Voor de kinderen

1994-04-22
  • Jaargang 38
  • nummer 8
Puzzelhoekje
Er wordt in de bijbel diverse malen over vuur gesproken. Kunnen jullie vertellen welke persoon, personen of gelegenheid bij welk verhaal hoort.
1. Sodom en Gomorra,
2. Mozes,
3. De Israëlieten in de woestijn,
4. Sadrach, Mesach en Abednego,
5. Petrus,
6. Heilige Geest,
7. Izaäk.

1. Abraham nam vuur mee en een mes en ging met zijn zoon ... om te offeren.
2. Overdag rustte de wolk van de Here op de tabernakel en in de nacht was er vuur in voor de ogen van de Israëlieten op al hun tochten.
3. De braamstruik stond in brand maar verteerde niet.
4. Er verschenen tongen als van vuur en de discipelen werden vervuld met de...
5. Omdat zij niet wilden buigen voor iets of iemand anders dan God werden zij in het vuur gegooid.
Maar toen men hen eruit haalde roken ze zelfs niet naar brand. Wie waren dit?
6. Er verscheen vuur en zwavel en het regende op de plaatsen die geheel werden verwoest. Welke plaatsen.
7. De discipel warmde zich bij het vuur. Toen er aan hem werd gevraagd of hij Jezus kende zei hij 3x neen. Toen kraaide er een haan.
Welke discipel was dit.

G. Wijkhuizen-van Vuuren

De oplossing van de vorige maal was: Het is volbracht.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief