Reis door Griekenland 6

1994-04-22
  • Jaargang 38
  • nummer 8
In Athene In het Byzantijns museum te Athene is een heel bijzondere collectie van kerkelijke kunst ondergebracht. Uit alle delen van Griekenland en daarbuiten is er verzameld. In vorige artikelen heb ik al wat soorten voorwerpen genoemd.
Ik doe liet nog eens: mozaïeken, marmerbekkens, fragmenten van vroeg-christelijke kerken, ikonen, liturgische voorwerpen, verlichtingsornamenten enz. enz.
Ik wil enkele voorbeelden noemen. Uit Thessaloniki afkomstig is een ikoon uit de 14de eeuw, waarop de kruisiging is afgebeeld. Op bijzondere wijze is weergegeven de gezamenlijke smart, waardoor de drie personen (Jezus, Maria en Johannes) aan elkaar verbonden zijn. De houdingen van hen zijn echter heel verschillend. Johannes staat als het ware radeloos ineengebogen, terwijl Maria rechtop staat als een zuil. Bijzonder is de laag weergegeven horizon, waarvoor enkele huizen zijn te zien. De maker heeft op een bijzondere manier gewerkt met bruin en goud, terwijl het blauw van een deel van de kleren van Maria en Johannes een goed contrast vormt.
Geheel anders is een marmeren plaat uit de ge of 10e eeuw, waarop in reliëf zijn verwerkt drie apostelen, Jakobus, de zoon van Alfeüs, Fillippus en Lucas.
Athene is zo oud als Griekenland. Dat is vooral te zien in het archeologisch museum, waar vondsten aanwezig zijn, die 5000jaar oud zijn. Voor een deel zijn deze vondsten afkomstig uit Athene zelf. Alles wat men vond tussen restanten van zuilen en muren kwam hier terecht. Duidelijk wordt o.a., dat de bewoners van Athene heel wat aan godsdienst deden. Er werden heel wat goden vereerd en toen Paulus kwam met het evangelie van een weer andere god - zo dachten ze immers - keken ze daar niet vreemd van op. Een meer of minder doet er niet toe.
Hier was Paulus eens, hier werden joden en heidenen christen, hier werden kerken gebouwd, hier werden ze ook verwoest. En vandaag zijn er nog christenen, zijn er nog christelijke kerken.
Veel van wat nu nog slechts voor een klein deel is te zien, heeft Paulus in zijn geheel gezien. Hij zag de vele tempels, hij zag het machtige Parthenon bovenop de Akropolis (in de 6de eeuw werd het Parthenon een christelijke kerk). Hij moest hiervoor omhoog kijken, want de Areopagos is 115 meter hoog en de Akropolis 156 meter.
De Areopagos is een kale rots. Op de top ervan werden in Paulus' dagen rechtszittingen gehouden. Je kunt deze rots beklimmen, maar dat is niet gemakkelijk. Er is een plaats, die men aanwijst als spreekplaats. Daar is ook een bord aangebracht met de mededeling, dat hier Paulus eens heeft gestaan.
Paulus heeft in Athene om zich heen gekeken. Hij begint zijn toespraak met "ik zie voor mijn ogen" (Hand. 17 : 22).
Voordat hij echter zijn bekende toespraak hield, trad hij op in de synagogen, liep hij over de markt en sprak er met mensen. Hij ontmoette er heidense wijsgeren, die het hem niet altijd gemakkelijk zullen hebben gemaakt.
Maar hij hen ook niet. Zijn geest werd door alles wat hij hoorde en zag geprikkeld. En als de wijsgeren hem naar de Areopagos brengen om daar de 'vreemde dingen', die hij volgens hen naar voren brengt, nader uit te leggen, neemt Paulus zijn kans waar.
In 'Historie des Nieuwen Testaments', een in 1700uitgegeven boek, wordt ook een hoofdstuk gewijd aan het verblijf van Paulus in Athene. Ik wil er enkele gedeelten uit overnemen. Over het overleg van de Epikureïsche en Stoïcijnse wijsgeren wordt het volgende gezegd: .Eeniqe Filosoofen, zo Epikureërs als Stoicynen, (want Athene was vol van die soort van menschen) zynde uyt nieuwsgierigheyd blyven stil staan om te hooren wat een man zeyde die op de straaten voor een menigte van menschen stondt te spreeken, en niets begrypende van 't gene hy zeyde, noch ook de moeite willende neemen van naauw op te merken, vraagden al spottende, wat wil dóch deeze klapper, deeze kakelaar, zeggen, die zich onderstaat om wegens zaaken van Godsdienst te spreeken, zonder te weeten wat hy zegt? Andere zeyden, Hy schynt een verkondiger te zyn van vreemde Goden, omdat hij tot hen sprak van Jesus, en van de Wederopstandinge, welke zy geloofden dat Paulus hen verkondigde als een nieuwe Godinne; want dit was de uytzinnigheyd der Heydenen, dat zy Goden en Godinnen maakten van alles, ja menigmaal een woord."
Als Paulus 'in de Areopagus, of 't Raadhuys' is, begint hij er op te wijzen, dat hij in de stad een altaar vond ter ere van een onbekende god.
"Dit was een altaar dien de Atheners wel eer hadden opgerecht door aanraaden van den Filosoof Epimenides, om hunne stad van de pest, die 'er geweldig in zwang ging, te bevryden."
Als Paulus in zijn toespraak toekomt aan de opstanding van Jezus, vinden de geleerden van Athene het wel genoeg.
Paulus verlaat de Areopagos; enkele mensen sluiten zich bij hem aan. Daarna verlaat hij de stad en gaat naar Corinthe.
"Aldus scheydden zy, en Paulus had het hartzeer van te zien dat die Atheners, zoo vermaard door hunne schranderheyd, en door hunne weetenschappen, zich dieper en dieper in de duysternissen van 't Heydendom dompelden."
Vanuit Athene vlogen we terug naar Nederland, verzadigd van het vele, dat we zagen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief