door ons gesignaleerde truck van de Denen op ons stond te wachten.
Die werd door Michael en Malchaz naar de Baptistenkerk geloodsd, waar een groot aantal mensen al op de uitgifte van hulpgoederen stond te wachten. Bij het uitladen heb ik een aantal foto's gemaakt; de mensen waren zichtbaar blij met de blikken met vlees die de Denen ter beschikking stelden, in het kader van hulpverlening door de EEG. Ik heb een hele tijd met de vertegenwoorder van het Vaticaan gepraat; hij had het transport van deze zendingen gecoordineerd.
Hij vertelde me van alles van het toch wel zware leven in Georgië. Ook heb ik uitvoerig met een zekere kapitein Hansen van de Deense burgerbescherming gesproken; hij had de leiding van dit konkrete projekt. Men kan niet zeggen dat ik op die eerste dag geen (internationale) kontakten had!
En dat alles op mijn eerste dag in Georgië.
Een oude en hoge cultuur
Ook namen Malchaz en Michael me mee naar het oude Tbilisi, waar we een aantal mooie en ook boeiende plekjes hebben gezien, o.a. de Metechi Kerk, met een beeld van de stichter van de stad Tbilisi, Vakhtang Girgasal, dat het panorama daar beheerst.
Ook andere beelden en kerken gezien; uitvoerig naar de rivier Mtkeri (Kura) en de gebouwen aan beide kanten van het water gekeken; oud Tbilisi is aardig, maar schromelijk verwaarloosd! (Als we wat goed gemotiveerde huisschilders zouden loslaten op die oude wijken, gingen ze uit hun dak van pure arbeidsvreugde en anticipatie van een immense klus!) Toen ik die avond naar bed ging, vond ik dat ik een uiterst volle en ook boeiende dag gehad had. Ik voelde me bevoorrecht om al die dingen zomaar mee te mogen maken.