Tussen kerk en keuken

1994-04-22
  • Jaargang 38
  • nummer 8
Hemels
"Heb ik al verteld dat ik vanaf september catechese geef aan verstandelijk gehandicapten?" vroeg Liesbeth, mijn oudste zusje. "MMmm ..." zeiden wij soezerig.
We zaten in de voorjaarszon. Ze keek naar een prunus die uitkwam en vervolgde: "Vorige week heeft een meisje van mijn groep Openbaringen uitgelegd.
Zo mooi, dat ik meteen dacht: ja, zo moet het zijn, dat kan niet anders!"

"Vorige week zat ik te wachten tot iedereen er was. Karel, die naast verstandelijk, ook lichamelijk gehandicapt is, zat er al. Tineke, Tanja, Eva, Rob, enfin, een hele ploeg. We dronken alvast thee en zaten te wachten op Babette, die na tien minuten met opgestoken zeilen binnenkwam.
"Dag Babette, je bent laat", zei ik voorzichtig, want ik ben altijd wat beducht voor agressie, geestelijk gehandicapt of niet!
"Ik moest bij de leiding komen... Ze vonden het niet goed dat ik zo veel ringen om heb. Maar ik heb het ze goed verteld!" zei Babette strijdlustig.
"Ik heb gezed: Mijn ringen af? Jullie kûnnen me wat. Zonder m'n ringen ben ik niet gelukkig, dus ik doe ze niet af. Stel je voor! Af? Amme nooit niet!"
Ze pakte een stoel en ging fier zitten.
"Heb je dan zo veel ringen", vroeg ik.
Babette stak trots haar handen op. Het was inderdaad een verbijsterende hoeveelheid. Om elke vinger had ze zeker vier ringen. "Zo zo, dat is niet mis", zei ik en wachtte tot Babette haar thee had.
Ik moest vertellen over Openbaringen.
"Jongens, in de hemel. .." begon ik, "daar is geen pijn meer. Daar is alles zo als de Here God het bedoeld heeft.
Daar heeft Karel geen rolstoel meer nodig. Geertje kan gewoon praten ... en Babette heeft geen ringen meer nodig om gelukkig te zijn."
Fout! Fout!
Babette schoot overeind. "Maar lies ...
Je denkt toch zeker niet dat ik zonder mijn ringen naar de hemel ga", zei ze gebelgd. Geen spráke van. Ik houd ze om... Allemaal. Ik laat ze fijn zien en misschien krijg ik van God dan ook nog een ring. Een hele mooie." Ze keek ons hoopvol aan.
Het leek me niet het moment om het te hebben over het feit dat we zonder bezittingen deze wereld verlaten.
Toen nam Tineke het over. "lies ...
mag ik uitleggen hoe het in de hemel is?" vroeg ze verheugd. Ik knikte. Ach, die Tineke is zo'n schatje.
Ze sloeg haar arm om Babet heen en zei lief: Moet je horen, Babet. In de hemel heb je nooit meer pijn. Als je daar komt lacht niemand je meer uit... en je bent nooit meer alleen. En als je verdrietig bent over vroeger, dan pakt God een zakdoek en veegt al je tranen weg."
Ze knikte tegen me en zei stralend: "Goed uitgelegd van"mij hè."
Ik zei: "Fantastisch. In èén woord!"
We zwegen allemaal. Een beetje aangedaan, maar het is in onze familie niet de gewoonte om dat te laten merken.
Ik keek naar de prunus en begreep liesbeths associatie met de hemel.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief